FAMILIALE VERMOGENSPLANNING
1. WETTELIJK ERFRECHT
OVERZICHT WETTELIJK ERFRECHT
̶ Inleiding
̶ Wettelijke erfgenamen
o Wettelijk erfrecht (bloed)verwanten
§ Basisprincipes
§ Vier erfrechtelijke situaties
§ Plaatsvervulling
§ Kloving
§ Recht van wettelijke terugkeer
§ Erfaanspraken & adoptie
o Wettelijk erfrecht langstlevende echtgenoot
o Wettelijk erfrecht langstlevende wettelijke samenwonende
̶ Erfloze nalatenschap
INLEIDING
OPM: overledene = erflater = de cuius hereditate agitur (over wiens nalatenschap het gaat) = decuius = decujus
= DC
̶ Set ‘toebedelingsregels’ voor de nalatenschap = erfenis
o Activa: patrimoniale rechten en vorderingen
o Passiva: schulden
̶ Wettelijk erfrecht is van toepassing op de nalatenschap in de mate dat er niet (geldig) van is
afgeweken (vb. je kunt een testament opmaken en de bepalingen van het wettelijk erfrecht volledig of
gedeeltelijk uitschakelen)
o Geen (geldige) wilsbeschikking
o Niet over volledige vermogen beschikt
̶ Wettelijk erfrecht = erfrecht ab intestato = intestaat erfrecht = versterferfrecht = wettelijke devolutie
1
, o ‘zonder (geldig) testament’
o overgang van rechten en plichten (‘devolutie’) door het sterven
̶ ó ‘conventionele devolutie’: wanneer er wél geldig beschikt is over (deel van) het vermogen
o testamentaire devolutie + contractuele devolutie (zien we later)
̶ Wetgever beslist wie erft en welk aandeel van de nalatenschap
o zegt: de vermoede wil van de gemiddelde erflater
̶ Wat zou de gemiddelde persoon in testament willen schrijven als hij een testament
gemaakt zou hebben? dat is wat het wettelijk erfrecht zogezegd inhoudt, maar:
o eigenlijk: door de wetgever normatief gecorrigeerde vermoede wil van de gemiddelde
erflater
̶ Wat vinden wij als maatschappij aanvaardbaar dat een gemiddeld persoon in
testament zou willen schrijven?
̶ Bv. ‘buitenhuwelijks’ kind
̶ Om te kunnen erven van iemand anders art. 4.4 e.v. BW
o Reeds bestaan & nog bestaan
̶ Een kind dat nog niet geboren is, maar wel verwekt is, valt hier ook onder op
voorwaarde dat het kind levensvatbaar wordt geboren
o Niet erfonwaardig zijn (art. 4.6 BW): vb. wanneer je de erflater vermoord hebt, ben je
onwaardig om te erven. Ook een poging om hem te doden gaat u onwaardig maken, …
o Arrest HvC:
̶ een reeks testamenten waren gemaakt door een vrouw, eerst in het voordeel van de
stad Oostende om zorg te dragen voor de bejaarden en daarna een aantal malen
waar ze veranderd van gedachten en waarbij ze iemand anders aanduidt om zorg te
dragen
̶ ze had een vereniging aangeduidt, maar die kunnen dit legaat niet in ontvangst
nemen
DE WETTELIJKE ERFGENAMEN
Art. 4.10, § 1 BW
“De nalatenschappen komen toe aan de kinderen en afstammelingen van de erflater, aan zijn noch uit de echt
noch van tafel en bed gescheiden echtgenoot, aan zijn verwanten in de opgaande lijn, aan zijn verwanten in de
zijlijn, en aan zijn wettelijk samenwonende binnen de grenzen van de rechten die hem zijn toegekend,
overeenkomstig de regels die hierna worden bepaald.”
̶ (Bloed)verwanten van de erflater: juridische band, hoeven niet genetisch verwant te zijn
̶ Langstlevende echtgenoot (‘LLE’)
2
, ̶ Wettelijk samenwonende = wettelijke samenwoner = wettelijk samenwonende partner
(‘LLWS/LLWSP’)
̶ Hoeft niet noodzakelijk uw partner te zijn
HET WETTELIJK ERFRECHT VAN DE (BLOED)VERWANTEN
LIJNEN EN GRADEN (ART. 4.11 BW)
DC= decuius die een zoon en een kleinzoon heeft => ergenamen in de
rechte nederdalende lijn, terwijl de vder en de grootvader dan
bloedverwanten zijn in de rechte opgaande lijn
Daarnaast heb je de zijlijn => wanneer de ene niet van de andere afstamt,
maar van een gemeenschappelijke stamouder. De broer vb. stamt af van
dezelfde vader en de moeder.
Degene die het dichtste in de graad staat, zal in principe erven. In principe
wordt er geërfd tot en met de vierde graad (maar daar bestaan
uitzonderingen op
BASISPRINCIPES IN HET WETTELIJK ERFRECHT VAN VERWANTEN
̶ ‘Eenheid van nalatenschap’
o Principe: één set toebedelingsregels voor de gehele nalatenschap
o Uitzondering: wettelijke terugkeer = ‘anomaal’ erfrecht
̶ Er zijn vier ‘erfrechtelijke situaties’ (vroeger: ‘orden’): art. 4.10, § 2 j° 4.11 BW => eerste orde komt
voor de tweede orde enzovoort. Als we een nalatenschap hebben moeten we ons afvragen in welke
orde we zitten
o Afstammelingen = verwanten in de rechte neerdalende lijn = ‘descendenten’
o Nauwe zijverwanten = verwanten in de zijlijn = ‘collateralen’
+ juridische ouders: nauwe verwanten in de rechte opgaande lijn
̶ Broers, zussen, halfbroers, halfzussen en hun afstammelingen (de andere
zijverwanten zitten in de vierde orde) + de ouders
o Verwanten in de rechte opgaande lijn = ‘ascendenten’
o Gewone zijverwanten = verwanten in de zijlijn = ‘collateralen’
̶ Volgorde tussen de erfrechtelijke situaties
o Principe: de eerste komt voor de tweede, de tweede voor de derde, de derde voor de vierde
o Uitzondering: kloving
̶ De nalatenschap wordt in bepaalde omstandigheden opgesplitst in 2 delen: een deel
gaat dan naar de vaderlijke lijn en het andere deel naar de moederlijke lijn
3
, ̶ Volgorde binnen elke erfrechtelijke situatie
o Principe: de dichtste in graad erft
o Uitzondering: plaatsvervulling
̶ Meerdere erfgenamen komen tot de nalatenschap
o Principe: iedere erfgenaam een gelijk aandeel
o Uitzondering: kloving en plaatsvervulling => veronderstel dat een man 2 zonen heeft. Stel dat
zoon 1 overleden is, dan kan de kleinzoon de plaats gaan innemen van de overleden zoon net
zoals die in de eerste plaats staat
̶ Tot in het oneindige ‘dichte familie’?
o Principe: (bloed)verwanten tot en met de vierde graad erven
o Uitzondering: plaatsvervulling
Wie komt tot de nalatenschap? Hangt af van de vraag of de erfgenamen de
nalatenschap hebben verworpen. In casu komt de nalatenschap toe aan de zoon,
want de DC is niet getrouwd. Als de zoon zou verwerpen komt de kleinzoon in de
plaats, als die ook zou verwerpen, dan zal het de broer zijn samen met de vader en
moeder (gaan we nog op in)
VIER ERFRECHTELIJKE SITUATIES (ART. 4.10 BW)
1. Afstammelingen
̶ Oorspronkelijke afstammingsband
̶ Ook de ten volle geadopteerde kinderen en hun afstammelingen
̶ Ook de gewoon geadopteerde kinderen en hun afstammelingen
̶ Let op! Gewone adoptie doet slechts een familierelatie ontstaan met de adoptant zelf, niet met de
verwanten van de adoptant: art. 4.12 BW
̶ Dus: als een afstammeling van de erflater overgaat tot een gewone adoptie, zullen die
gewoon geadopteerde kinderen niet erven van de erflater
̶ Vb. (zie vorig schema) de DC overlijdt. De zoon heeft de kleinzoon geadopteerd via gewone
adoptie, dan gaat de kleinzoon die zou erven van de zoon (de gewone adoptant). Maar als de
DC dus overlijdt en de zoon is vooroverleden, dan gaat de kleinzoon niet erven van de DC
omdat er geen afstammingsband ontstaat met de bloedverwanten van de gewone adoptant
Als B ten volle geadopteerd is, dan erft hij van de DC, maar indien hij gewoon
geadopteerd is ook want er ontstaat een afstammingsband tussen de twee
2. Nauwe verwanten in de zijlijn en de opgaande lijn art. 4.26 BW
4
1. WETTELIJK ERFRECHT
OVERZICHT WETTELIJK ERFRECHT
̶ Inleiding
̶ Wettelijke erfgenamen
o Wettelijk erfrecht (bloed)verwanten
§ Basisprincipes
§ Vier erfrechtelijke situaties
§ Plaatsvervulling
§ Kloving
§ Recht van wettelijke terugkeer
§ Erfaanspraken & adoptie
o Wettelijk erfrecht langstlevende echtgenoot
o Wettelijk erfrecht langstlevende wettelijke samenwonende
̶ Erfloze nalatenschap
INLEIDING
OPM: overledene = erflater = de cuius hereditate agitur (over wiens nalatenschap het gaat) = decuius = decujus
= DC
̶ Set ‘toebedelingsregels’ voor de nalatenschap = erfenis
o Activa: patrimoniale rechten en vorderingen
o Passiva: schulden
̶ Wettelijk erfrecht is van toepassing op de nalatenschap in de mate dat er niet (geldig) van is
afgeweken (vb. je kunt een testament opmaken en de bepalingen van het wettelijk erfrecht volledig of
gedeeltelijk uitschakelen)
o Geen (geldige) wilsbeschikking
o Niet over volledige vermogen beschikt
̶ Wettelijk erfrecht = erfrecht ab intestato = intestaat erfrecht = versterferfrecht = wettelijke devolutie
1
, o ‘zonder (geldig) testament’
o overgang van rechten en plichten (‘devolutie’) door het sterven
̶ ó ‘conventionele devolutie’: wanneer er wél geldig beschikt is over (deel van) het vermogen
o testamentaire devolutie + contractuele devolutie (zien we later)
̶ Wetgever beslist wie erft en welk aandeel van de nalatenschap
o zegt: de vermoede wil van de gemiddelde erflater
̶ Wat zou de gemiddelde persoon in testament willen schrijven als hij een testament
gemaakt zou hebben? dat is wat het wettelijk erfrecht zogezegd inhoudt, maar:
o eigenlijk: door de wetgever normatief gecorrigeerde vermoede wil van de gemiddelde
erflater
̶ Wat vinden wij als maatschappij aanvaardbaar dat een gemiddeld persoon in
testament zou willen schrijven?
̶ Bv. ‘buitenhuwelijks’ kind
̶ Om te kunnen erven van iemand anders art. 4.4 e.v. BW
o Reeds bestaan & nog bestaan
̶ Een kind dat nog niet geboren is, maar wel verwekt is, valt hier ook onder op
voorwaarde dat het kind levensvatbaar wordt geboren
o Niet erfonwaardig zijn (art. 4.6 BW): vb. wanneer je de erflater vermoord hebt, ben je
onwaardig om te erven. Ook een poging om hem te doden gaat u onwaardig maken, …
o Arrest HvC:
̶ een reeks testamenten waren gemaakt door een vrouw, eerst in het voordeel van de
stad Oostende om zorg te dragen voor de bejaarden en daarna een aantal malen
waar ze veranderd van gedachten en waarbij ze iemand anders aanduidt om zorg te
dragen
̶ ze had een vereniging aangeduidt, maar die kunnen dit legaat niet in ontvangst
nemen
DE WETTELIJKE ERFGENAMEN
Art. 4.10, § 1 BW
“De nalatenschappen komen toe aan de kinderen en afstammelingen van de erflater, aan zijn noch uit de echt
noch van tafel en bed gescheiden echtgenoot, aan zijn verwanten in de opgaande lijn, aan zijn verwanten in de
zijlijn, en aan zijn wettelijk samenwonende binnen de grenzen van de rechten die hem zijn toegekend,
overeenkomstig de regels die hierna worden bepaald.”
̶ (Bloed)verwanten van de erflater: juridische band, hoeven niet genetisch verwant te zijn
̶ Langstlevende echtgenoot (‘LLE’)
2
, ̶ Wettelijk samenwonende = wettelijke samenwoner = wettelijk samenwonende partner
(‘LLWS/LLWSP’)
̶ Hoeft niet noodzakelijk uw partner te zijn
HET WETTELIJK ERFRECHT VAN DE (BLOED)VERWANTEN
LIJNEN EN GRADEN (ART. 4.11 BW)
DC= decuius die een zoon en een kleinzoon heeft => ergenamen in de
rechte nederdalende lijn, terwijl de vder en de grootvader dan
bloedverwanten zijn in de rechte opgaande lijn
Daarnaast heb je de zijlijn => wanneer de ene niet van de andere afstamt,
maar van een gemeenschappelijke stamouder. De broer vb. stamt af van
dezelfde vader en de moeder.
Degene die het dichtste in de graad staat, zal in principe erven. In principe
wordt er geërfd tot en met de vierde graad (maar daar bestaan
uitzonderingen op
BASISPRINCIPES IN HET WETTELIJK ERFRECHT VAN VERWANTEN
̶ ‘Eenheid van nalatenschap’
o Principe: één set toebedelingsregels voor de gehele nalatenschap
o Uitzondering: wettelijke terugkeer = ‘anomaal’ erfrecht
̶ Er zijn vier ‘erfrechtelijke situaties’ (vroeger: ‘orden’): art. 4.10, § 2 j° 4.11 BW => eerste orde komt
voor de tweede orde enzovoort. Als we een nalatenschap hebben moeten we ons afvragen in welke
orde we zitten
o Afstammelingen = verwanten in de rechte neerdalende lijn = ‘descendenten’
o Nauwe zijverwanten = verwanten in de zijlijn = ‘collateralen’
+ juridische ouders: nauwe verwanten in de rechte opgaande lijn
̶ Broers, zussen, halfbroers, halfzussen en hun afstammelingen (de andere
zijverwanten zitten in de vierde orde) + de ouders
o Verwanten in de rechte opgaande lijn = ‘ascendenten’
o Gewone zijverwanten = verwanten in de zijlijn = ‘collateralen’
̶ Volgorde tussen de erfrechtelijke situaties
o Principe: de eerste komt voor de tweede, de tweede voor de derde, de derde voor de vierde
o Uitzondering: kloving
̶ De nalatenschap wordt in bepaalde omstandigheden opgesplitst in 2 delen: een deel
gaat dan naar de vaderlijke lijn en het andere deel naar de moederlijke lijn
3
, ̶ Volgorde binnen elke erfrechtelijke situatie
o Principe: de dichtste in graad erft
o Uitzondering: plaatsvervulling
̶ Meerdere erfgenamen komen tot de nalatenschap
o Principe: iedere erfgenaam een gelijk aandeel
o Uitzondering: kloving en plaatsvervulling => veronderstel dat een man 2 zonen heeft. Stel dat
zoon 1 overleden is, dan kan de kleinzoon de plaats gaan innemen van de overleden zoon net
zoals die in de eerste plaats staat
̶ Tot in het oneindige ‘dichte familie’?
o Principe: (bloed)verwanten tot en met de vierde graad erven
o Uitzondering: plaatsvervulling
Wie komt tot de nalatenschap? Hangt af van de vraag of de erfgenamen de
nalatenschap hebben verworpen. In casu komt de nalatenschap toe aan de zoon,
want de DC is niet getrouwd. Als de zoon zou verwerpen komt de kleinzoon in de
plaats, als die ook zou verwerpen, dan zal het de broer zijn samen met de vader en
moeder (gaan we nog op in)
VIER ERFRECHTELIJKE SITUATIES (ART. 4.10 BW)
1. Afstammelingen
̶ Oorspronkelijke afstammingsband
̶ Ook de ten volle geadopteerde kinderen en hun afstammelingen
̶ Ook de gewoon geadopteerde kinderen en hun afstammelingen
̶ Let op! Gewone adoptie doet slechts een familierelatie ontstaan met de adoptant zelf, niet met de
verwanten van de adoptant: art. 4.12 BW
̶ Dus: als een afstammeling van de erflater overgaat tot een gewone adoptie, zullen die
gewoon geadopteerde kinderen niet erven van de erflater
̶ Vb. (zie vorig schema) de DC overlijdt. De zoon heeft de kleinzoon geadopteerd via gewone
adoptie, dan gaat de kleinzoon die zou erven van de zoon (de gewone adoptant). Maar als de
DC dus overlijdt en de zoon is vooroverleden, dan gaat de kleinzoon niet erven van de DC
omdat er geen afstammingsband ontstaat met de bloedverwanten van de gewone adoptant
Als B ten volle geadopteerd is, dan erft hij van de DC, maar indien hij gewoon
geadopteerd is ook want er ontstaat een afstammingsband tussen de twee
2. Nauwe verwanten in de zijlijn en de opgaande lijn art. 4.26 BW
4