Algemene inleiding in het recht:
Waar komen we recht tegen?
Verkiezingen kieswet, grondwet. Staatrecht
Bouw (van een schutting) je gaat overeenkomst aan.
Bestuursrecht
Fiets kopen op de grote markt overeenkomst, strafrecht.
Privaatrecht
Werken in een supermarkt arbeidsovereenkomst, contracten.
Privaatrecht.
Ontslagen worden arbeidsrecht
Een bezorgdienst opstarten ondernemingsrecht, privaatrecht,
publiek recht (voor vergunningen).
Een kind krijgen familie recht. Privaatrecht & publiekrecht
Toestemming cookies privacy. Privaatrecht
Functies van het recht:
Normatieve functie (bijv. discriminatie, moord, incest etc.) Zelfde
gedragsregels naleven, zoals niet opeens iemand vermoorden.
, Geschil oplossende functie de rechterlijke macht die oordeelt of
iemand moet worden gestraft. (Verbod op eigenrichting, zoals wraak
nemen is niet toegestaan)
Additionele functie aanvullend. Als partijen vergeten zijn op een
bepaald punt afspraken te maken, geeft het recht aan welke regel
geldt.
Instrumentele functie vaak in strafrecht zoals verkeersregels om
verkeer op orde te gebruiken, dus een instrument.
- Wet in formele zin dit is een wet die tot stand is gekomen door
regering en Staten-Generaal gezamenlijk. Bepalend is hier wie de
wet heeft gemaakt.
- Wet in materiele zin iedere regeling van een wetgever die
geschreven is voor een onbepaald aantal en dus niet bij de naam
genoemde personen (iedereen).
(Als de provinciale staten of gemeenteraad besluiten nemen die
gelden voor iedereen in de gemeente of provincie dus op die
personen betrekking hebben is dit een wet in materiele zin) op
provinciaal of gemeentelijk niveau worden geen wetten in formele
zin uitgevaardigd.
Combinatie hiervan is mogelijk!
Rechtsbronnen:
- De wet- en regelgeving verschillende niveaus
Hiërarchie bij wet-/regelgeving: hogere wet gaat voor lagere wet.
Latere wet gaat voor een eerdere wet. Bijzondere wet gaat voor een
algemene wet.
, - De gewoonte
Komt nog weinig voor, vroeger veel meer. 2 voorwaarden: 1e:
herhaling van gedragingen (een vaste gedragslijn). 2e: het als plicht
zien om de gedragingen te doen (rechtsplicht)
- De rechtspraak/jurisprudentie
Vonnissen = wordt als hoofdregel door de rechtbank gegeven.
Arresten = wordt gewezen door een gerechtshof en de Hoge Raad.
Beschikkingen = gaat vaak om zaken zonder conflict. Bijv.
toekennen van vergunning
Uitspraken = wordt als einde aangeduid van een juridische
procedure (vonnissen, arresten en beschikkingen zijn vormen van
uitspraken) verwijst naar elke formele beslissing die wordt gemaakt
door een rechter of rechtscollege
Uitleg van… en. Toepassing in…. Waarom bron van recht? Om te
vergelijken met andere situaties.
- Het verdrag
Internationale overeenkomst/afspraak tussen 2 of meerdere staten.
Bilateraal = een verdrag tussen 2 staten. Of multilateraal = een
verdrag tussen meer dan 2 staten.
Onderscheidingen in het recht:
1. Objectief en subjectief recht
- Objectief: het geheel van normen en regels uit de in ons land
erkende rechtsbronnen voortvloeit. Het geheel van recht bijv. er mag
gestemd worden.
- Subjectief: een persoonlijke bevoegdheid van een bepaald persoon.
Bijv. stemrecht.
2. Materieel en formeel recht
- Materieel: inhoudelijk d.w.z. rechten en plichten. Het gaat over wat
men wel en niet mag, welke rechten en plichten men heeft. Bijv.
recht op televisie.
- Formeel: proces, regels formeel recht = procesrecht. Bevat de regels
die men moet volgen om het materiele recht te verwezenlijken. Het
geeft aan waar men gerechtelijke stappen moet ondernemen en hoe
ze dat doen met welke termijnen. Bijv. je hebt een advocaat nodig.
3. Dwingend en aanvullend recht
- Dwingend: woorden als MOETEN, afwijkingen zijn nietig (mag niet
bestaan, want komt in strijd met wet), strijd met openbare orde of
goede zeden.
, - Aanvullend: hiervan mag je altijd afwijken, de enige voorwaarde is
dat beide partijen hiermee akkoord gaan. Als personen zelf niet
hebben afgesproken of als partijen zelf mogen regelen. (Woorden als
KUNNEN)
4. Privaat- en publiekrecht
- Privaatrecht (civiele/burgerlijk recht genoemd): burgers onderling.
(Personen- en familierecht, vermogensrecht, ondernemingsrecht)
- Publiekrecht: overheid tegenover burger. (Bijv. strafrecht, staatsrecht
en bestuursrecht)
HC 2 Staatsrecht
Waarover gaat het staatsrecht?
Constitutionele recht:
- Hoe ziet het staats-/overheidsapparaat eruit?
- Invloed bewoners op samenstelling staatsorganen.
Grondrecht:
- Bescherming burgers. Tegen de overheid.
Klassiek grondrecht een overheidsonthouding/staatsonthouding. Het
biedt de burgers bescherming tegen de overheid (art. 1 t/m 17 jo 23 GW)
Sociale grondrecht overheid moet ingrijpen en burgers (sociale)
bescherming bieden (art. 18 t/m 23 GW)
- Geen hiërarchie in grondrechten. Daarnaast hebben ze een
horizontale werking!
Staatsinrichting:
Waar komen we recht tegen?
Nederland is een constitutionele monarchie
Op basis van een grondwet (=constitutie)
Monarchie staatshoofd komt uit koningshuis (=monarch)
Kenmerken van een staat:
1. De aanwezigheid van een volksgemeenschap.
2. Afgegrensd grondgebied, waar de gemeenschap zich bevindt.
3. Hoogste machtsorgaan.
- Machtsorgaan= staatsapparaat = soeverein: de hoogste macht
(intern en extern)