RAPPORTEREN
STROOMDIAGRAM EN OBSERVATIEVERSLAG
STROOMDIAGRAM:
Situatie:
Geef alle relevante gegevens i.v.m. je observatiepersoon.
Bijvoorbeeld:
- Persoonlijke gegevens: naam, leeftijd, geslacht, beroep, opleiding…
- Persoonlijke geschiedenis: life-events.
- Belangrijke medische informatie.
- Samenstelling van het netwerk
- Karakter en persoonlijkheid.
- Aard en frequentie van de problemen.
Analyse
- Welke krachten zijn aanwezig
- Welke gedragingen en zienswijzen bij de gezinsleden kunnen mogelijke
oplossingen bevorderen of juist bemoeilijken?
Ondersteuningsvragen
- Welke vragen stelt jouw observatiepersoon?
- Wat heeft hij/zij nodig? Welke noden/wensen zie of hoor je?
- Wat wil hij/zij bereiken?
Hypothese
- Wat denk jij dat er hier aan de hand is?
- In deze fase ga je alle info die je verworven hebt tot een geheel maken.
- Wat is jouw veronderstelling omtrent de verbanden tussen de gegevens en de
onderlinge beïnvloeding van zienswijzen, ervaringen en gedragingen van de
verschillende gezinsleden m.b.t. de problematieken?
- Wat kan het gedrag van iemand anders betekenen voor de persoon die je
observeert?
Interventiemogelijkheden
, - Doe een brainstorm over hoe jullie een antwoord willen bieden op de
ondersteuningsvraag van jouw cliënt. Voorzie minstens 5 interventies die jij als
OGP kan begeleiden.
Keuze
- Je gaat een keuze maken uit de interventies die uit jullie brainstorm kwamen.
Waar ga jij je prioriteiten leggen. Beargumenteer! Waarop baseer jij je om deze
keuze te maken?
Actie
Doelstellingen worden steeds
- SMART geformuleerd
- POSITIEF geformuleerd
- vanuit de persoon zelf geformuleerd
- geformuleerd alsof ze al bereikt zijn
- en formuleer doelen die verandering teweeg brengen!
Dit gaat over HOE jij/je cliënt de doelstellingen gaat bereiken.
Hou rekening dat ook de acties haalbaar (aanvaard), realistisch en concreet moeten
zijn.
Elementen uit de beeldvorming komen hierin terug.
Krachten inzetten!!
Rekening houden met belemmeringen.
Netwerk betrekken.
Enkele vraagjes:
• Wat moet er gebeuren?
• Hoe moet dit gebeuren?
• Wie gaat dit doen?
• Wanneer moet het gebeuren? Moment, duur, frequentie.
• Waar gaat het door?
• Zijn er hulpmiddelen nodig, en zo ja, welke?
Effect
• Hoe en wat ga je rapporteren (ifv evaluatie)
Evaluatie
• Wanneer ga je (tussentijds) evaluatie doen?