1 Chromatografische technieken
1.1 Introductie
Verschillende vormen van chromatografie:
Dunne Laag Chromatografie (DLC)
- Scheiden van mengsel, het mengsel willen we splitsen in component A en
component B. De plaat is de stationaire fase (vaste fase).
- De mobiele fase is beweeglijk over de stationaire fase.
- Rf waarde = bij chromatografie de retentie tijd.
- Hoge resolutie = hoge kwaliteit.
Kolomchromatografie
- DLC plaat wordt vervangen door een kolom.
- We gieten een mobiele fase erover zodat er beweging gecreëerd wordt.
- De reden van de scheiding is polariteit.
- Polariteit is niet hetzelfde bij SF en MF.
- Component A en B zitten goed in de SF qua polariteit, terwijl component C eerder
mee wil met de MF.
1.2 Indeling chromatografie methoden
In de chromatografie worden stoffen gescheiden door een verschillende interactie met een
stationaire fase en een mobiele fase in het chromatografisch systeem.
Indeling van de methoden volgens:
1
, 1. Aard van de mobiele fase.
Vloeistofchromatografie (LC): kolom en DLC
Gaschromatografie (GC)
2. Aard van de interactie tussen componenten en stationaire fase.
- Adsorptie
- Verdeling
- Ionenuitwisseling
- Affiniteit
- Exclusie
2 Gaschromatografie
2.1 Scheidingsprincipe
Stoffen met een gelijkaardige structuur
(dezelfde organische klasse) zullen
zuiver op kookpunt worden
gescheiden.
Bv. Reeks alcoholen of alkanen.
Polariteit is heel belangrijk. Hier
hebben we een gas als MF, maar gas
heeft GEEN polariteit. We hebben de
polariteit van de SF en van de
componenten in het mengsel. Maar
toch hebben we de MF nodig voor de beweging anders gaat er niets gebeuren. Als ze een
kookpunt hebben, hebben ze ook een vluchtigheid. De overgang van vloeistof naar gas. Elk
gas heeft een uniek kookpunt, dit heeft een rol op de tijd hoelang je kolom zal nodig hebben.
De scheiding wordt gebaseerd op kookpunt en polariteit van de componenten.
homogene reeks =
Dit zijn allemaal alkanen (CxHy), dus het is een homologe reeks
(dezelfde soort moleculen). Alkanen zijn apolair, ze zijn even
apolair ong dus het kookpunt zal hier een grote rol spelen.
Geen homologe reeks → Hoe polairder hoe langer
ze in de colom blijven (grote retentietijden).
2.2 Blokschema
Heel weinig volume injecteren. Zodat ze ineens van de
vloeistoffase naar de gasfase gaat.
2
, Expansie = de ruimte waar de druppel zich in gaan gaat kleiner zijn dan dat dit een gas
wordt.
2.2.1 Split/splitless injector
Splitverhouding of –ratio:
Bv. 1:50 of 1:200
= (kolom flow )/(split flow)
- Kolom flow is het begin van de kolom, daartussen
zit nog een heel stuk.
- Het rode is het septum (een rubber dat de
buitenwereld afsluit van alles dat in de GC zit.
- De naald gaat hierdoor en dan komt deze in een
liner (een buisje tussen de septum en kolom)
terecht, in de liner (heel warme zone) gaat het gas
ontstaan. Hou je altijd aan de injectievolumes.
- Ons staal verdampt in de liner, nu komt er beweging in. Je plakt een getal op de
flows.
- Purge flow ( = N2, om te vermijden dat het septum gecontamineerd is, 3ml/min), split
flow (= N2, , kolom flow (= bepaald hoesnel het gas in de kolom is, geeft snelheid
van de MF aan/dragersgas, ong 0,4ml/min = N2) zitten standaard in een instrument.
- De som is de totale flow.
Principe
- Staartvorming als de piek niet scherp is. Bij
splitless is de conclusie dat de vloeistof
volledig naar de kolom gaat en dus komt er te
veel staal op de kolom. Terwijl bij split zal het
volume verdeeld worden tussen de kolom wat
er oorspronkelijk in komt (1 deel van de 1ul)
en de rest zal naar de split flow gaan en er zo
uit gaan (15 delen van de 1ul) en deze delen
komen NOOIT op de kolom. Dit geeft een
veel beter resultaat. “1:15” noemen we de split ratio. Holoflow = een constante, daar
mag je NIET aankomen = 0,4 ml/min (van deemter). 1/100 → 0,4/40 (regel van
drie).
EXAMENVRAAG: hoe je dit moet berekenen.
vb. Hoe groot is de split flow? Welk gas wordt gebruikt voor deze split flow?
- Kolomflow = 2 ml/min
- Split Flow moet groter zijn dan de
kolomflow want we hebben een split.
3
1.1 Introductie
Verschillende vormen van chromatografie:
Dunne Laag Chromatografie (DLC)
- Scheiden van mengsel, het mengsel willen we splitsen in component A en
component B. De plaat is de stationaire fase (vaste fase).
- De mobiele fase is beweeglijk over de stationaire fase.
- Rf waarde = bij chromatografie de retentie tijd.
- Hoge resolutie = hoge kwaliteit.
Kolomchromatografie
- DLC plaat wordt vervangen door een kolom.
- We gieten een mobiele fase erover zodat er beweging gecreëerd wordt.
- De reden van de scheiding is polariteit.
- Polariteit is niet hetzelfde bij SF en MF.
- Component A en B zitten goed in de SF qua polariteit, terwijl component C eerder
mee wil met de MF.
1.2 Indeling chromatografie methoden
In de chromatografie worden stoffen gescheiden door een verschillende interactie met een
stationaire fase en een mobiele fase in het chromatografisch systeem.
Indeling van de methoden volgens:
1
, 1. Aard van de mobiele fase.
Vloeistofchromatografie (LC): kolom en DLC
Gaschromatografie (GC)
2. Aard van de interactie tussen componenten en stationaire fase.
- Adsorptie
- Verdeling
- Ionenuitwisseling
- Affiniteit
- Exclusie
2 Gaschromatografie
2.1 Scheidingsprincipe
Stoffen met een gelijkaardige structuur
(dezelfde organische klasse) zullen
zuiver op kookpunt worden
gescheiden.
Bv. Reeks alcoholen of alkanen.
Polariteit is heel belangrijk. Hier
hebben we een gas als MF, maar gas
heeft GEEN polariteit. We hebben de
polariteit van de SF en van de
componenten in het mengsel. Maar
toch hebben we de MF nodig voor de beweging anders gaat er niets gebeuren. Als ze een
kookpunt hebben, hebben ze ook een vluchtigheid. De overgang van vloeistof naar gas. Elk
gas heeft een uniek kookpunt, dit heeft een rol op de tijd hoelang je kolom zal nodig hebben.
De scheiding wordt gebaseerd op kookpunt en polariteit van de componenten.
homogene reeks =
Dit zijn allemaal alkanen (CxHy), dus het is een homologe reeks
(dezelfde soort moleculen). Alkanen zijn apolair, ze zijn even
apolair ong dus het kookpunt zal hier een grote rol spelen.
Geen homologe reeks → Hoe polairder hoe langer
ze in de colom blijven (grote retentietijden).
2.2 Blokschema
Heel weinig volume injecteren. Zodat ze ineens van de
vloeistoffase naar de gasfase gaat.
2
, Expansie = de ruimte waar de druppel zich in gaan gaat kleiner zijn dan dat dit een gas
wordt.
2.2.1 Split/splitless injector
Splitverhouding of –ratio:
Bv. 1:50 of 1:200
= (kolom flow )/(split flow)
- Kolom flow is het begin van de kolom, daartussen
zit nog een heel stuk.
- Het rode is het septum (een rubber dat de
buitenwereld afsluit van alles dat in de GC zit.
- De naald gaat hierdoor en dan komt deze in een
liner (een buisje tussen de septum en kolom)
terecht, in de liner (heel warme zone) gaat het gas
ontstaan. Hou je altijd aan de injectievolumes.
- Ons staal verdampt in de liner, nu komt er beweging in. Je plakt een getal op de
flows.
- Purge flow ( = N2, om te vermijden dat het septum gecontamineerd is, 3ml/min), split
flow (= N2, , kolom flow (= bepaald hoesnel het gas in de kolom is, geeft snelheid
van de MF aan/dragersgas, ong 0,4ml/min = N2) zitten standaard in een instrument.
- De som is de totale flow.
Principe
- Staartvorming als de piek niet scherp is. Bij
splitless is de conclusie dat de vloeistof
volledig naar de kolom gaat en dus komt er te
veel staal op de kolom. Terwijl bij split zal het
volume verdeeld worden tussen de kolom wat
er oorspronkelijk in komt (1 deel van de 1ul)
en de rest zal naar de split flow gaan en er zo
uit gaan (15 delen van de 1ul) en deze delen
komen NOOIT op de kolom. Dit geeft een
veel beter resultaat. “1:15” noemen we de split ratio. Holoflow = een constante, daar
mag je NIET aankomen = 0,4 ml/min (van deemter). 1/100 → 0,4/40 (regel van
drie).
EXAMENVRAAG: hoe je dit moet berekenen.
vb. Hoe groot is de split flow? Welk gas wordt gebruikt voor deze split flow?
- Kolomflow = 2 ml/min
- Split Flow moet groter zijn dan de
kolomflow want we hebben een split.
3