D3 Zinnen in context
H8
Waar komt de naam Shantalle vandaan? voorbeeld van taalhandeling
John Austin “How to do things with words”
=> handeling => taal
locutie = het spreken
o vorm
utterance act
spraakklanken / lettertekens
hoe spreek je?
o betekenis
propositional act
referentiële achtergrond
waarover spreek je?
illocutie = tijdens het spreken
o conventionele waarde van zin in communicatieve interactie
o wat heb je gedaan door te spreken?
o actie
perlocutie
o perlocutief doel
= doel spreker met taalhandeling
o perlocutionair effect
= effect taalhandeling
o wat zijn de gevolgen van je spreken?
o reactie
VOORWAARDEN VOOR SUCCESVOL TAALGEBRUIK = FELICITY CONDITIONS
,bv. A belooft aan B om X te doen
propositionele inhoudsregels
o regels die betrekking hebben op inhoud vd taalhandeling
o X is toekomstige handeling van A
voorbereidende regels
o regels die situationele en contextuele omstandigheden vermelden
o A moet weten dat B liever heeft dat hij X wel doet dan niet
o A moet in staat zijn X te doen
oprechtheidsregels
o regels die psychologische ingesteldheid vd spreker aangeven
o A moet de oprechte intentie hebben om X te doen
o A moet zich door zijn belofte verplicht voelen om X te doen
bv. A verontschuldigt zich bij B over een misverstand X
is gebeurt in het verleden
KLASSEN VAN TAALHANDELINGEN
gericht op verdere actie op zichzelf effectief
, sprekergericht COMMISSIVES EXPRESSIVES
engageren spreker tov toehoorder mbt drukken psychologische toestand spreker uit
latere
handelingswijze zich verontschuldigen, bedanken
beloven, dreigen, aanbieden
hoordergericht DIRECTIVES DECLARATIONS
proberen toehoorder tot zekere (INSTITUTIONELE TAALHANDELING)
handelswijze te creëren via coneventionele middelen
brengen toestand
waarin hoorder direct betrokken is
bevelen, vragen, verzoeken, ?
veronderstellen maatschappelijke institutie
spreker vervult specifieke positie in institutie
vervullen
voor geslaagde TH
dopen, ontslaan, oorlog verklaren
referentgericht REPRESENTATIVES (ASSERTIVES)
leggen spreker vast tav waarheid van een
uitspraak
bevestigen, meedelen, concluderen
taalhandeling als deel van groter institutioneel/ritueel gebeuren andere rituele handelingen
magisch karakter van taal iets komt tot stand in werkelijkheid door te zeggen dat het bestaat
geen oprechtheidsregel psychologische houding van spreker doet niet terzake
-> spreker treedt alleen op als officiële vertegenwoordiger van institutie
INDIRECTE TAALHANDELINGEN
, CONVENTIONELE indirecte TH (= als we iets horen, weten we meteen wat er bedoeld wordt)
o uit zinsinhoud kan je afleiden welke indirecte handeling wordt gesteld
o TH indirect realiseren
1 vd felicity conditions uitleggen
o DIRECTIVES
Kun je me het zout doorgeven? letterlijk: ben jij hiertoe in staat? eigenlijk: geef me het
zout
Wil je me het zout doorgeven? letterlijk: ben je hiertoe bereid? eigenlijk: geef
me het zout
Ik zou graag hebben dat je me met rust laat. letterlijk = eigenlijke MAAR… vriendelijker
o EXPRESSIVES (= spijt uitdrukken)
Het spijt me dat ik dat gezegd heb. verwijst naar oprechte spijt -> nog steeds best sterk
Dat ongeluk was mijn schuld. ‘de schuld wegnemen’
Wat ik gezegd heb wwas onbeleefd. je beseft dt je fout bent
NIET-CONVENTIONELE indirecte taalhandeling
o context is nog belangrijker
o uit zinsinhoud alleen kan je NIET afleiden welke indirecte handeling
o opluchting / verzoek
o Het is hier fris. context nodig
o U gaat morgen naar Polen. wat gaat die daar doen? positief of negatief? -> context nodig
H8
Waar komt de naam Shantalle vandaan? voorbeeld van taalhandeling
John Austin “How to do things with words”
=> handeling => taal
locutie = het spreken
o vorm
utterance act
spraakklanken / lettertekens
hoe spreek je?
o betekenis
propositional act
referentiële achtergrond
waarover spreek je?
illocutie = tijdens het spreken
o conventionele waarde van zin in communicatieve interactie
o wat heb je gedaan door te spreken?
o actie
perlocutie
o perlocutief doel
= doel spreker met taalhandeling
o perlocutionair effect
= effect taalhandeling
o wat zijn de gevolgen van je spreken?
o reactie
VOORWAARDEN VOOR SUCCESVOL TAALGEBRUIK = FELICITY CONDITIONS
,bv. A belooft aan B om X te doen
propositionele inhoudsregels
o regels die betrekking hebben op inhoud vd taalhandeling
o X is toekomstige handeling van A
voorbereidende regels
o regels die situationele en contextuele omstandigheden vermelden
o A moet weten dat B liever heeft dat hij X wel doet dan niet
o A moet in staat zijn X te doen
oprechtheidsregels
o regels die psychologische ingesteldheid vd spreker aangeven
o A moet de oprechte intentie hebben om X te doen
o A moet zich door zijn belofte verplicht voelen om X te doen
bv. A verontschuldigt zich bij B over een misverstand X
is gebeurt in het verleden
KLASSEN VAN TAALHANDELINGEN
gericht op verdere actie op zichzelf effectief
, sprekergericht COMMISSIVES EXPRESSIVES
engageren spreker tov toehoorder mbt drukken psychologische toestand spreker uit
latere
handelingswijze zich verontschuldigen, bedanken
beloven, dreigen, aanbieden
hoordergericht DIRECTIVES DECLARATIONS
proberen toehoorder tot zekere (INSTITUTIONELE TAALHANDELING)
handelswijze te creëren via coneventionele middelen
brengen toestand
waarin hoorder direct betrokken is
bevelen, vragen, verzoeken, ?
veronderstellen maatschappelijke institutie
spreker vervult specifieke positie in institutie
vervullen
voor geslaagde TH
dopen, ontslaan, oorlog verklaren
referentgericht REPRESENTATIVES (ASSERTIVES)
leggen spreker vast tav waarheid van een
uitspraak
bevestigen, meedelen, concluderen
taalhandeling als deel van groter institutioneel/ritueel gebeuren andere rituele handelingen
magisch karakter van taal iets komt tot stand in werkelijkheid door te zeggen dat het bestaat
geen oprechtheidsregel psychologische houding van spreker doet niet terzake
-> spreker treedt alleen op als officiële vertegenwoordiger van institutie
INDIRECTE TAALHANDELINGEN
, CONVENTIONELE indirecte TH (= als we iets horen, weten we meteen wat er bedoeld wordt)
o uit zinsinhoud kan je afleiden welke indirecte handeling wordt gesteld
o TH indirect realiseren
1 vd felicity conditions uitleggen
o DIRECTIVES
Kun je me het zout doorgeven? letterlijk: ben jij hiertoe in staat? eigenlijk: geef me het
zout
Wil je me het zout doorgeven? letterlijk: ben je hiertoe bereid? eigenlijk: geef
me het zout
Ik zou graag hebben dat je me met rust laat. letterlijk = eigenlijke MAAR… vriendelijker
o EXPRESSIVES (= spijt uitdrukken)
Het spijt me dat ik dat gezegd heb. verwijst naar oprechte spijt -> nog steeds best sterk
Dat ongeluk was mijn schuld. ‘de schuld wegnemen’
Wat ik gezegd heb wwas onbeleefd. je beseft dt je fout bent
NIET-CONVENTIONELE indirecte taalhandeling
o context is nog belangrijker
o uit zinsinhoud alleen kan je NIET afleiden welke indirecte handeling
o opluchting / verzoek
o Het is hier fris. context nodig
o U gaat morgen naar Polen. wat gaat die daar doen? positief of negatief? -> context nodig