Samenvatting – leerdoelen
Heerdt, K.J.W. ter (Kamiel)
,Inhoudsopgave
Rechtswetenschap 1
Inhoudsopgave 2
Leerdoelen 3
Thema 1 – Recht en andere systemen van algemene regels 3
Thema 2 – De democratische rechtsstaat 6
Thema 3 – Rechtspraak 10
Thema 4 – Rechtsbronnen 14
• De rechtsbronnen (1): wetgevende bevoegdheid, typen van
wetgeving, toetsing 14
• De rechtsbronnen (2): voorrangsregels, toetsing, de
rechtsbronnen jurisprudentie, gewoonterecht en
rechtsbeginselen 17
• De rechtsbronnen (3): internationaal recht, verdragen en
toetsing aan verdragen 19
Thema 5 – Rechtsvinding 24
• Rechtsvinding (1): wetstoepassing en wetsinterpretatie 24
• Rechtsvinding (2): autonome(re) vormen van rechtsvinding,
evaluatieve terminologie, belangenafweging, toepassing van
rechtsbeginselen 26
Thema 6 – Materieel strafrecht 29
• Materieel strafrecht (1) 29
• Materieel strafrecht (2) 31
Thema 7 – Vermogensrecht 35
• Het vermogensrecht in vergelijkend perspectief (1):
rechtssubjecten, rechtshandelingen en verbintenissenrecht 35
• Het vermogensrecht in vergelijkend perspectief (2): het
materiële vermogensrecht 37
Thema 8 – Handhaving in het publiekrecht 42
2
,Leerdoelen
Thema 1 – Recht en andere systemen van algemene regels
Vragen & Kernwoorden Aantekeningen
Normatieve/prescriptieve vs. • Descriptief/Feitelijk (beschrijvend):
Descriptieve/feitelijke – Discipline die zich bezighoudt met het beschrijven van de feitelijke werkelijkheid
beweringen -> beschrijven hoe de wereld is.
– Descriptieve uitspraken (algemene regels) kunnen ‘waar’ of ‘onwaar’ zijn.
> Wetenschappelijke disciplines zoals geneeskunde, natuurkunde en sociologie
zijn descriptief.
• Normatief/Prescriptief (voorschrijvend):
– Discipline die zich bezighoudt met prescriptie: het voorschrijven van gedrag ->
het gaat niet om hoe de werkelijkheid is, maar hoe deze in een wenselijk situatie
zou moeten zijn.
– Als een rechtsregel wordt overtreden, betekent dit niet dat de regel onwaar is,
maar dat de norm is geschonden.
> Rechtswetenschap is een normatieve discipline.
Empirisch onderzoek • Empirisch onderzoek is de methode van descriptieve wetenschappen (zoals
natuurkunde of sociologie) om te toetsen of een bewering over de werkelijkheid
klopt.
– Doormiddel van experimenten wordt gecontroleerd of de feitelijke beschrijving
juist is.
– Rechtswetenschappers doen geen empirisch onderzoek om de geldigheid van
rechtsregels vast te stellen; zij bestuderen de norm zelf.
> In geval van rechtssociologie kan wel (descriptief) empirisch onderzoek
gedaan worden naar de werking van een regel in de praktijk.
Normatieve kennisdomeinen • Er zijn vier systemen die menselijk gedrag ordenen en voorschrijven wat
“wenselijk” is. Ze overlappen vaak maar verschillen in bron:
– Godsdienst: Regels gebaseerd op de verering van een opperwezen of
goddelijke openbaring.
– Moraal: Regels die voortkomen uit het menselijk geweten en ethiek (vraagstuk:
“wat maakt iemand een goed mens?”).
– Fatsoen: Regels van uiterlijke gepastheid en etiquette (bijv. “niet in je neus
peuteren” of “een bloemetje meenemen”).
– Recht: Algemene regels die door de overheid worden vastgesteld en
afgedwongen.
Waarden/beginselen vs. • Een normatief (voorschrijvend) systeem bestaat uit waarden/beginselen en
Normen normen:
– Waarden: Fundamentele, abstracte idealen die men waardevol vindt (bijv.
vriendschap, gezondheid, rechtszekerheid).
– Normen (Gedragsregels): Concrete regels die bedoeld zijn om die waarden te
verwezenlijken of te beschermen.
> Bijv. Als men ‘gezondheid’ (waarde) belangrijk vindt, volgt daaruit de regel
‘voldoende slapen en sporten’ (norm).
– Rechtsbeginselen: Dit zijn fundamentele waarden binnen het recht (zoals
rechtsgelijkheid, rechtszekerheid en proportionaliteit) die ten grondslag liggen
aan concrete rechtsregels.
Verschillen/overeenkomsten • Overeenkomst: Beide zijn normatieve systemen die wenselijk gedrag
tussen recht en moraal voorschrijven. Inhoudelijk komen ze vaak overeen (bijv. “gij zult niet doden” is
zowel een morele als juridische norm).
• Verschil in Binding/Dwang:
– Naleving van moraal (en godsdienst/fatsoen) is uiteindelijk een keuze van het
eigen geweten.
> De sanctie is wroeging of sociale afkeuring, maar geen staatsdwang.
– Het recht is dwingend en bindend voor iedereen, ongeacht instemming.
> De overheid dwingt naleving af met sancties (boetes, gevangenisstraf).
• Historische ontwikkeling:
3
, – In premoderne samenlevingen waren recht, moraal en religie één
onoverzichtelijk geheel. I
> n de moderne samenleving is het recht ‘losgekoppeld’ -> dit zorgt voor
rechtszekerheid en ruimte voor individuele gewetensvrijheid.
Geldend/Positief recht vs. • Gelden recht/Positief recht
Natuurrecht – Definitie: Positief recht (ius postium) is het door de mens vastgestelde
(‘gestelde’) recht dat op een bepaald moment en een bepaalde plaats officieel
geldt.
– Rechtspositivisme: De opvatting dat er uitsluitend recht bestaat voor zover het
door de mens is vastgesteld via erkende rechtsbronnen.
> Morele normen zijn geen recht zolang ze niet in een rechtsbron zijn
vastgelegd.
– Voordeel: Duidelijkheid en rechtszekerheid. De rechter past de regels toe die
democratisch zijn vastgesteld zonder zelf morele oordelen te vellen.
• Natuurrecht/Natuurrechtsdenken
– Definitie: De opvatting dat er fundamentele rechtsnormen bestaan die
‘ingebakken’ zitten in de menselijke natuur of schepping, onafhankelijk van de
overheid.
– Kenmerken: Deze normen zijn universeel (gelden overal) en onveranderlijk.
– Geldigheid: Natuurrechtdenkers zien het positieve recht als aanvulling. Echter,
als positief recht in strijd is met fundamenteel natuurrecht, beschouwen zij het
positieve recht als ongeldig.
• Extreme omstandigheden:
– In extreme situaties (zoals nazi-wetgeving) vallen juristen soms terug op het
natuurrecht om ‘geldige’ wetten ongeldig te verklaren wegens strijd met
fundamentele menselijkheid.
Samenhang tussen • Genus- en Speciesbegrippen:
rechtsbegrippen – Genus: Een verzamel- of paraplubegrip (bijv. ‘dier’ of ‘geldend recht’).
– Species: Een subcategorie of ondersoort van het genus (bijv. ‘zoogdier’ of
‘geschreven recht’)
• Uitsluiting versus Overlapping:
– Uitsluiting: Als een genus wordt onderverdeeld op basis van één criterium,
sluiten de species elkaar uit (bijv. recht is óf ongeschreven óf geschreven).
– Overlapping: Als er meerdere criteria door elkaar lopen, ontstaat overlap.
‘Publiekrecht’ en ‘materieel recht’ sluiten elkaar niet uit, omdat ze voortkomen
uit verschillende indelingen.
• Synoniem en Homoniem:
– Synoniem: Verschillende woorden voor hetzelfde begrip (bijv. Privaatrecht =
Burgerlijk recht = Civiel recht).
– Homoniem: Eén woord met meerdere betekenissen. Het woord ‘recht’ kan
verwijzen naar objectief recht (het geheel van regels, law) of subjectief recht
(een individuele bevoegdheid, right).
Rechtsbronnen • Het Nederlandse recht kent volgens de literatuur zes rechtsbronnen:
1. De wet;
2. De jurisprudentie (rechtspraak);
3. De gewoonte;
4. Verdragen (en besluiten van int. Organisaties);
5. Algemene rechtsbeginselen;
6. Beleidsregels.
> Beleidsregels is betwistbaar als ‘algemene’ rechtsbron, omdat deze specifiek
binnen het bestuursrecht horen.
• Geschreven vs. Ongeschreven recht:
– Geschreven recht: Recht vastgelegd in documenten door regelgevers. Omvat:
Wet, Verdrag, en Beleidsregels.
– Ongeschreven recht: Niet expliciet vastgelegd in wetgeving. Omvat:
> Gewoonterecht: Vereist langdurig gebruik (usus) en de overtuiging dat het
bindend is (opinio juris).
> Jurisprudentie: Hoewel uitspraken op papier staan, is de regel die eruit
voortvloeit gevormd door de rechter en niet de wetgever
(precedentenwerking).
» Bovendien noemt de wet (art. 6:162 BW) het zelf ongeschreven recht.
4