1
,Week 1A : Introductie en Recht in het algemeen
Wat is het recht?
Het recht is eigenlijk het spelregelsysteem van onze maatschappij. Iedereen wil zo vrij
mogelijk zijn, maar jouw vrijheid stopt waar de vrijheid van een ander in het gedrang komt.
Het recht is de grensrechter die bepaalt waar die lijn precies ligt, gebaseerd op wat we als
samenleving eerlijk en rechtvaardig vinden.
De verschillende visies in het recht
- Thomas Hobbes en de absolute macht: Hobbes bedacht het idee van een 'sociaal
contract' waarbij mensen de macht overdragen aan een soeverein (zoals een staat of heerser)
die het absolute geweldsmonopolie krijgt. Dit betekent dat alleen de staat mag straffen of
dwingen. De overheid bepaalt wat er gebeurt, zodat burgers dat niet onderling hoeven uit te
vechten, wat chaos voorkomt.
- John Locke en de rechtsstaat: Waar Hobbes de heerser alle macht geeft, stelt Locke
duidelijke grenzen. Hij introduceert het legaliteitsbeginsel: alles wat de heerser of de
overheid doet, móét in de wet staan. Alle regels en bevoegdheden van de overheid moeten
wettelijk verankerd zijn, zodat een rechter deze kan toetsen. Wanneer je dit legaliteitsbeginsel
combineert met grondrechten (die de burger beschermen tegen de overheid), vormt dat de
definitie van een rechtsstaat.
- Jean-Jacques Rousseau en de democratie: Rousseau voegt daar nog een cruciale
voorwaarde aan toe. Volgens hem mag het recht niet zomaar van een koning komen, maar
moet het afkomstig zijn van het volk. Dit is de fundering onder ons democratische
rechtssysteem.
- Gustav Radbruch en de grens van de wet: De theorie van Radbruch draait om de
spanning tussen de letter van de wet en echte rechtvaardigheid. Zijn uitgangspunt is dat het
'positieve recht' (de formele, geschreven regels) in beginsel altijd geldt, zelfs als die regels
een onrechtvaardige inhoud hebben. Maar er is een extreme grens: als de strijd tussen de
2
,geschreven wet en oprechte gerechtigheid zo ondragelijk groot is, wordt de wet als
'unrichtiges Recht' (foutief recht) beschouwd en mag deze niet meer worden toegepast. Zoals
vooral gebeurde na de Tweede Wereldoorlog. De wetten van dat extreme regime waren
formeel gezien misschien wel wetten, maar ze waren zo onrechtvaardig dat ze onmogelijk nog
konden worden gehandhaafd.
Het objectieve/positieve recht
Het objectieve of positieve recht Dit is de verzameling van het recht dat op dit moment
daadwerkelijk geldt. Het wordt gedefinieerd als het geheel van alle geldende rechtsregels,
afgebakend door een bepaalde plaats en een bepaalde tijd.
Op een bepaalde plaats Het recht is niet overal ter wereld, of zelfs binnen Nederland, exact
hetzelfde. Een praktisch voorbeeld hiervan is de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
Een APV bevat specifieke gemeentelijke regels, wat betekent dat regels omtrent bijvoorbeeld
het uitlaten van honden of geluidsoverlast in de ene gemeente wezenlijk anders kunnen zijn
dan in de naburige gemeente.
Op een bepaalde tijd Wetten en regels zijn niet statisch, maar veranderen voortdurend door
nieuwe maatschappelijke inzichten of politieke besluiten. Het objectieve recht omvat
uitsluitend de regels die op dit specifieke moment van kracht zijn, niet de oude wetten die
inmiddels zijn afgeschaft.
Functie van het recht
Conflicten voorkomen en oplossen De primaire functie van het recht is het voorkomen en
oplossen van conflicten binnen de samenleving. Dit mechanisme is breed toepasbaar en
beperkt zich niet enkel tot het burgerlijk recht, zoals bij een zakelijk geschil, maar vormt
evengoed de fundering van het strafrecht.
3
, De grenzen van het recht en moraliteit Het recht is echter geen allesomvattend systeem; het
regelt nadrukkelijk niet alles. Er bestaat een belangrijke scheidslijn tussen moraliteit en
rechtspraak. Niet alles wat in de maatschappij als moreel verwerpelijk wordt gezien, is ook
daadwerkelijk wettelijk strafbaar. Een sprekend voorbeeld is overspel. Hoewel dit gedrag
vaak moreel wordt afgekeurd, is het in de huidige wetgeving geen strafbaar feit.
Objectief en subjectief recht (Law vs Right)
Objectief recht: Dit is het bestaande, algemene recht. Denk hierbij aan de wettelijke regel
dat burgers kiesrecht hebben, of de regel dat veroorzaakte schade vergoed moet worden.
Subjectief recht: Dit is de individuele bevoegdheid die direct aan dit objectieve recht wordt
ontleend. Het daadwerkelijk uitbrengen van een stem, of het eisen van schadevergoeding voor
een kapotte laptop, is het uitoefenen van een subjectief recht.
Formeel en materieel recht
Materieel recht: Dit omvat de inhoudelijke regels van de samenleving. Dit zijn de feitelijke
geboden, verboden en afspraken over bijvoorbeeld schade en wanprestatie.
Formeel recht (procesrecht): Dit regelt de vorm: hoe deze materiële regels in de praktijk
geëffectueerd worden. Voorbeelden hiervan zijn wanneer een verdachte mag worden
aangehouden, hoe het Openbaar Ministerie een straf eist voor een misdrijf, of bij welke
rechtbank een specifieke zaak moet dienen.
Privaatrecht en Publiekrecht (Horizontaal vs verticaal)
Privaatrecht: Dit heeft een horizontaal karakter en regelt de verhoudingen tussen
gelijkwaardige partijen. Voorbeelden hiervan zijn conflicten tussen burgers onderling of
afspraken tussen een burger en een bedrijf.
4