Rawls zou waarschijnlijk voor herverdeling kiezen in een erg ongelijke
samenleving. Achter de sluier van onwetendheid weet niemand welke
positie hij later in de maatschappij zal hebben. Daarom zullen rationele
mensen kiezen voor een samenleving waarin de minstbedeelden zo goed
mogelijk beschermd zijn. Mensen zijn risico-avers en willen vermijden dat
ze zelf in een erg slechte positie terechtkomen.
Volgens Rawls zijn ongelijkheden alleen rechtvaardig wanneer ze de
positie van de minstbedeelden verbeteren. Dat noemt hij het
verschilbeginsel. Daarom kan de staat belastingen heffen en rijkdom
herverdelen om armere groepen beter te helpen.
Toch houdt Rawls ook rekening met economische efficiëntie. Een goed
draaiende economie zorgt voor meer welvaart die verdeeld kan worden.
Hij kiest dus niet voor volledige gelijkheid als dat de economie te sterk zou
schaden. Belastingen en herverdeling zijn volgens hem enkel zinvol zolang
ze de situatie van de minstbedeelden echt verbeteren. Als de economie
door te zware belastingen sterk achteruitgaat, heeft ook de zwakste groep
daar geen voordeel meer bij.
Rawls probeert dus een evenwicht te vinden tussen vrijheid, economische
efficiëntie en sociale rechtvaardigheid, met speciale aandacht voor de
minstbedeelden.
Hume over wetenschap als geloof
Hume is een empirist: alle kennis komt uit zintuiglijke ervaringen en
ideeën moeten terug te voeren zijn op indrukken. Volgens hem kunnen we
causaliteit nooit echt waarnemen. We zien alleen dat gebeurtenissen vaak
samen voorkomen, maar niet het noodzakelijke verband tussen oorzaak en
gevolg zelf.
Daarom is inductie wetenschappelijk niet volledig zeker: uit het verleden
kunnen we niet bewijzen dat iets in de toekomst opnieuw zal gebeuren.
Hume komt zo tot een scepticisme tegenover wetenschap. Toch
vertrouwen we in de praktijk op wetenschap door gewoontevorming:
omdat dingen vaak samen voorkomen, gaan we geloven dat inductie
klopt. Wetenschap is dus volgens Hume uiteindelijk gebaseerd op “belief”
of geloof, niet op absolute zekerheid.
,Desacralisering van het wereldbeeld
verschillende opties
Desacralisering betekent dat de werkelijkheid haar diepere, religieuze
betekenis verliest en steeds rationeler en wetenschappelijker bekeken
wordt.
1 Moderne wetenschap:
Door de moderne wetenschap wordt de natuur gezien als een
mechanisme dat werkt volgens wetten. Men zoekt niet langer naar
een hoger doel of betekenis, maar naar hoe iets werkt. Daardoor
verdwijnt het sacrale wereldbeeld.
2 Max Weber:
Volgens Weber zorgt rationalisering ervoor dat de samenleving
steeds meer georganiseerd wordt volgens efficiëntie, regels en
bureaucratie. Religie en tradities verliezen invloed en de wereld
wordt “onttoverd”.
3 Karl Marx:
Marx zegt dat de bourgeoisie door kapitalisme alles voortdurend
verandert. Oude tradities en heilige waarden verdwijnen en alles
wordt economisch en materialistisch bekeken. Daardoor wordt de
samenleving gedesacraliseerd.
Milieuadviseur in opdracht van een groot bedrijf.
Een hedonistisch utilitarist handelt volgens het criterium ‘het grootste nut
voor het grootste aantal’. In dit geval zou ze een afweging maken tussen
de kosten en baten, of de pijn en het plezier die hier op het spel staat. Het
lijkt beter het rapport niet op te sturen, want daarmee dreig je het bedrijf
in moeilijkheden te brengen, waardoor misschien veel jobs op de tocht
staan, terwijl de gezondheidsrisico’s voor de werknemers misschien maar
van beperkte omvang zijn.
Een regelutilitarist zou een regel opstellen waarvan ze inschat dat de
systematische naleving ervan zal zorgen voor het grootste nut voor het
grootste aantal. Stel dat de werknemers en het bredere publiek achteraf te
weten komen dat het risico eigenlijk al gekend was. Dit zal het vertrouwen
en de goede naam van het bedrijf en van jezelf schaden, en dat kan op
termijn zorgen voor minder nut. Het volgen van de regel ‘altijd correct
informatie verschaffen’ zal wellicht een groter nut opleveren: eerlijk duurt
het langst.
, Als je Kants ethiek volgt, moet je ook een regel volgen, en nagaan of die
overeenkomt met de categorische imperatief in zijn twee formuleringen:
kan de regel veralgemeend gedacht of gewild worden? En wordt de mens
hier niet als louter middel gebruikt? Informatie achterhouden is geen regel
die universeel kan worden gemaakt, want die regel zou zichzelf
tegenspreken. Je kan ook argumenteren dat de werknemers hier niet in
hun waardigheid worden erkend (hun recht om de waarheid te kennen
wordt hier miskend), en ze dus in zekere zin als louter middel en niet als
doel op zich worden gezien. Volgens Kant zou je de tekst dus niet op
verdraaide wijze mogen vertalen.
Noot: de meeste studenten hadden hedonistisch utilitarisme juist, maar
velen gingen de mist in bij de andere twee theorieën. De meest
voorkomende fouten:
- studenten stellen soms dat het regelutilitarisme betekent dat je het
grootste nut voor het grootste aantal moet nastreven en daarbij ook
rekening moet houden met de bedrijfsregels. Dit is niet waar het
regelutilitarisme over gaat: dat berekent het nut van regels i.p.v. het
nut van handelingen. Je moet dus een regel kiezen die het grootste
nut oplevert. Die regel zou kunnen zijn: ‘ik moet altijd de
bedrijfsregels volgen’, want dat zorgt voor het grootste nut. De
‘regel’ waarover het in het regelutilitarisme gaat is dus een morele
regel, een andere regel dan de bedrijfsregels zelf; hij kan ook perfect
afwijken van de feitelijk geldende bedrijfsregels.
- Sommige studenten schrijven dat je volgens Kant naar de intentie
moet kijken: is de intentie goed, dan is de handeling ook goed. Dat is
op zich juist, maar is eigenlijk geen toepassing van Kants ethiek. Om
Kant toe te passen, moet je het over de categorische imperatief
hebben. Het is niet eender welke intentie waarin Kant geïnteresseerd
is: het is de intentie om de categorische imperatief te volgen.
Dworkin over een ongelijke samenleving
Dworkin stelt dat ongelijkheid niet noodzakelijk onrechtvaardig is. Hij
verdedigt een verantwoordelijkheidsgevoelig egalitarisme, waarbij een
onderscheid wordt gemaakt tussen ongelijkheid die voortkomt uit eigen
keuzes en ongelijkheid die het gevolg is van brute pech. Enkel ongekozen
ongelijkheid is volgens hem onrechtvaardig. Wanneer iemand bijvoorbeeld
minder welvarend is door eigen keuzes, hoeft de samenleving dit niet
volledig te corrigeren. Wanneer ongelijkheid daarentegen ontstaat door
omstandigheden waarvoor iemand niet verantwoordelijk is, zoals afkomst
of handicap, moet de samenleving ingrijpen.
Om te bepalen of een verdeling rechtvaardig is, ontwikkelt Dworkin
de envy test. Iedereen beschikt over een bepaalde bundel van goederen