HOOFDSTUK 2: WOORDSOORTEN (syllabus P. … - …)
2.1 OPEN VERSUS GESLOTEN WOORDSOORTEN
OPEN WOORDSOORTEN GESLOTEN WOORDSOORTEN
SOORTEN WOORDEN Inhoudswoorden Functie woorden
(= lexicale woorden) (= grammaticale woorden)
SOORTEN BETEKENIS Concepten buiten de taal Verbindingsfunctie binnen de
taal
UITBREIDBAAR Ja Nee
OPSOMBAAR Nee Ja
VOORBEELD Kind, bang, rijden De, ik, als
Inhoudswoorden:
Worden beschreven in woordenboeken
Verwijzen naar handelingen, dingen of eigenschappen
Conceptueel –> buitentalige werkelijkheid
Doordat die werkelijkheid voortdurend veranderd, is deze woordsoort
dynamisch
Voorbeeld: denk aan bubbel, en lockdown feestjes
Functiewoorden:
Een verbindende functie
Zijn erg stabiel
OPEN WOORDSOORTEN HALF-OPEN GESLOTEN
WOORDSOORTEN WOORDSOORTEN
Zelfstandige nwd Telwoord Lidwoord
Bijvoegelijke nwd Bijwoord Voornaamwoord
Werkwoord Tussenwerpsel Voorzetsel
Voegwoord
Om woordsoorten van elkaar te onderscheiden zijn er drie soorten eigenschappen van
belang.
- Semantiek waar verwijst de woordsoort naar?
- Syntaxis met welke elementen kan de woordsoort gecombineerd worden?
- Morfologie welke vormelijke varianten van de woordsoort zijn er mogelijk?
2.2 OPEN WOORDSOORTEN
1
,2.2.1 Zelfstandig naamwoord
= substantief of nomen (mv: nomina)
Semantische en synatactische kenmerken
SOORTEN NOMINA SOORTNAAM EIGENNAAM
Voorwerpsnaam Persoonsnaam Zus, bakker hond Harry
Dierennaam Warehuis Lassie
Zaaknaam Lidl
Concreta Groep, kudde
Verzamelnaam Collectivum Fruit, vee K3
Aggregaatsnaam
Regen, koffie
Stofnaam Espresso
Abstracta goedheid Januari
Schrijf bij, bij het schema p42
Opdelen in drie categorieën:
1. (niet-) telbaar nomen
2. Subklasse verschuiving
3. Woordgeslacht/genus
TELBAAR NOMEN
- Combineerbaar onbepaald lidwoord
- Heeft een meervoudsvorm en een enkelvoudsvorm
- Bv: voorwerpsnamen en collectiva
NIET TELBAAR NOMEN
- Singularia tantum
defectief nomen, dat geen meervoudsvorm heeft
Bv: vee - *veeën
- Pluralia tantum
defectief nomen, dat geen enkelvoudsvorm heeft
Bv: hersenen - *hersen, middeleeuwen - *middeleeuw
SUBKLASSEVERSCHUIVING
2
, het idee dat een nomen een basisbetekenis heeft op één plaats in de tabel, maar ook
een andere betekenis kan hebben op een andere plaats.
Verband met de hiërarchie van referentialiteit
= hoe uniek is identificeerbaar is de entiteit waarnaar het nomen verwijst?
Eigennaam > soortnaam > stofnaam
Voorbeelden:
o EIGENNAAM –> ZAAKNAAM
Picasso: ‘het product gemaakt door die persoon’
o EIGENNAAM –> STOFNAAM
Picasso: ‘ er hangt wat Picasso aan mijn muur’
Cola: ‘mag ik 2 cola’s aub’
o STOFNAAM –> ZAAKNAAM
Koffie: mag ik 2 koffie’s
‘een prototypische portie van materie in een prototypische verpakking’
o ZAAK-DIERENNAAM –> STOFNAAM
Bloemkool: ik gebruik bloemkool voor mijn soep
o ABSTRACTA –> CONRETUM
De liefde: de liefde van m’n leven
WOORDGESLACHT/ GENUS
de uitdrukking komt in de keuze van het lidwoord en de voornaamwoorden die naar
het nomen in kwestie verwijzen.
MASCULINUM: de- woorden
FEMINIMUM: de- woorden
NEUTRUM: het- woorden
Congruentie
LIDW. RELAT. VNW PERS. VNW BEZITT.
VJW.
VORMKEUZE 1
VORMKEUZE 2
VORMKEUZE 3
VORMKEUZE 4
Het genus onderscheid tussen de- woord en het- woord bepaald niet alleen de vorm
keuze die man voor het bepaald lidwoord moet maken vlak voor het nomen.
3
, morfologische kenmerken
=we kijken naar hun flectionele eigenschappen.
Flexie van een woord: aan de STAM of GRONDVORM één of meerdere AFFIXEN toe te
voegen.
MEERVOUDSVORMING BIJ TELBARE NOMINA
Inheemse woorden
Telbare nomina: woorden met een onderscheid tussen enkelvoud en meervoud.
-s- meervoud (tafel tafels)
-en- meervoud (stoel stoelen)
Affixallomorfie: Een kleine groep laat beide meervoudsvormen toe
weduwe → weduwes / weduwen
leraar → leraars / leraren
Verschil zit in het suffix (-s vs. -en)
Stamallomorfie : meervoud gaat gepaard met stam verandering
vb. schip schep(en)
Bindmorfemen: extra morfeem tussen stam en uitgang
vb. kind kinder(en)
bindmorfeem = -er-
uitheemse woorden
Bij leenwoorden blijft soms de oorspronkelijke (vreemde) meervoudsvorm behouden:
Enkelvoud Vreemd meervoud
museum musea
classicus classici
concerto concerti
Naarmate leenwoorden meer ingeburgerd raken, verschijnen ook Nederlandse
meervouden:
museum → museums
concerto → concerto’s
4
2.1 OPEN VERSUS GESLOTEN WOORDSOORTEN
OPEN WOORDSOORTEN GESLOTEN WOORDSOORTEN
SOORTEN WOORDEN Inhoudswoorden Functie woorden
(= lexicale woorden) (= grammaticale woorden)
SOORTEN BETEKENIS Concepten buiten de taal Verbindingsfunctie binnen de
taal
UITBREIDBAAR Ja Nee
OPSOMBAAR Nee Ja
VOORBEELD Kind, bang, rijden De, ik, als
Inhoudswoorden:
Worden beschreven in woordenboeken
Verwijzen naar handelingen, dingen of eigenschappen
Conceptueel –> buitentalige werkelijkheid
Doordat die werkelijkheid voortdurend veranderd, is deze woordsoort
dynamisch
Voorbeeld: denk aan bubbel, en lockdown feestjes
Functiewoorden:
Een verbindende functie
Zijn erg stabiel
OPEN WOORDSOORTEN HALF-OPEN GESLOTEN
WOORDSOORTEN WOORDSOORTEN
Zelfstandige nwd Telwoord Lidwoord
Bijvoegelijke nwd Bijwoord Voornaamwoord
Werkwoord Tussenwerpsel Voorzetsel
Voegwoord
Om woordsoorten van elkaar te onderscheiden zijn er drie soorten eigenschappen van
belang.
- Semantiek waar verwijst de woordsoort naar?
- Syntaxis met welke elementen kan de woordsoort gecombineerd worden?
- Morfologie welke vormelijke varianten van de woordsoort zijn er mogelijk?
2.2 OPEN WOORDSOORTEN
1
,2.2.1 Zelfstandig naamwoord
= substantief of nomen (mv: nomina)
Semantische en synatactische kenmerken
SOORTEN NOMINA SOORTNAAM EIGENNAAM
Voorwerpsnaam Persoonsnaam Zus, bakker hond Harry
Dierennaam Warehuis Lassie
Zaaknaam Lidl
Concreta Groep, kudde
Verzamelnaam Collectivum Fruit, vee K3
Aggregaatsnaam
Regen, koffie
Stofnaam Espresso
Abstracta goedheid Januari
Schrijf bij, bij het schema p42
Opdelen in drie categorieën:
1. (niet-) telbaar nomen
2. Subklasse verschuiving
3. Woordgeslacht/genus
TELBAAR NOMEN
- Combineerbaar onbepaald lidwoord
- Heeft een meervoudsvorm en een enkelvoudsvorm
- Bv: voorwerpsnamen en collectiva
NIET TELBAAR NOMEN
- Singularia tantum
defectief nomen, dat geen meervoudsvorm heeft
Bv: vee - *veeën
- Pluralia tantum
defectief nomen, dat geen enkelvoudsvorm heeft
Bv: hersenen - *hersen, middeleeuwen - *middeleeuw
SUBKLASSEVERSCHUIVING
2
, het idee dat een nomen een basisbetekenis heeft op één plaats in de tabel, maar ook
een andere betekenis kan hebben op een andere plaats.
Verband met de hiërarchie van referentialiteit
= hoe uniek is identificeerbaar is de entiteit waarnaar het nomen verwijst?
Eigennaam > soortnaam > stofnaam
Voorbeelden:
o EIGENNAAM –> ZAAKNAAM
Picasso: ‘het product gemaakt door die persoon’
o EIGENNAAM –> STOFNAAM
Picasso: ‘ er hangt wat Picasso aan mijn muur’
Cola: ‘mag ik 2 cola’s aub’
o STOFNAAM –> ZAAKNAAM
Koffie: mag ik 2 koffie’s
‘een prototypische portie van materie in een prototypische verpakking’
o ZAAK-DIERENNAAM –> STOFNAAM
Bloemkool: ik gebruik bloemkool voor mijn soep
o ABSTRACTA –> CONRETUM
De liefde: de liefde van m’n leven
WOORDGESLACHT/ GENUS
de uitdrukking komt in de keuze van het lidwoord en de voornaamwoorden die naar
het nomen in kwestie verwijzen.
MASCULINUM: de- woorden
FEMINIMUM: de- woorden
NEUTRUM: het- woorden
Congruentie
LIDW. RELAT. VNW PERS. VNW BEZITT.
VJW.
VORMKEUZE 1
VORMKEUZE 2
VORMKEUZE 3
VORMKEUZE 4
Het genus onderscheid tussen de- woord en het- woord bepaald niet alleen de vorm
keuze die man voor het bepaald lidwoord moet maken vlak voor het nomen.
3
, morfologische kenmerken
=we kijken naar hun flectionele eigenschappen.
Flexie van een woord: aan de STAM of GRONDVORM één of meerdere AFFIXEN toe te
voegen.
MEERVOUDSVORMING BIJ TELBARE NOMINA
Inheemse woorden
Telbare nomina: woorden met een onderscheid tussen enkelvoud en meervoud.
-s- meervoud (tafel tafels)
-en- meervoud (stoel stoelen)
Affixallomorfie: Een kleine groep laat beide meervoudsvormen toe
weduwe → weduwes / weduwen
leraar → leraars / leraren
Verschil zit in het suffix (-s vs. -en)
Stamallomorfie : meervoud gaat gepaard met stam verandering
vb. schip schep(en)
Bindmorfemen: extra morfeem tussen stam en uitgang
vb. kind kinder(en)
bindmorfeem = -er-
uitheemse woorden
Bij leenwoorden blijft soms de oorspronkelijke (vreemde) meervoudsvorm behouden:
Enkelvoud Vreemd meervoud
museum musea
classicus classici
concerto concerti
Naarmate leenwoorden meer ingeburgerd raken, verschijnen ook Nederlandse
meervouden:
museum → museums
concerto → concerto’s
4