Understanding Motivation and Emotion – Reeve
Artikel: Yu & McLellan, 2020
Hoofdstuk 13: Deci & Ryan, 2017
Boek samenvatting MZM
Hoofdstuk 1 - Introductie
Motivatie = een innerlijke en actieve toestand die gericht is op willen, verlangen of iets
veranderen.
Motivatie wetenschap
Een goede theorie moet:
1. Relaties tussen waarneembare fenomenen identificeren
2. Verklaren waarom deze relaties bestaan
Wat veroorzaakt gedrag? → meest fundamentele vraag binnen de motivatie wetenschap
6 specifieke vragen die voortkomen uit deze algemene vraag:
1. Waarom begint gedrag?
2. Waarom wordt gedrag, eenmaal begonnen, volgehouden?
3. Waarom is gedrag gericht op bepaalde doelen en niet op andere?
4. Waarom verandert gedrag van richting?
5. Waarom varieert de
intensiteit van gedrag?
6. Waarom stopt gedrag?
Interne motieven
Motief = een intern proces dat
gedrag aanstuurt en in stand houdt.
,3 specifieke motieven: behoeften, cognities, emoties
Needs (behoeften)
= omstandigheden binnen het individu waarvan de bevrediging noodzakelijk is voor het in
stand houden van het leven en de bevordering van groei en welzijn.
● Biologische behoeften: honger en dorst
● Psychologische behoeften: autonomie, competentie, verbondenheid
Cognities
= mentale gebeurtenissen, zoals gedachten en overtuigingen. 4 soorten gemotiveerde
cognitie: plannen en doelen, mindsets, overtuigingen en verwachtingen, het zelf.
Emoties
= complexe, maar gecoördineerde reacties van gevoel, opwinding, doelgerichtheid en
expressie op belangrijke gebeurtenissen in ons leven. 4 aspecten van emotie:
1. Gevoelens
2. Arousal
3. Doel
4. Expressie
Externe gebeurtenissen en sociale contexten
Externe gebeurtenissen: omgevings-, sociale en culturele omstandigheden die de innerlijke
drijfveren van een persoon beïnvloeden.
Sociale contexten: algemene situaties (verzameling van veel externe gebeurtenissen).
De motiverende kracht van prikkels/beloningen komt door de dopamine afgifte wanneer je
een gewaardeerde beloning verwacht. Het is dus niet de extrinsieke beloning zelf die het
gedrag activeert, maar de dopamine afgifte + de cognitieve verwachting van een toekomstig
voordeel.
Invloed: het sociale proces waarbij iemand de ander vraagt om zijn/haar manier van
denken/gedrag te veranderen.
● Dit is geen motivatie, want motivatie is een privé en intern proces.
Uitingen van motivatie
Motivatie is een persoonlijke en interne ervaring. 5 manieren waarop je emotie kan meten:
gedrag, engagement, psychofysiologie, hersenactiviteit en zelfrapportage
● Gedrag: motivatie is te zien aan: inspanning, reactiesnelheid, keuzes, kans op een
reactie, gezichtsuitdrukkingen en lichaamshoudingen/gebaren
● Engagement
○ Gedragsmatige
betrokkenheid:
geconcentreerd zijn
op de taak en het
, leveren van inspanning.
○ Cognitieve betrokkenheid: mentale inspanning, concentratie,
probleemoplossing.
○ Agentic betrokkenheid: initiatief vertonen om het leerproces te stimuleren.
● Psychofysiologie: het proces waarbij motivatie en emoties veranderingen
veroorzaken in het lichaam en de biologie. Door deze veranderingen vertalen het
brein en lichaam motivatie en emotie naar actie, overleving en prestatie
● Hersenactiviteit: activatie van hersengebieden ligt ten grondslag aan elke
motivationele en emotionele toestand.
● Zelf-rapportage: aan de persoon zelf vragen via interviews/vragenlijsten.
Zelfrapportage kan nuttig/informatief zijn, maar moet altijd worden geverifieerd door
het gedrag, engagement, psychofysiologie en de hersenactiviteit van de persoon.
Kader voor het begrijpen van motivatie en emotie
10 verbindende thema’s
1. Motivatie en emotie maken effectief functioneren mogelijk
2. Motivatie en emotie zijn tussenliggende variabelen
3. Er bestaan verschillende typen motivatie
4. Motivatie onderzoek onthult de menselijke natuur (wat mensen willen)
5. We zijn ons niet altijd bewust van de motivationele basis van ons gedrag
6. Motivationele en emotionele toestanden zijn dynamisch en vaak wederzijds
gerelateerd aan de gebeurtenissen en uitkomsten die ze veroorzaken
7. Motivatie heeft ondersteunende omstandigheden nodig
8. Sommige motivatie strategieën werken beter dan andere
9. Behoeften, cognitie, emoties en welzijn hangen met elkaar samen
, 10. Niets is zo praktisch als een goede theorie
Hoofdstuk 2 - motivatie en emotie in historisch perspectief
Filosofische oorsprong
De wortels van de studie naar motivatie en emotie vinden zich in de oude Grieken
● Plato: motivatie komt voort uit een 3 delige, hiërarchisch geordende geest
○ Meest primitieve niveau (biologisch): te vergelijken met Freud’s id
○ Sociaal niveau: te vergelijken met Freud’s superego
○ Hoogste niveau: besluitvorming vermogens. Te vergelijken met Freud’s ego
Grote theorieën
= allesomvattende theorie die probeert het volledige spectrum van gemotiveerd handelen te
verklaren.
● Voorbeeld: de wil motiveert alle handelingen
De wil
Er zijn verschillende uitingen van de wil: kiezen, streven, weerstand bieden. Maar de wil is
moeilijk te begrijpen.
Instinct
Darwin introduceerde het begrip instinct. Deze kwamen voort uit een fysieke basis; de
genetische aanleg. Om een instinct om te zetten in een impuls tot handelen, was de
aanwezigheid van een geschikte prikkel nodig.
McDougall: instincten zijn irrationele, impulsieve motivatie krachten die het individu op een
specifiek doel richten.
→ Het grootste verschil tussen Darwin en McDougall: de stelling van McDougall was dat
mensen zonder instincten nooit tot actie zouden overgaan.
De logica achter de instinct theorie bleek cirkel redenerend te zijn:
● De oorzaak verklaart het gedrag, maar tegelijkertijd dient het gedrag als bewijs voor
de oorzaak
Drive
Psychologische drive: een biologisch tekort en dit motiveerde gedrag dat in de behoeften
van het lichaam kon voorzien (bv. drinken). 2 drive theorieën:
● Freuds drive theory