1. Onderscheid zakelijke en persoonlijke rechten
Zakelijke rechten: rechtstreeks heerschappij over een goed + attributen
● meer tegenwerpelijk door vervullen publiciteitsregel → gevolg:
● absolute gelding door de grotere tegenwerpelijkheid
Persoonlijke rechten: geeft aanspraak op de gedraging van een persoon
● enkel tegenwerpelijk wnr 3e kennis heeft vh bestaan van die rechten
Onderscheid:
● Personalisme (Planiol) → enkel PR hebben een rechtsverhouding tussen RS
(subjectivering) → foute benadering + ZR zouden absolute
tegenwerpelijkheid hebben en PR relatief.
○ interne (bevoegdheid) en externe (tegenwerpelijkheid) kenmerken ten
onrechte met elkaar verweven
● Neo personalisme (Ginossar): ZR staan in verband met kwalitatieve verbintenis ><
PR staan in verband met persoonlijke verbintenis (gaan over op de opvolger)
Zakelijke rechtsvordering: vorderingen tot uitoefening, erkenning of verdediging
van ZR. → Actio confessoria - opeising, negatoria - ontkenning of stopzetting
Persoonlijke rechtsvorderingen: vorderingen waardoor titu aanspraak maakt op
prestatie andere persoon → dare, facere en non-facere
2. Numerus clausus + beperking ervan
Beginsel bij zakelijke rechten: gesloten stelsel van ZR die door de wet erkend zijn. De
partijen mogen niet een nieuw zakelijk recht tot stand brengen in het goederenrecht.
Staat tegenover de wilsautonomie bij PR van de partijen bij Verbintenissenrecht, stelt dat
partijen zelf hun inhoud mogen bepalen van het contract. Wilsautonomie is een open stelsel,
grens = dwingend recht, OO
2 dimensies:
● interne dimensie (typefixierung): partijen moeten de wezenskenmerken
van het ZR respecteren → anders herkwalificatie
● externe dimensie (typezwang): enkel een gesloten stelsel van 4 mogelijke zakelijke
gebruiksrechten (beperkt zakelijke rechten)
3. Bijzondere kenmerken zakelijke rechten
❖ specialiteitsbeginsel: een ZR kan enkel betrekking hebben op een bepaald goed en
niet op een onbepaald goed of abstracte waarde - art. 3.8 § 1.
❖ eenheidsbeginsel: een ZR kan niet gevestigd worden op een inherent deel
van een goed bv de lak van een auto → onmogelijk. art. 3.8 § 2 BW.
Gevolg = natrekking
➢ conventionele afwijking = onmogelijk TENZIJ wettelijke grondslag
❖ zakelijke subrogatie - 3.10: ook wel zaakvervanging genoemd: indien een zaak teniet
gaat, kan een nieuw goed in de plaats komen van het oude teloorgegaan goed - vw
➢ oorspronkelijk goed gaat teniet (juridisch of materieel verlies)
➢ enkel de titularis ZR beschermd (niet intuiti rei)
➢ vervanging door andere zaak
1
, ➢ ZG is subsidiair
➢ oorspronkelijk en vervangingsgoed moeten individualiseerbaar zijn
→ moeten kunnen worden aangeduid.
attributen van ZR:
● volgrecht: derde verkrijger vh goed automatisch gebonden à ZR die op goed rusten
● recht van voorrang: ZR niet aangetast door samenloop → paritas
creditorium
○ bij meerdere ZR: anterioriteit (OG: rangregeling, RG: evenredige verdeling)
4. vermogensleer
Vermogen = geheel van in geld waardeerbare rechten en plichten dat aan een bepaalde
persoon toebehoort - 3voudige vermogensleer (Aubry en Rau) - art. 3.35
● Elk RS heeft een vermogen dat onvervreemdbaar is (kan enkel overgaan door
rechtsovergang onder algemene titel)
● enkel RS hebben een vermogen
● Alle RS hebben slechts 1 vermogen → eenheid en ondeelbaarheid van het
vermogen
Executierecht: in principe strekken alle activa van een RS tot gemeenschappelijke
waarborg van zijn SE (art. 3.36 BW) → SA die verbintenis niet nakomt, kan elke
SE kiezen op welk actief bestanddeel vd SA hij zijn schuldvordering zal ten
uitvoer leggen
Uitzondering ondeelbaarheid (niet verdelen)
● onbeslagbaarheid (uitz. art. 1563 Ger.W.)
● vermogenssplitsing
○ vereffeningsoogmerk: bezittingen worden verkocht om schulden te dekken
○ beheersoogmerk: vermogen wordt gesplitst om beheer te vergemakkelijken
● kwaliteitsrekening van notaris: bij faillissement kunnen SE daar niet bij
5. Onroerende en roerende goederen - P7-11
Onroerende goederen; - art. 3.47 en 3.49
● uit de aard: een stuk grond, niet verplaatsbaar (niet grondwater!)
● uit incorporatie: bouwwerken en of beplantingen: bv veranda, appelboom
● door bestemming: een meubel in een winkel of tractor van boederij
● onroerend owv het vw waar het betrekking op heeft: schuld-/rechtsvordering,
Rvuitweg
Roerende goederen
● lichamelijk RG: meubel of voertuig → vatbaar voor beslag en verkoop
● onlichamelijk RG: aandelen of merk
Lichamelijke goederen: zintuiglijk waarneembaar en gemeten door momentopname, bv
elektriciteit, gas - art. 3.40
Onlichamelijke goederen: niet zintuiglijk waarneembaar, bv zakelijke,
persoonlijke en intellectuele rechten → subjectieve rechten
6. Openbare en private domeingoederen (affectatie en desaffectatie)
Private domeingoederen: niet voor publiek toegankelijk en behoort tot de overheid: bv printer
van belastingdienst, werkruimte van burgemeester. Deze zijn wel vatbaar voor toe-eigening.
2
, Openbare domeingoederen: toegankelijk voor publiek en niet vatbaar voor toe-eigening
bijvoorbeeld openbare weg, stadspark Hasselt
● Affectatie: bestemming geven van een goed via uitdrukkelijke beslissing bv OVH, of
stilzwijgend bij algemeen nut
● Desaffectatie: stilzwijgend wegnemen of onttrekken via een daad die tegen statuut
van openbaar domeingoed indruist! – aanvaard door HvC
a. Administratieve gebruiksrechten bv terras voetpad - cumulatieve vw
i. Verenigbaar met bestemming openbaar domein/bijdrage leveren OD
ii. Verenigbaar met wetten openbare dienst - precair karakter: kan
eenzijdig herroepen worden door degene die gebruiksrecht toekent
zoals concessie of domeinvergunning
7. Eigendomsrecht
a. Voorwaarden - art. 3.50
i. Volmaakt recht (geen absoluut, EN heeft residuaire bevoegdheden)
ii. Exclusief
1. intern: volheid van bevoegdheid in handen van 1 persoon
2. extern: EN kan derden uitsluiten van EDR/bevoegdheden
iii. Eeuwigdurend - art. 3.10 en 3.51 BW
1. ER kan niet uitdoven voor onbruik ≠ bevrijdende
verjaring
2. ER duurt zolang het goed waar het op gevestigd is, bestaat
a. uitzondering: niet bij zakelijke subrogatie.
b. Uitzonderingen
1) fiduciaire eigendom: tijdelijk karakter ≠ eeuwigdurend
2) Tenietgaan goed ER → einde van je eigendomsrecht → uitzondering: ZR
Door de zakelijke subrogatie, gaat je eigendomsrecht niet teniet. - Art. 3.8 BW
3) Burenhinder - art. 3.101 BW (equivalent van evenwichtsleer) = nabuur die
door niet foutief gedrag, hinder oplegt die de maat van de gewone
buurschap nadelen overschrijdt → hij moet evenwicht herstellen (foutloze
AH mr geen obj AH - geen fout nodig van buurman) - vw
a) bovenmatigheid van hinder
b) nabuurschap
4) RM - art. 1.10→ UZ op volmaakt exclusief karakter van ER - vw (niet
cumulatief)
a) Bedoeling om schade toe berokkenen aan een derde zonder zelf een
voordeel te hebben
b) Keuze die de meeste schade berokkent aan derde
c) Indien EN ER uitoefent zonder voldoende redelijk belang (= bonus pater
familias)
5) Verkrijgende verjaring: het ER gaat niet teniet maar door de onbruik, kan het een
vorm van verkrijging zijn voor een derde.
6) ME: ER verzet zich tegen ME want iedereen is MEN van onverdeeld goed +
limitatieve bevoegdheid
7) EDBH: inbreuk exclusiviteit van LE, beperking genot en beschikking
3