→ FORMATIEPROCESSEN
VERSCHILLENDE PARADIGMA’S
CULTUURHISTORISCHE ARCHEOLOGIE
Artefacten in sequenties proberen plaatsen. → post equal people (ladder van ontwikkeling)
Verspreidingsmodel: migratie, diffusionsime heel belangrijk
Typologisch klasseren.
NEW ARCHEOLOGY – PROCESSUELE ARCHEOLOGIE
Het cultuurhistorisch paradigma was niet wetenschappelijk genoeg. Archeologie moest wetenschappelijk
zijn (antropologie, C14, …).Zoeken iets dat doorheen de eeuwen hetzelfde is gebleven.
1
,POSTPROCESSUELE ARCHEOLOGIE
Er is niet één manier om van punt A naar punt B te gaan. → Equifinaliteit: verschillende wegen die naar
dezelfde uitkomst leiden.
Nadruk op context en het individu, hoe individuele beslissingen archeologie beïnvloeden.
Fenomenologie: het zintuigelijke wordt belangrijk
META-MODERNISME
We komen tot het besef dat elk van de vorige stromingen iets zuttig te zeggen had. Mengelmoes van
verschillende paradigma’s. We gebruiken vandaag de dag het goede van al die voorgaande stromingen.
→ pragmatisch en idealistisch (processueel én postprocessueel dus)
Archeologie wordt nu veel meer gezien als iets dat kan bijdragen aan hedendaagse uitdagingen.
(klimaatveranderingen, urbanisatie…)
→ sustainable development goals, SDG’s
We gaan terug naar het processuele: pragmatische technieken (het belang van meten, weten).
Third science revolution: nieuwe toegankelijke wetenschapsmethodes, terugkeer van grote datasets
Maar we verliezen de diversiteit, de agency niet.
Processuele ideeën gecombineerd met post-processuele ideeën.
2
,SOCIO- ECOLOGICAL SYSTEMS (SES), RESILIENCE EN ADAPTIVE CYCLES
Alles is geconnecteerd (economie, biosfeer, politiek, biotoop...).
Systeemdenken van de processuele archeologie waarbij we op minimale schalen zitten van de mens
(agency zelf), tot de samenleving, tot het klimaat…
Alles is continu in veranderning.
Mensen passen zich aan, denken, verhuizen, gaan andere gewassen gebruiken… → die kenmerken zitten
in het systeemdenken nu
Verschillende schalen (kleine, lokale, grote schalen, dingen die heel snel-heel traag veranderen)
→ klimaatverandering, economie
Al die verschillende factoren hebben invloed op elkaar.
DIGITALE ARCHEOLOGIE
Simuleren, parrameters aanpassen, we gaan op zoek naar … op hele kleine schaal
Simuleren door parameters aan te passen, op zoek gaan naar wetmatigheden
Netwerkanalyses simuleren: vanwaar komen alle artefacten?
Simulaties linken aan de archeologische data die we hebben.
Kritiek: te veel focus op de mens als computer
PUBLIEK
Mensen duidelijk maken wat de maatschappelijke rol is van archeologie.
Identiteitvorming door mensen te betrekken bij archeologie
→ Examen: nadruk op de vroegere paradigma’s, dit is eerder ter illustratie om te weten hoe archeologie
evolueert
TOEPASSINGSVRAAG
3
, • Cultuurhistorisch:
o dataset opdelen o.b.v. typologische sequenties, in types plaatsen (verschillende
etniciteiten en verschillende groepen)
o verspreiding door diffusie
▪ de beschaving is slechts in enkele centra ontwikkeld en vandaaruit verspreid
o artefacts = people
▪ overal waar dezelfde artefacten voorkomen, hebben dezelfde soort mensen
geleefd
o beschrijven
• Processueel:
o wetenschappelijke aanpak, vanuit een hypothese, proberen verklaren, testen (deductie)
o “bepaalde types zijn misschien gelinkt aan hoge sociale klassen (bijvoorbeeld door
parallellen te zoeken vandaag de dag)”
o Wetmatigdheden
o Experimentele archeologie
o Proefsleuven en testopgravingen
o Sites en groepen bestuderen vanuit antropologische invalshoek
o Middle range theory
o Verklaren
o Op zoek naar universele wetten binnen cultuur als systeem
o Cultuur = systeem
• Postprocessueel:
o Materiële cultuur = het resultaat van contextueel gedrag door agency
o Fenomenologie
o Equifinaliteit
o Focus op de acties van het individu
o Elke gemeenschap functioneert volgens eigen regels
o Bottum-up
o Contextuele benadering
→ (alle) kernwoorden uit het schema van de stroming moeten in uw antwoord verwerkt zitten
4