Inhoudsopgave ..................................................................................................................................................................................... 1
HC7 – Sociologie van wetenschap ........................................................................................................................................................ 2
HC8 – Filosofie van de sociale wetenschap .......................................................................................................................................... 5
HC9 – Behaviorisme .............................................................................................................................................................................. 7
HC10 – Sociale ontologie ...................................................................................................................................................................... 9
HC11 – Nature or nurture? Individuals or populations? .................................................................................................................... 11
Grote lijnen......................................................................................................................................................................................... 18
1
, HC7 – SOCIOLOGIE VAN WETENSCHAP
Van wetenschapsfilosofie naar sociologie van de wetenschap
Tot nu toe stond de vraag centraal → Wat maakt wetenschap wetenschappelijk? Bij eerdere denkers werd gekeken naar
kenmerken van wetenschappelijke kennis en methoden, bijvoorbeeld falsificatie, paradigma’s en wetenschappelijke vooruitgang.
De sociologie van de wetenschap verschuift de aandacht naar de sociale praktijk van de wetenschap.
Belangrijk uitgangspunt
§ Wetenschap vindt niet geïsoleerd plaats.
§ Wetenschap is ingebed in de samenleving.
§ Sociale belangen en maatschappelijke omstandigheden kunnen wetenschap beïnvloeden.
§ Wetenschap is vooral een collectieve onderneming (collaborative enterprise).
Het klassieke beeld van de individuele geniale wetenschapper die zelfstandig de waarheid ontdekt, is daarom te simpel.
Wetenschappers werken binnen universiteiten, onderzoekscentra, congressen, tijdschriften en internationale netwerken.
Net als Kuhn en Feyerabend kijken sociologen van wetenschap daarom empirisch en historisch naar hoe wetenschap in
werkelijkheid wordt bedreven.
Robert Merton – de sociale structuur van wetenschap
Robert Merton wordt gezien als één van de grondleggers van de Amerikaanse sociologie van de wetenschap. In The Normative
Structure of Science (1942) vraagt hij: Welke normen en waarden sturen wetenschappelijk handelen?
Volgens Merton bestaat wetenschap niet alleen uit theorieën en methoden. Wetenschap is ook een sociale institutie met eigen
normen. Deze normen vormen samen het wetenschappelijke ethos (scientific ethos).
De CUDOS-normen
Merton onderscheidt vier centrale normen:
Communisme / gemeenschappelijkheid (Communism): wetenschappelijke kennis behoort in principe tot de
wetenschappelijke gemeenschap en moet worden gedeeld, zodat anderen erop kunnen voortbouwen.
Universalisme (Universalism): wetenschappelijke claims moeten worden beoordeeld op de kwaliteit van het
bewijs en de argumentatie, niet op kenmerken of status van de onderzoeker.
Belangeloosheid (Disinterestedness): wetenschappers zouden kennis niet primair vanuit persoonlijk of financieel
eigenbelang moeten nastreven. Dit betekent niet dat zij geen belangen hebben, maar dat het wetenschappelijke
systeem moet voorkomen dat die belangen bepalen welke kennis wordt geaccepteerd.
Georganiseerd scepticisme (Organized Scepticism): wetenschappelijke claims moeten systematisch kritisch
worden onderzocht en gecontroleerd door andere wetenschappers, bijvoorbeeld via congressen, publicaties en
peer review: andere deskundigen beoordelen onderzoek voor- of nadat het wordt gepubliceerd.
Belangrijk is dat deze normen niet betekenen dat iedere individuele wetenschapper zich er altijd perfect aan houdt.
Het gaat vooral om normen die de wetenschappelijke gemeenschap en haar instituties moeten structureren.
Individuele wetenschapper vs. wetenschappelijk systeem
Een belangrijke vraag is vervolgens → Houden individuele wetenschappers zich werkelijk altijd aan deze normen?
Niet noodzakelijk. Wetenschappers kunnen bijvoorbeeld erg gehecht zijn aan hun eigen theorie.
2