● Spruit et al. (2020) — Meta-analyse naar de relatie tussen onveilige gehechtheid en
depressie bij jeugdigen (𝑟 =. 31).
● Mercera et al. (2020) — Kenmerken en meervoudige problematiek van residentiële
jeugdigen met een LVB vs. Zwakbegaafdheid.
● Vermaes & Nijhof (2014) — Risicofactoren en verschillen tussen JeugdzorgPlus
(gesloten) en open residentiële jeugdzorg.
● Leloux-Opmeer et al. (2017) — Doelgroepverschillen tussen pleegzorg,
gezinshuizen en residentiële jeugdhulp.
● Van der Helm, Kuiper & Stams (2018) — Leefklimaat op T1 voorspelt
behandelmotivatie op T2 via de Zelfdeterminatietheorie (β =. 278).
College 8: Jeugdzorg II — Professionele opvoeder-kindrelatie & Leefklimaat
● Leipoldt et al. (2019) — Systematische review van de determinanten en uitkomsten
van het sociaal leefklimaat op de leefgroep.
● Orlowski III, Bender & Karver (2023) — Meta-analyse naar clinicusgedrag en
alliantie-opbouw bij jongeren.
● Pinheiro et al. () — Socio-ecologisch model van relatiekwaliteit en
organisatorische belemmeringen (personeelsverloop, werkdruk).
● Roest et al. (2023) — Meta-analyse naar de relatie tussen therapeutische alliantie en
behandeluitkomsten (𝑟 =. 17).
College 9: Relaties tussen ouders en professionele opvoeders (Contextoverschrijdend)
● Erdem & Kaya (2020) — Meta-analyse ouderbetrokkenheid en schoolprestaties
(expectations 𝑟 =. 29 vs. control𝑟 =−. 10).
● Fukkink et al. (2019) — Vergelijkend onderzoek naar de pedagogische kwaliteit van
Ouderparticipatiecrèches (OPC).
● Otero-Mayer et al. (2026) — Uitbreiding van kwaliteitsdimensies met de
ouder-professional relatie in ECEC.
● Sheridan et al. (2019) — Meta-analyse familie-school interventies (Conjoint
Behavioral Consultation / TAPP).
● (In het college tevens besproken: Ma et al. (2016) en Hill & Tyson (2009)).
College 10: Jeugdzorg III — Relaties tussen ouders en professionals in de Jeugdzorg
, ● Tang et al. () — Systematic review Family-Centered Practice (FCP) in
de residentiële jeugdzorg.
● Blankestein et al. (2022) — Gezinsgerichte stafhouding voorspelt een kortere
residentiële opnameduur (𝑏 =− 27. 05).
● Welmers-van de Poll et al. (2018) — Gedeeld ouderschap (shared parenting) en
alliantie-opbouw bij uithuisplaatsing.
● Welmers-van de Poll et al. (2021) — Balans tussen engageren en positioneren bij
jeugdbescherming in het dwingend kader.
● Broekhoven et al. (2023) — Implicaties van FCP op ouderbetrokkenheid vs.
probleemgedrag in JeugdzorgPlus.
College 11: Interprofessioneel werken
● Verheijen-Tiemstra, Ros & Vermeulen (2020) — 5 dimensies van
interprofessionele samenwerking (RMGZ) en het Calimero-effect.
● Fukkink & Lalihatu (2020) — Realist synthesis van interprofessionele
samenwerking (GEARS-model) en het gebrek aan klinische integratie.
● Ooms et al. () — Europese vergelijking van interprofessionele
samenwerking in geïntegreerde vs. gesplitste systemen.
, Hoorcollege 7
Spruit et al. (2020)
- Achtergrond & Doel: Hoewel eerdere meta-analyses keken naar de brede relatie
tussen onveilige gehechtheid en algemene internaliserende problemen, onderzochten
Spruit et al. (2020) voor het eerst specifiek de kwantitatieve samenhang tussen
onveilige gehechtheid aan primaire opvoeders en depressieve
symptomen/stoornissen bij kinderen en adolescenten (0–23 jaar).
- Belangrijkste Resultaten & Effectmaten:
○ Hoofdeffect: Er werd een significante, middelgrote correlatie gevonden van
𝑟 =. 31 tussen onveilige gehechtheid en depressie bij jeugdigen.
○ Moderatoren: Uit multivariate analyses bleek dat de sterkte van het verband
significant beïnvloed wordt door het type gehechtheid
(desorganisatie/onveiligheid), het gehanteerde meetinstrument, het land van
onderzoek, het onderzoeksdesign (longitudinaal vs. cross-sectioneel) en
geslacht.
- Tentamenimplicaties & Klinische Belang: Onveilige gehechtheid is een directe
risicofactor en voorspeller voor het ontstaan van depressie. In de jeugdzorgpopulatie
— waarin onveilige hechtingsstijlen oververtegenwoordigd zijn — is een standaard
depressiebehandeling onvoldoende als de hechtingsrelatie met opvoeders niet
expliciet in de behandeling wordt meegenomen.
Mercera et al. (2020)
- Achtergrond & Doel: Exploratief onderzoek naar de individuele en contextuele
kenmerken en zorgbehoeften van jeugdigen in residentiële observatie- en
behandelcentra (zoals De Hondsberg) die functioneren op het niveau van een licht
verstandelijke beperking (LVB, IQ 50–70) of zwakbegaafdheid (ZB, IQ 71–85)
- Belangrijkste Resultaten:
○ Stapeling van Problemen: Bij 63,0% van de jeugdigen was sprake van een
gelijktijdige opeenstapeling van problemen op alle vier de niveaus: kind-,
ouder-, gezins- én omgevingsniveau.
○ Kindkenmerken: 69,4% had medische problemen, 53,7% gebruikte
psychofarmaca, 50,0% scoorde klinisch op gedragsproblemen (CBCL) en bij
89,8% was sprake van een bijkomende DSM-classificatie (o.a.
hechtingsstoornis 46,3%, ASS 36,1%, ADHD 25,9%).
○ Gezins- en Omgevingskenmerken: 87,0% maakte minstens één ingrijpende
levensgebeurtenis/trauma mee, 66,7% had gescheiden biologische ouders, bij
34,3% gold een kinderbeschermingsmaatregel en 44,4% had al eerdere
residentiële of pleegzorgplaatsingen achter de rug.
○ IQ-Vergelijking (Cruciale Bevinding): Er werden géén significante
verschillen gevonden tussen de IQ-groep 50–70 (LVB) en 71–85 (ZB) qua
, soort en aantal aanwezige problemen. Enige uitzondering: de zwakbegaafde
groep liet zelfs een hoger aantal ingrijpende jeugdervaringen zien.
- Tentamenimplicaties: Het louter indelen of toewijzen van zorg op basis van
IQ-cijfers is achterhaald en ontoereikend. Er moet primair gekeken worden naar het
adaptief functioneren en de individuele mix van individuele en contextuele
risicofactoren. De complexe problematiek vraagt om een multidisciplinaire,
systemische en traumasensitieve aanpak.
Vermaes & Nijhof (2014)
- Achtergrond & Doel: Systematische vergelijking van statische en dynamische
risicofactoren tussen jongeren in JeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg) en jongeren in
de open residentiële jeugdzorg, geanalyseerd via het Risk-Need-Responsivity (RNR)
model en het Meervoudig Risicomodel van Van der Ploeg.
- Belangrijkste Resultaten & Verschillen per Domein:
○ Gezinskenmerken: Beide groepen verschilden niet qua dynamische
gezinskenmerken (zoals ouderlijke psychiatrische problematiek, delinquentie
van ouders of opvoedingsstijl). Biologische ouders van
JeugdzorgPlus-jongeren waren wel vaker gescheiden (𝑑 =. 34).
○ School: Jongeren in JeugdzorgPlus vertoonden significant meer
spijbelgedrag (𝑑 =. 51) en hadden vóór opname vaker géén binding meer
met school (29% vs. 6%, 𝑑 =. 63).
○ Vrije tijd & Leefstijl: JeugdzorgPlus-jongeren vertoonden significant meer
risicovol gedrag (𝑑 = 1. 54), hoger softdrugsgebruik (63,2% vs. 25,0%,
𝑑 =. 79), hoger harddrugsgebruik (13,2% vs. 2,7%, 𝑑 =. 41) en waren
vatbaarder voor negatieve invloed van leeftijdsgenoten (78,9% vs. 50,9%,
𝑑 =. 64).
○ Trauma & Sociale Steun: Jongeren in JeugdzorgPlus waren vaker seksueel
misbruikt (18% vs. 8%, 𝑑 =. 30). Jongeren in de open jeugdzorg waren
daarentegen vaker pedagogisch verwaarloosd (34% vs. 13%, 𝑑 =. 41) en
ervoeren meer problemen in hun sociale netwerk (𝑑 =. 60).
○ Gedrag & Persoonlijkheid: JeugdzorgPlus-jongeren lieten meer proactieve,
hardnekkige en agressieve/antisociale gedragsproblemen zien, gekoppeld
aan een lagere frustratietolerantie, woede-uitbarstingen en een negatief
zelfbeeld.
● Tentamenimplicaties: Jongeren in JeugdzorgPlus hebben een zwaardere en meer
verankerde problematiek. De gesloten plaatsing wordt primair ingezet vanuit het
oogpunt van bescherming tegen onttrekking aan zorg en gevaar voor zichzelf of de
omgeving.