Microbiologie en infectieziekten 1
1) Introductie
• Vanaf eind 20e eeuw
o Infectieziekten = controleerbaar
§ è Mensen ≠ meer bezorgd om infectieziekten (zien als
een griepje, …)
§ Slechts korte periode +/- controleerbaar (70 jaar)
• Door vaccins, antibiotica, antivirale middelen,
antifungica
§ Enkel rijkere populaties
• In ontwikkelingslanden (zuiden van wereld) = meer
infectieziekten
• Micro-organismen
o Eukarya: dieren, planten, fungi, protisten
o Prokarya: bacteria
o Archaea (≠ pathogeen)
o ó virussen ≠ leven à zelf geen cel è gastheercel nodig voor
multiplicatie
• Waarneembaarheid
o Fungi + eencellige parasieten à lichtmicroscoop + e--
microscoop
o Bacteriën à lichtmicroscoop + e--microscoop
o Virussen à e--microscoop
• Toekomst
o Nieuwe infectieziekten
§ Ontstaan + terug ontstaan van infectieziekten
§ Verspreiding door externe factoren (bv.
klimaatverandering à malaria)
§ Een van belangrijkste doodsoorzaken
• Respiratoire infecties
• HIV/AIDS
• Ziektes met diarree
• TBC
• !kindertijd ziektes te voorkomen door vaccins!
o Niet iedereen = toegang tot vaccins
§ Nieuwe pathogenen
1
, § Identificatie van oorzakelijke pathogenen bij gekende
infectieziekten
• Legionella pneumophilia à pneumonie
• Bartonella henselae à kattenkrabziekte
§ ‘Oude’ ziektes erkend als infectieziekte
§ ‘Oude’ pathogenen in nieuwe gebieden
§ Geschiedenis van infectieziekten
• Sedentaire levensstijl
o Meer mensen dicht op elkaar
o Eenzijdige voeding
o Slechte hygiëne (geen HACCP + afval)
o Dieren in omgeving
• Pre-industriële steden
o Endemische ziekten = meer voorkomen è
1e epidemies
o Serieuze impact op geschiedenis
§ Populatiegroei
§ Religie
§ Psychologische impact
§ Sociale effecten
• Geïndustrialiseerde steden
o Pasteurisatie + sterilisatie water (= + effect)
o Grotere populatiedichteid + smerige
omstandigheden
o Epidemies è pandemies
• Vandaag
o Betere hygiëne
o Antibioticaresistentie
o Landen met veel ouderen
o Menselijke technologie è opportuniteiten
voor ‘oude’ microbes (vliegtuigennetwerk)
o Toenemende resistentie
§ Gevaarlijkste infectieziekte = ziekte met antibacteriële
resistentie
§ Oude pathogenen met nieuwe resistentie
• MRSA = Methicilline-resistente Staphylococcus
aureus
• VRSA = Vancomycine-resistente Staphylococcus
aureus
2
, • VRE = Vancomycine-resistente enterokokken
(groep = kleine letter)
• PRSP = Penicilline-resistente Streptococcus
pneumoniae (genus = hoofdletter, species = kleine
letter)
• ESBL = Extended-spectrum b-lactamase
o Gestegen aantal infecties è gestegen
carbapenem gebruik (= laatste redmiddel)
è gestegen carbapenem resistentie
• CPE = Carbapenemase Producerende
Enterobacteriaceae (familie =hoofdletter)
§ è ontwikkeling van bacteriën resistent tegen alle
antibiotica
§ Antibiotica à target aanvallen (iets wat = uniek voor
bacteriën è ≠ eukaryote cellen aanvallen)
§ Bacteriën à resistentiemechanismen è target
veranderen/antibiotica aanvallen
• Resistentie door
o Mutatie in genoom (moedercel à
dochtercel)
o DNA horizontaal doorgeven è vorming
groep resistente bacteriën
• Resistentie = voornamelijk probleem bij gram-
bacteriën
§ ABR-spreiding
• Uitwisseling van antibioticaresistente genen
(gezin/huisdieren)
• Dieren
• Reizen
• Voedsel
o Beperkte beschikbaarheid nieuwe antibiotica
§ Afgelopen 10 jaar = maar 1 nieuw antibiotica klasse:
oxazolidinones
§ Wel explosie nieuwe antifungica
§ Beperkt aantal nieuwe antibiotica
• Door weinig onderzoek
o Economisch inefficiënt
o Meer investering dan winst ≠ rendabel
o Weinig winst want antibiotica ≠ breed
gebruikt (enkel als laatste redmiddel)
3
, § Ernstige infecties (bloedinfecties, meningitis, …)
§ Eenvoudige ingrepen = moeilijker/onmogelijk
(heupoperatie, keizersnede, …)
§ Gram+
• Grootste markt
• Beperkt aantal producten in pipeline
• Resistentie¯ in bepaalde landen
• ≠ probleem
§ Gram-
• Beperkt marktaandeel
• Zeer weinig producten in pipeline
• Resistentie wereldwijd
o Nieuwe diagnostische tools
§ Snel infectieziekten identificeren +
antibioticagevoeligheid onderzoeken
• Stalen à cultiveren à gram-kleuring/MALDI-TOF
(species identificatie) à groeien à vatbaarheid
onderzoeken à typeren
• Bepaling van bepaalde DNA-sequentie = veel
sneller (1-12 uur)
o Nieuwe vaccins
§ Antibiotica = telkens resistentie
§ Vaccins
• Interessante investering
• Resistentie tegen vaccins (= door immuunreacties)
= veel langer duren
• Kijken naar lijst van infectieziekten met hoge
prioriteit (= rekenen op ontwikkeling van vaccin)
2) Normale flora
• Bacteriën (10x meer dan lichaamseigen cellen)
o = overal binnen + buiten lichaam
o Veel functies in lichaam = bacterieel gestuurd
• Normale flora
o Foetus = vrij van micro-organismen bij geboorte à bij
geboorte = geïnfecteerd
§ Kolonisatie van lichaamsholten + -oppervlakten
§ Karakteristiek maar verandering o.i.v
• Leeftijd
4
1) Introductie
• Vanaf eind 20e eeuw
o Infectieziekten = controleerbaar
§ è Mensen ≠ meer bezorgd om infectieziekten (zien als
een griepje, …)
§ Slechts korte periode +/- controleerbaar (70 jaar)
• Door vaccins, antibiotica, antivirale middelen,
antifungica
§ Enkel rijkere populaties
• In ontwikkelingslanden (zuiden van wereld) = meer
infectieziekten
• Micro-organismen
o Eukarya: dieren, planten, fungi, protisten
o Prokarya: bacteria
o Archaea (≠ pathogeen)
o ó virussen ≠ leven à zelf geen cel è gastheercel nodig voor
multiplicatie
• Waarneembaarheid
o Fungi + eencellige parasieten à lichtmicroscoop + e--
microscoop
o Bacteriën à lichtmicroscoop + e--microscoop
o Virussen à e--microscoop
• Toekomst
o Nieuwe infectieziekten
§ Ontstaan + terug ontstaan van infectieziekten
§ Verspreiding door externe factoren (bv.
klimaatverandering à malaria)
§ Een van belangrijkste doodsoorzaken
• Respiratoire infecties
• HIV/AIDS
• Ziektes met diarree
• TBC
• !kindertijd ziektes te voorkomen door vaccins!
o Niet iedereen = toegang tot vaccins
§ Nieuwe pathogenen
1
, § Identificatie van oorzakelijke pathogenen bij gekende
infectieziekten
• Legionella pneumophilia à pneumonie
• Bartonella henselae à kattenkrabziekte
§ ‘Oude’ ziektes erkend als infectieziekte
§ ‘Oude’ pathogenen in nieuwe gebieden
§ Geschiedenis van infectieziekten
• Sedentaire levensstijl
o Meer mensen dicht op elkaar
o Eenzijdige voeding
o Slechte hygiëne (geen HACCP + afval)
o Dieren in omgeving
• Pre-industriële steden
o Endemische ziekten = meer voorkomen è
1e epidemies
o Serieuze impact op geschiedenis
§ Populatiegroei
§ Religie
§ Psychologische impact
§ Sociale effecten
• Geïndustrialiseerde steden
o Pasteurisatie + sterilisatie water (= + effect)
o Grotere populatiedichteid + smerige
omstandigheden
o Epidemies è pandemies
• Vandaag
o Betere hygiëne
o Antibioticaresistentie
o Landen met veel ouderen
o Menselijke technologie è opportuniteiten
voor ‘oude’ microbes (vliegtuigennetwerk)
o Toenemende resistentie
§ Gevaarlijkste infectieziekte = ziekte met antibacteriële
resistentie
§ Oude pathogenen met nieuwe resistentie
• MRSA = Methicilline-resistente Staphylococcus
aureus
• VRSA = Vancomycine-resistente Staphylococcus
aureus
2
, • VRE = Vancomycine-resistente enterokokken
(groep = kleine letter)
• PRSP = Penicilline-resistente Streptococcus
pneumoniae (genus = hoofdletter, species = kleine
letter)
• ESBL = Extended-spectrum b-lactamase
o Gestegen aantal infecties è gestegen
carbapenem gebruik (= laatste redmiddel)
è gestegen carbapenem resistentie
• CPE = Carbapenemase Producerende
Enterobacteriaceae (familie =hoofdletter)
§ è ontwikkeling van bacteriën resistent tegen alle
antibiotica
§ Antibiotica à target aanvallen (iets wat = uniek voor
bacteriën è ≠ eukaryote cellen aanvallen)
§ Bacteriën à resistentiemechanismen è target
veranderen/antibiotica aanvallen
• Resistentie door
o Mutatie in genoom (moedercel à
dochtercel)
o DNA horizontaal doorgeven è vorming
groep resistente bacteriën
• Resistentie = voornamelijk probleem bij gram-
bacteriën
§ ABR-spreiding
• Uitwisseling van antibioticaresistente genen
(gezin/huisdieren)
• Dieren
• Reizen
• Voedsel
o Beperkte beschikbaarheid nieuwe antibiotica
§ Afgelopen 10 jaar = maar 1 nieuw antibiotica klasse:
oxazolidinones
§ Wel explosie nieuwe antifungica
§ Beperkt aantal nieuwe antibiotica
• Door weinig onderzoek
o Economisch inefficiënt
o Meer investering dan winst ≠ rendabel
o Weinig winst want antibiotica ≠ breed
gebruikt (enkel als laatste redmiddel)
3
, § Ernstige infecties (bloedinfecties, meningitis, …)
§ Eenvoudige ingrepen = moeilijker/onmogelijk
(heupoperatie, keizersnede, …)
§ Gram+
• Grootste markt
• Beperkt aantal producten in pipeline
• Resistentie¯ in bepaalde landen
• ≠ probleem
§ Gram-
• Beperkt marktaandeel
• Zeer weinig producten in pipeline
• Resistentie wereldwijd
o Nieuwe diagnostische tools
§ Snel infectieziekten identificeren +
antibioticagevoeligheid onderzoeken
• Stalen à cultiveren à gram-kleuring/MALDI-TOF
(species identificatie) à groeien à vatbaarheid
onderzoeken à typeren
• Bepaling van bepaalde DNA-sequentie = veel
sneller (1-12 uur)
o Nieuwe vaccins
§ Antibiotica = telkens resistentie
§ Vaccins
• Interessante investering
• Resistentie tegen vaccins (= door immuunreacties)
= veel langer duren
• Kijken naar lijst van infectieziekten met hoge
prioriteit (= rekenen op ontwikkeling van vaccin)
2) Normale flora
• Bacteriën (10x meer dan lichaamseigen cellen)
o = overal binnen + buiten lichaam
o Veel functies in lichaam = bacterieel gestuurd
• Normale flora
o Foetus = vrij van micro-organismen bij geboorte à bij
geboorte = geïnfecteerd
§ Kolonisatie van lichaamsholten + -oppervlakten
§ Karakteristiek maar verandering o.i.v
• Leeftijd
4