• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 21 pages
Resume

Samenvatting Volledig Leerplan + oefenvragen - Introductie Psychobiologie | Deeltentamen 2 | UvA | 2026/27

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 21 pages

Dit document helpt je gestructureerd voorbereiden op Deeltentamen 2 van Introductie Psychobiologie. Het behandelt de stof uit Kalat, hoofdstuk 7, 11, 12, 13 en 14: motoriek, emotie, leren en geheugen, cognitieve functies en psychopathologie. Je krijgt per hoofdstuk een duidelijk stappenplan: welke slides je eventueel bekijkt, welk boekdeel je leest, welke schema’s je maakt en welke oefenvragen je gesloten boek beantwoordt. Onder elk hoofdstuk staan de antwoorden, zodat je jezelf direct kunt verbeteren. Daarnaast bevat het document belangrijke contrasten, zoals cerebellum versus basale ganglia, hippocampus versus striatum, Broca versus Wernicke-afasie en positieve versus negatieve symptomen van schizofrenie. Deze helpen je om vergelijkbare begrippen uit elkaar te houden en toepassingsvragen beter te beantwoorden. Geschikt voor: studenten Psychobiologie die zich voorbereiden op Deeltentamen 2. Inhoud: leerdoelen, stappenplan, oefenvragen met antwoorden, schema’s en herhalingscontrasten. Let op: dit is een studiehulpmiddel; gebruik het naast de colleges, slides, en het boek.

Aperçu du contenu

Leer plan

Introductie Psychobiologie
Deeltentamen 2


Leerdoelen:

De organisatie en werking van het motorisch systeem uitleggen, inclusief
motorische reflexen, het plannen van beweging, en functies van de basale Hoofdstuk 7
ganglia en het cerebellum.


Hormonale en fysiologische aspecten van emoties zoals agressie, angst en
Hoofdstuk 11
stress uitleggen.


De anatomie en biologische mechanismen van leren en geheugen uitleggen. Hoofdstuk 12


De basisanatomie en –onderliggende hersenprocessen van hogere cognitieve
functies uitleggen, zoals taal, aandacht, executieve functies en sociale Hoofdstuk 13
interactie.


De biologische factoren en mechanismen beschrijven die ten grondslag liggen
aan psychologische stoornissen zoals bijvoorbeeld verslaving, depressie, Hoofdstuk 14
schizofrenie of autisme.




Zo gebruik je dit leer plan:

1. Lees eerst de slides als je die van het betreffende college hebt; anders begin je
direct met het boek.
2. Lees daarna het aangegeven boekhoofdstuk/deel.
3. Maak het schema of de tabel die bij het hoofdstuk staat.
4. Beantwoord alle vragen gesloten boek, schriftelijk of hardop.
5. Verbeter met de antwoorden onderaan het hoofdstuk.
6. Zet elke fout in een foutenlijst.
7. Oefen daarna de contrasten: bedek de uitleg en benoem zelf het verschil.
8. Zet ook hiervan elke fout in de foutenlijst.
9. Leg de volgende dag de fouten hardop uit alsof je het aan iemand anders uitlegt.
10. Herhaal indien nodig.

,(Let op: elk hoofdstuk begint op een nieuwe pagina!)

H7: Motoriek

Leerdoel: De organisatie en werking van het motorisch systeem uitleggen, inclusief
motorische reflexen, het plannen van beweging en de functies van de basale ganglia en
het cerebellum.

Slides: Bekijk de slides als je die hebt.
Boek: Kalat, Hoofdstuk 7: Movement, Modules 7.1–7.3.

Wat je leert en maakt

• Lees Module 7.1: spieren, neuromuscular junction, reflexen, proprioceptoren en
motorprogramma’s.
• Lees Module 7.2: motorcortex, corticospinale banen, cerebellum, basale ganglia
en bewuste beweging.
• Lees Module 7.3: Parkinson en Huntington.
• Maak schema’s voor: spiercontractie, stretch reflex, motorplanning, cerebellum
vs. basale ganglia en Parkinson vs. Huntington.
• Maak de vragen met het boek gesloten.
• Zet elke fout in een foutenlijst.
• Oefen daarna de contrasten: bedek de uitleg en benoem zelf het verschil.
• Zet ook hiervan elke fout in de foutenlijst.
• Herhaal de fouten de volgende dag.

Vragen

1. Wat is het verschil tussen gladde, skelet- en hartspieren?
2. Welke neurotransmitter wordt gebruikt aan de neuromuscular junction?
3. Waarom kunnen oogspieren preciezer bewegen dan de biceps?
4. Wat is het verschil tussen slow-twitch en fast-twitch spiervezels?
5. Wat zijn proprioceptoren?
6. Wat doet een muscle spindle?
7. Wat doet een Golgi tendon organ?
8. Hoe verloopt de stretch reflex?
9. Wat is een ballistic movement?
10. Wat zijn central pattern generators?
11. Wat is een motor program?
12. Welke hersengebieden zijn betrokken bij het plannen van beweging?
13. Wat doet de primary motor cortex?
14. Wat doet de premotor cortex?
15. Wat doet de supplementary motor cortex?
16. Wat doet de posterior parietal cortex?
17. Wat meet de antisaccade-taak?
18. Wat zijn mirror neurons?
19. Waarom is de claim dat mirror neurons aangeboren zijn omstreden?

, 20. Wat is het verschil tussen de laterale en mediale corticospinale baan?
21. Wat zijn de functies van het cerebellum?
22. Wat doen parallel fibers en Purkinje cells?
23. Wat doen de basale ganglia?
24. Wat is het verschil tussen stimulus-geïnitieerde en zelfgeïnitieerde beweging?
25. Wat laat het Libet-experiment zien?
26. Wat is de oorzaak van Parkinson?
27. Hoe werkt L-dopa?
28. Wat is de oorzaak van Huntington?
29. Waarom geeft schade aan de basale ganglia bij Huntington onvrijwillige
bewegingen?
30. Vergelijk Parkinson en Huntington.

Antwoorden

1. Gladde spieren: organen/darmen; skeletspieren: beweging van het lichaam;
hartspier: hart.
2. Acetylcholine.
3. Oogspieren hebben veel meer axonen per spiervezel, waardoor fijne controle
mogelijk is.
4. Slow-twitch: aerobisch, langzamer maar vermoeien weinig; fast-twitch:
anaerobisch, krachtig/snel maar vermoeien snel.
5. Receptoren die positie en beweging van een lichaamsdeel registreren.
6. Registreert spierrek en activeert de stretch reflex.
7. Registreert spierspanning en remt te sterke contracties.
8. Spier wordt gerekt → muscle spindle → sensorisch signaal naar ruggenmerg →
motorneuron → spier trekt samen.
9. Een snelle beweging die na het starten nauwelijks nog wordt bijgestuurd door
feedback.
10. Neurale mechanismen, vooral in het ruggenmerg, die ritmische bewegingen
genereren.
11. Een vaste opeenvolging van bewegingen die na het starten grotendeels
automatisch verloopt.
12. Posterior parietal cortex, supplementaire motorcortex, premotor cortex,
prefrontale cortex en primaire motorcortex.
13. Stuurt vooral signalen naar hersenstam en ruggenmerg voor beweging;
representeert vaak het beoogde resultaat.
14. Richt beweging op een doel en gebruikt informatie over lichaamspositie.
15. Belangrijk voor het plannen, organiseren, starten en remmen van bewegingen.
16. Betrekt lichaamsinformatie bij bewegingsplanning; stimulatie kan een bedoeling
of gevoel van beweging geven.
17. Het vermogen om een automatische oogbeweging te onderdrukken en juist de
andere kant op te kijken.
18. Neuronen die actief zijn bij het zelf uitvoeren én het zien van een vergelijkbare
beweging.
19. Er is weinig overtuigend bewijs dat pasgeborenen betrouwbaar imiteren; mirror-
neuron-eigenschappen kunnen ook door leren ontstaan.

Infos sur le Document

Cours
Publié le
9 octobre 2026
Nombre de pages
21
Écrit en
2026/2027
Type
Resume
$11.61

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
6
Abonnés
0
Éléments
21
Dernière vente
3 semaines de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions