ARCHEOLOGIE HC 10: GASTCOLLEGE
→ ABSOLUUT DATEREN
Radiometrische dateringsmethoden
- Radiokoolstofdatering, C14 - datering
- Luminescentiedatering: TL en OSL
Age-equivalente dateringstechnieken
- Archeomagnetisme
Incrementele absolute dateringstechnieken
- Dendrochronologie
RADIOMETRISCHE DATERINGSMETHODEN
C14– DATERING
C: 6 electronen, 6 protonen en 6 neutronen
N: 7 electronen, 7 protonen en 7 neutronen
In de atoomkern
Het kan gebeuren dat er een afwijking is van het aantal neutronen, die variant van een atoom noemen we
een isotoop.
1
,inleiding tot de archeologie Vrije Universiteit Brussel – 2526
Isotopen van zuurstof
Isotopen van C
Standaardvorm
Isotoop = een variant van een chemisch element dat hetzelfde aantal protonen heeft, maar een
verschillend aantal neutronen in de atoomkern
C14 is een radiometrisch isotoop, kunnen we gebruiken om te dateren
Isotopen koolstof: C12 (meest voorkomend), C13, C14
2
,inleiding tot de archeologie Vrije Universiteit Brussel – 2526
WAAR KOMT C14 VANDAAN?
Als je ervan uitgaat dat C14 in verval gaat, dat de radioactiviteit afneemt, moet die radioactiviteit ergens
aangemaakt worden.
Dit gebeurt door kosmische straling in de atmosfeer die een impact heeft op N14 (stikstof), waarbij een
van de protonen van N wordt omgezet in een neutron. → 6 protonen (C) + 1 neutron → C14
C14 = N (stikstof) waarbij 1 proton een neutron is geworden, waardoor we 6 ipv 7 protonen krijgen → N
wordt C, maar het atoomgewicht blijft 14 → C14
Alle organismen, alles wat leeft neemt C14 op. Zolang het organisme leeft blijft de verhouding in het
organisme hetzelfde als de verhouding in de atmosfeer.
METHODE
We meten hoeveel C14 er overblijft in de stalen die we willen dateren. Zo kunnen we achterhalen wanneer
het organisme stierf.
Verhouding C14/C12 = constant
Wanneer een organisme sterft, stopt de opname van C en wordt C14 terug omgezet naar N14 met
een constante halveringstijd. Bij dit proces komt er weer energie vrij.
De radioactieve isotoop C14 vervalt met een constante halveringstijd.
3
, inleiding tot de archeologie Vrije Universiteit Brussel – 2526
Hoe ouder, hoe minder C14
Materiaal dat ouder is dan 45 000 jaar bevat geen radioactiviteit, dus kunnen we hierbij
niet aan C14 datering doen.
OVERZICHTSSLIDE
- Oorspronkelijke hoeveelheid C14 en halveringstijd zijn bekend.
- Meten C14/C12 → ouderdom
- Limiet ca. 50 000 jaar
- Ouderdom in C14 jaren BP (Before Present) = voor 1950
VOORBEELD SLAKJE
Toen de slak nog leefde, nam ze voordurend C14 op. Eens ze stierf nam het C14 gehalte in haar
schelp verhoudingsgewijs af. Door de energie te meten, kan je de hoeveelheid C14 die nog in haar
schelpje zit, meten.
4