2.1 De Griekse Wereld
De Griekse stadstaten
Griekeland had ruim 200 stadstaten, en dus geen staten zoals in Egypte. De stadstaten
werden Poleis genoemd (e.v.: polis). Elke polis had zijn eigen wetten en bestuur.
De verschillende poleis voerden geregeld oorlog met elkaar maar hadden een
gemeenschappelijke cultuur:
- vereerden dezelfde goden
- spraken dezelfde taal
- genoten van dezelfde heldenverhalen
De Grieken speelden al de Olypische Spelen, ter ere van de goden.
Tussen 750-550 v. Chr. Trok een deel van de bevolking weg vanwege de bevolkingsgroei en
voedseltekort om koloniën te stichten, wat ervoor zorgde dat de Griekse cultuur
verspreidde.
Verschillende bestuursvormen
Aanvankelijk heerste er in in veel poleis een monarchie. (een koning was aan de macht).
Later maakte het koningschap op veel plekken plaats voor een aristocratie (bestuur door
een groep edelen). Ze konden vanwege hun rijkdom een eigen wapenuitrusting betalen
waardoor ze onmisbaar werden voor de verdediging.
Ook tirannie kwam voor in Griekeland (een alleenheerser (vaak wreed) die de macht naar
zich toe had getrokken). Met behulp van arme inwoners zetten ze de edelen af. Hij gaf
leningen aan boeren zodat zij geld konden verdienen.
De Atheense democratie
Nadat Athene in 509 v. Chr. een tiran had verdreven kwam er een democratie (het volk
(dèmos) heeft de macht (kratos)).
Alleen mannen die brugerschap bezaten mochten stemmen. Ze waren vrij en gelijk (ze
mochten spreken en stemmen en hadden gelijke rechten , arm of rijk maakt niet uit).
De raad van vijhonderd: raad met dagelijkse leiding over de polis. Deed voorstellen
waarover mensen stemmen. directe democratie.
iedere burger kon door loting worden aangewezen om 1 jaar in de raad van vijfhonderd te
zitten. Dit is om gelijkheid te bevorderen.
Denken over natuur en gezondheid
Grieken hadden goden voor allerlei natuurverschijnselen net als Egypte. Ze verwerkten dit
, in veel verschillende mythen.
rond 600-500 v. Chr. Ontwikkelde het wetenschappelijk denken en bekritiseerden
sommige Grieken het mytisch denken. Deze mensen werden 'filosofen' genoemd
(vrienden van wijsheid).
Filosofen dachten op een wetenschappelijke manier na over hoe de aarde was ontstaan.
De arts Hippocrates zocht naar wetenschappelijke beredeneringen voor ziektes. Hij kwam
erachter dat je water moet koken om er minder ziektes mee te verspreiden.
Asklepios: god van de genezing
Demeter: godin van het graan
Denken over mens en samenleving.
Sommige filosofen richten zich op de mens. Was karakter en gedrag aangeboren of
aangeleerd? Door contact met andere volken zagen ze dat ze heel andere gewoontes
hadden dan zij.
Herodotos: geschieschrijver die schreef over o.a. de oorlog tussen Grieken en Perzen. Hij
hield mening en feit graag gescheiden, en was ddus voorzichtig met zijn woorden.
Sokrates: stelde contant vragen aan mensen die hij tegen kwam. Bijvoorbeeld over wat
deze begrippen in hun hoofd betekende.
Plato: leerling van Sokrates. Hij vond dat dit soort dingen alleen voor filosofen te bevatten
waren en daarom zouden stadstaten door filosofen geregeerd worden.
Filosofische discussies over politiek en burgerschap waren ook gaande. Bijvoorbeeld over
welke regeringsvorm het beste zou zijn.
De verspreiding van de Griekse cultuur
Koning Philippos II veroverde in 338 v. Chr. Griekenland > einde van hun politieke vrijheid.
Zijn zoon Alexander de Grote veroverde het Perzische rijk. De Grieken vestigden zich in de
veroverde gebieden en hielden daar vast aan hun eigen cultuur.
De Griekse architectuur werd erg overgenomen in Alexandrië, waar belangrijke gebouwen
met Griekse beelden werden versierd.
Het centrum van de Griekse kunst bleef in Athene maar het centrum van wetenschap werd
door Alexandrië ingehaald.
Een belangrijk tempelcomplex, het Museion, met een enorme bibliotheek trok veel
bezoekers. Hierdoor kwam het wetenschappelijk denken op hoger niveau.
De Griekse stadstaten
Griekeland had ruim 200 stadstaten, en dus geen staten zoals in Egypte. De stadstaten
werden Poleis genoemd (e.v.: polis). Elke polis had zijn eigen wetten en bestuur.
De verschillende poleis voerden geregeld oorlog met elkaar maar hadden een
gemeenschappelijke cultuur:
- vereerden dezelfde goden
- spraken dezelfde taal
- genoten van dezelfde heldenverhalen
De Grieken speelden al de Olypische Spelen, ter ere van de goden.
Tussen 750-550 v. Chr. Trok een deel van de bevolking weg vanwege de bevolkingsgroei en
voedseltekort om koloniën te stichten, wat ervoor zorgde dat de Griekse cultuur
verspreidde.
Verschillende bestuursvormen
Aanvankelijk heerste er in in veel poleis een monarchie. (een koning was aan de macht).
Later maakte het koningschap op veel plekken plaats voor een aristocratie (bestuur door
een groep edelen). Ze konden vanwege hun rijkdom een eigen wapenuitrusting betalen
waardoor ze onmisbaar werden voor de verdediging.
Ook tirannie kwam voor in Griekeland (een alleenheerser (vaak wreed) die de macht naar
zich toe had getrokken). Met behulp van arme inwoners zetten ze de edelen af. Hij gaf
leningen aan boeren zodat zij geld konden verdienen.
De Atheense democratie
Nadat Athene in 509 v. Chr. een tiran had verdreven kwam er een democratie (het volk
(dèmos) heeft de macht (kratos)).
Alleen mannen die brugerschap bezaten mochten stemmen. Ze waren vrij en gelijk (ze
mochten spreken en stemmen en hadden gelijke rechten , arm of rijk maakt niet uit).
De raad van vijhonderd: raad met dagelijkse leiding over de polis. Deed voorstellen
waarover mensen stemmen. directe democratie.
iedere burger kon door loting worden aangewezen om 1 jaar in de raad van vijfhonderd te
zitten. Dit is om gelijkheid te bevorderen.
Denken over natuur en gezondheid
Grieken hadden goden voor allerlei natuurverschijnselen net als Egypte. Ze verwerkten dit
, in veel verschillende mythen.
rond 600-500 v. Chr. Ontwikkelde het wetenschappelijk denken en bekritiseerden
sommige Grieken het mytisch denken. Deze mensen werden 'filosofen' genoemd
(vrienden van wijsheid).
Filosofen dachten op een wetenschappelijke manier na over hoe de aarde was ontstaan.
De arts Hippocrates zocht naar wetenschappelijke beredeneringen voor ziektes. Hij kwam
erachter dat je water moet koken om er minder ziektes mee te verspreiden.
Asklepios: god van de genezing
Demeter: godin van het graan
Denken over mens en samenleving.
Sommige filosofen richten zich op de mens. Was karakter en gedrag aangeboren of
aangeleerd? Door contact met andere volken zagen ze dat ze heel andere gewoontes
hadden dan zij.
Herodotos: geschieschrijver die schreef over o.a. de oorlog tussen Grieken en Perzen. Hij
hield mening en feit graag gescheiden, en was ddus voorzichtig met zijn woorden.
Sokrates: stelde contant vragen aan mensen die hij tegen kwam. Bijvoorbeeld over wat
deze begrippen in hun hoofd betekende.
Plato: leerling van Sokrates. Hij vond dat dit soort dingen alleen voor filosofen te bevatten
waren en daarom zouden stadstaten door filosofen geregeerd worden.
Filosofische discussies over politiek en burgerschap waren ook gaande. Bijvoorbeeld over
welke regeringsvorm het beste zou zijn.
De verspreiding van de Griekse cultuur
Koning Philippos II veroverde in 338 v. Chr. Griekenland > einde van hun politieke vrijheid.
Zijn zoon Alexander de Grote veroverde het Perzische rijk. De Grieken vestigden zich in de
veroverde gebieden en hielden daar vast aan hun eigen cultuur.
De Griekse architectuur werd erg overgenomen in Alexandrië, waar belangrijke gebouwen
met Griekse beelden werden versierd.
Het centrum van de Griekse kunst bleef in Athene maar het centrum van wetenschap werd
door Alexandrië ingehaald.
Een belangrijk tempelcomplex, het Museion, met een enorme bibliotheek trok veel
bezoekers. Hierdoor kwam het wetenschappelijk denken op hoger niveau.