• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 62 pages
Class notes

Inleiding tot de archeologie | VUB | HC 7-9

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 62 pages

Lesnotities voor Inleiding tot de archeologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Deze notities zijn perfect geschikt om als samenvatting te gebruiken tijdens de examens, ik heb dat ook gedaan en behaalde 16/20. Dit is één deeltje van mijn volledige notities, de andere documenten verkoop ik ook.

Content preview

ARCHEOLOGIE – HC 7
→ FORMATIEPROCESSEN (II) & METHODEN
Sluit aan bij HC 4

FORMATIEPROCESSEN

Formatieprocessen zijn de processen en factoren die invloed hebben op de vorming van de sites,
materiële cultuur, artefacten en sporen doorheen de tijd.

De hele levensloop van een site: het ontstaan van de site, van de actieve fase tot depositie tot
postdepositie.

Archeologen willen reconstrueren wat er op de plaats van opgraving is gebeurd.


ONDERVERDERLING

Systemic context: voor de depositie

- De beginfase + vormende en actieve fase
o C-transforms
- Alles tot en met de depositie
- Einddoel van archeologen
o Reconstrueren wat er op de site is gebeurd voor de depositie, C-transforms
reconstrueren

Archaeologic context: na de depositie

- Passieve fase, bewaringsomstandigheden
o N-transforms
- Culturele factoren, de mens kunnen invloed hebben
o Eens iets begraven is, kan het nog verstoord worden door menselijk handelen.

VOOR DE DEPOSITIE → C-TRANSFORMS

Zie HC 4

POST-DEPOSITIEFASE → N-TRANSFORMS

- Zelden Pompeii premisse, er zijn heel veel factoren die de invloed hebben op hoe de
site/artefacten bewaren.

- N-transforms = veranderingen die resten ondergaan na de depositie
o Langdurig verblijf in bodem kan gevolgen hebben

- Tafonomie
o Wetten van begraving, studie van de begravingsprincipes



1

, - Belangrijk: inschatten in welke mate de oorspronkelijke situatie bewaard is gebleven
o Als je een site vindt, moet je weten of de site verstoord is geweest, wat er is gebeurd.
▪ Wat is er uit de oorpsronkelijke context verdwenen?
▪ In hoeverre is de ruimtelijke samenhang bewaard gebleven?


VARIABELEN IN DE N-TRANSFORMS

- Afdekking
o Was het afgedekt of niet?
HC 4
- Materiaalsoort
o Bv.: organisch materiaal <-> stenen artefacten

- Bewaringsomstandigheden
o Aeroob vs anaeroob
o Zuurtegraad
o Droogte vs vochtigheid

- Bioformatie, bioturbatie
o Planten en dieren

- Klimaat, cryoturbatie
o Vorst, vloed, hitte…

- Geomorfologische processen
o Erosie
o Sedimentatieprocessen

- Tijd

- Menselijke ingrepen


BEWARINGSOMSTANDIGHEDEN

 Aeroob vs anaeroob
o Eens er zuurstof is, is er veel microbiologische activiteit.
o Zuurstofarm bewaren zaken beter. (bv.: meal preppen)

 Zuurtegraad: in een zure bodem is de kans klein dat organisch materiaal bewaart.

 Droge en vriesmilieus: weinig biologische/chemische activiteit
o Weinig microbiologische activiteit in droge omstandigheden en in vriesmilieus.
▪ Bv.: permafrost, woestijn
o Veenvorming: zuurstof arme, natte condities waarbij plantmateriaal zeer traag wordt
afgebroken

 In water bewaren zaken goed




2

,Zuurstofarm (anaeroob) en waterverzadigd = ideale bewaringsomstandigheden, kans op bewaring van
organisch materiaal


VOORBEELDEN BEWARINGSOMSTANDIGHEDEN

- Twee paardegraven: eentje in zure, Kempische grond <-> eentje in kleigrond




- Veenlijken:
o Tollund Man = het best bewaarde graf
▪ Strop rond zijn nek: hij werd geofferd aan de goden
o Veenvorming: zuurstof arme, natte condities waarbij plantmateriaal zeer traag wordt
afgebroken
▪ Artefacten in veen bewaren goed
▪ Effect: zoals het looien van leer




- Permafrost:
o Ötzi: Europese mumie gevonden hoog in de bergen tussen Italië en Duitsland
▪ Late kopertijd, 3000 v.C.
▪ Had een pijl in zijn rug, waarschijnlijk gestorven door bloedverlies




o Pleistocene dieren




- Woestijn:




3

, o Egypte: zeer goed bewaarde artefacten
▪ Weinig microbiologische activiteit in droge omstandigheden




BIOTURBATIE

 Planten en dieren kunnen bodemverstoringen veroorzaken, dit heeft invloed op de archeologie
o Bv.: artefacten in dierengangen
o Bv.: plantenwortels duwen artefacten dieper
o Bv.: boomvallen
o Bv.: wortel groeit door de bodem, mollen…




Al deze zaken moeten we documenteren vooraleer we de site kunnen interpreteren.


KLIMAAT: CRYOTURBATIE

Cyroturbatie = afwisseling van bevriezen en ontdooien van de bodem

 Artefacten verplaatsen
 ijswiggen
o Water sijpelt in de bodem en bevriest, je krijgt putten in de bodem
 Artefacten fysisch anagetast door vorst- en hitte breuken
 Droogtespleeten




4

Document information

Study
Uploaded on
October 10, 2026
Number of pages
62
Written in
2025/2026
Type
Class notes
Professor(s)
Ralf vandam
Contains
Hoorcollege 7-9
$6.93

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
5
Followers
0
Items
10
Last sold
4 days ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions