UA_1300PSWSFP_2425
TITEL 1
TITEL 2
TITEL 3
Titel 4
TITEL 5
Titel 6
TITEL 7
1 | 89
,LES 1 INLEIDING: EEN CONCEPTUEEL KADER
PRAKTISCH
ROADMAP
1. Inleiding
2. Als markten falen
Marktfalingen en Sociale Investeringen
3. Sociale zekerheid
De magie van het gemiddelde
4. Belastingen, ongelijkheid en herverdeling
5. Een vangnet voor iedereen?
Sociale bijstand en armoedebestrijding
6. Eenheid in Diversiteit?
Types van welvaartsstaten
7. De welvaartsstaat in beweging
8. Opgroeien in de welvaartsstaat
9. Werken in de welvaartsstaat
10. Ziekte en gezondheid in de welvaartsstaat
11. Vergrijzen in de welvaartsstaat
11b. Een perfecte storm?
Naar een nieuw sociaal contract
STUDIEMATERIAAL
: slides, notities, krant/ het nieuws
: website : www.societies.be : grafieken die in de les worden gebruikt, zijn interactief
EXAMEN
: gesloten boek
: 3 a 4tal vragen
: belangrijk = samenhang, geen data vragen maar zinnig vertellen over problemen in de samenleving
: voorbeeldexamen einde semester
VOORAF: PRATEN OVER BELEID
POSITIEF VS NORMATIEF
Positieve (beschrijvende) analyse : Descriptief : antwoord dat zich richt op feitelijke zaken, beschrijvende vraag
: Hoe ziet de wereld eruit?
: bv. Wat is het effect op de werkgelegenheid als we het minimumloon verhogen?
Normatieve (prescriptieve) analyse : Prescriptief : richt zich op waardeoordelen
: hoe zou de wereld er moeten uitzien?
: bv. Is de samenleving beter af met een hoger minimumloon?
CORRELATIE VS OORZAKELIJIK VERBAND
Correlatie : bewegen samen, maar wil niet zeggen dat er een causaal verband is
: statistische associatie tussen variabelen (die samen bewegen)
Oorzakelijk verband : het een veroorzaakt het ander
: verandering in één variabele veroorzaakt een verandering in de andere variabele
➢ Correlatie wil niet zeggen dat er een oorzakelijk verband is
: een derde variabelen kan beide variabelen veroorzaken
: vb. verkoop van ijsjes en zweten → warme temperaturen veroorzaken beide variabelen apart
: omgekeerd oorzakelijk verband: welke richting?
: vb. armoede en laag zelfbeeld zijn gecorreleerd → zelfbeeld van mensen verhogen om armoede te verlagen, of armoede
verlagen om zelfbeeld te verhogen
2 | 89
,LES 1 INLEIDING: EEN CONCEPTUEEL KADER
INHOUD
Drie basisinstituties
Basisstructuur
Sociaal contract
DRIE BASISINSTITUTIES
SAMENLEVINGEN
Onze samenleving heeft een meerlagige structuur
: Lokale samenleving (vb. Antwerpen)
: Regionale samenleving (vb. Vlaanderen)
: Nationale samenleving (natiestaat) (vb. België)
: Supranationale samenleving (vb. Europese Unie)
: Wereldwijde samenleving: de wereld
➢ Belangrijk om na te denken over op welk niveau we praten
Een samenleving bestaat uit individuen (haar leden)
Lidmaatschap van een samenleving (of burgerschap) bestaat uit 3 delen (Marshall)
: Burgerrechten : rechten die nodig zijn voor individuele vrijheid
: bv. vrijheid van meningsuiting en geloof (18de eeuw-)
: Politieke rechten : recht op deelname aan de uitoefening van de politieke macht
: bv. algemeen 19de eeyw)
: Sociale rechten : recht om een menswaardig leven te leiden volgens de standaarden van de samenleving
: bv. bescherming tegen armoede (20e eeuw)
: artikel 23 van de grondwet = beschrijft wat sociale rechten zijn van leden van de Belgische samenleving
: Europese pijler van sociale rechten (afbeelding pp)
BASIS INSTITUTIES
= 3 hoofdrolspelers in deze cursus
We leven samen, werken samen, spelen, studeren, …
➔ We doen van alles samen, dit doen we in op drie basisinstituties (=de hoofdrolspelers van deze curus)
1. Het gezin
2. Het bedrijf
3. De overheid
→ Hoe verdelen zij de taken (wie brengt welke ingrediënten om de taart de bakken, en wie krijgt welk stuk als de taart klaar is)
: in verschillende samenlevingen is deze taart verdeling anders, hoe komt dit, wat zijn de gevolgen?
Geschiedenis van de homo sapiens
Ons hoofd is groter geworden, cognitieve hersencapaciteit is toegenomen
Boeken in PowerPoint: voor als je meer wil weten
Basisinstitutie 1. Het gezin
Waarom vormen we gezinnen?
➢ Nieuwe mensen voortbrengen
Deze nieuwe leden verzorgen
Wederzijdse hulp bieden
Samenwerken
Middelen samen gebruiken
…
: omdat groter hoofd hebben gekregen → moeilijker om geboren te worden → drm vroeger geboren wnr nog niet voor onszelf kunnen zorgen
(een giraf bijvoorbeeld, loop al na 3 dagen) → mensen zijn geboren in hulpeloze toestand dus veel zorg nodig
➢ Hoe wordt deze zorg georganiseerd, wie neemt deze taak opzich (zorg niet alleen begin, maar ook einde van leven)
: binnen gezinnen kunnen we bepaalde schokker bufferen
: gezin is informeel georganiseerd
3 | 89
, COGNITIEVE REVOLUTIE
Ongeveer 70.000 jaar geleden
Homo Sapiens ontwikkelen taal
→ Maakt het mogelijk om samen te werken, om in grotere groepen samen te leven wordt het moeilijk zonder taal,
→ We kunnen praten over abstracte begrippen, grote levensvragen kunnen stellen, creatie van een verbeelde werkelijkheid
(religies, legendes, mythes, …)
→ Ontwikkeling van cultuur en religies
→ Ontstaan markt : een plek waarop geruild wordt
➢ kan met geld, maar hoeft niet, (markt niet als actor, andere doen acties op markt)
Verschillende markten
: vb. boek in pp: beschrijft de markt binnen concentratiekampen voor sigaretten
Prehistorische zorg
: vroegst bekende geval van dwerggroei → kon niet deelnemen aan samenleving (verminderde mobiliteit, beperkte strekking van onderarm) dus werd
gezorgd voor hem
AGRARISCHE REVOLUTIE
Ongeveer 10.000 jaar geleden
Beginnen aan landbouw te doen
→ Voedselproductie gaat omhoog per m2
→ Grotere samenlevingen kunnen in stand gehouden worden
→ Zorgt dat mensen zich niet meer moeten bezighouden met zichzelf voeden en andere dingen kunnen doen
→ Sociale hiërarchieën (en ongelijkheid) ontstaan
(extreme vorm: slavernij) , (rijke en arme mensen herkennen aan grafstenen)
→ Ontstaan overheid
→ Beginnen met opschrijven: schrift
Basisinstitutie 2 de overheid
: grotere samenlevingen verseisen een meer formele organisatie
: sommige leden van de samenleving krijgen de macht om over andere te heersen: de overheid – functies =
: wetten maken en handhaven - Babylonische wettekst (circa 1776 BC)
: belastingen innen en uitgeven – belastingen in het Oude Egypte: een vijfde van oogst aan de Farao
TIJDSPRONG
: de grote verrijking – “the great enrichment”
: bbp na agrarische revolutie stijgt niet, pas vanaf industriële revolutie
: het meten van economische groei:
: Het BBP = maatstaf voor totale economische output van een land (meet de marktwaarde van alle finale goederen en diensten
die in een bepaalde periode per land zijn gereproduceerd en
verkocht (niet doorverkocht)
: Kan dit delen door grote van land en dan is het BBP per capita
INDUSTRIËLE REVOLUTIE
Boek: the great tranformation – Karl Polanyi : wat zo een revolutie met een samenleving doet
Rond 1800 (Uk, België)
: Uitvindingen: stoommachine,
: Productiviteit neemt toe
: Verstedelijking: migratie naar grote steden
➢ Komen in grote anonimiteit van de stad > wat gebeurt er met mensen die ziek zijn? Als je geen netwerk hebt, kom je om van de
honger → Samenleving is fundamenteel moeten veranderen
: maakt ontstaan van bedrijven mogelijk
Basisinstitutie 3 bedrijven
: Schaalvoordelen in de productie leiden tot (grote) winst maximaliserende bedrijven
: Je ruilt je arbeid voor geld (hiervoor enkel product ruilen voor geld)
: bedrijven gebruiken kapitaal en arbeid om goederen te produceren (productiemiddelen)
: sociale relatie tussen werkgever en werknemer verandert:
: Arbeidsomstandigheden voor werknemers verslechteren
: Onzekere leefomstandigheden
: Ongelijkheid en armoede nemen toe
: we gaan arbeid commodificiëren
: Commodificatie = de transformatie van dingen (goederen, diensten, arbeid) in goederen die op de markt worden verkocht > krijgen
totaal nieuwe arbeidsrelatie
➢ Je moet je arbeid verkopen om uit de armoede te blijven, bent afhankelijk van (arbeids)markt
Economische groei
: bbp per capita stijgt
4 | 89