hoofdstuk 6 & 7 handboek niet voor dit olod
EXAMEN: we krijgen omschrijvingen en wij moeten de namen en begrippen kunnen geven of
omgekeerd, data’s niet kennen
- geen open vragen over de geschiedenis
HFST 1: Inleiding: Kennismaking met de Psychologie
Bij elke slide staan al notities van lector!!!
1.1 Een definitie van de psychologie
= De wetenschappelijke studie van het gedrag en de mentale activiteiten van het individu
- Doel: gedrag begrijpen en verklaren EN proberen gedrag te voorspellen
- Verklaringen vinden in de persoon zelf of in omgevingsfactoren.
(Onderscheid met biologie: zoeken verklaringen in de biologische processen en gaan op zoek
naar bepaalde Lichaamsprocessen (bijvoorbeeld hormonen of iets in de hersenen) die het
gedrag van de jongens kunnen verklaren. Zo kan gewelddadig gedrag soms het gevolg zijn van
een teveel aan mannelijk hormoon of van een letsel dat zich vooraan in de hersenen bevindt.
Misschien hadden de jongens door een ongeluk een kwetsuur op die plaat opgelopen? Of
misschien was er sprake van een hersentumor die daar in stilte aan het woekeren was?
Onderscheid met sociologie: zoeken verklaringen in de maatschappelijke invloeden ->
sociale geledingen, jongeren cultuur, bredere maatschappelijke tendensen.)
1.2.Wetenschappelijk psychologie en intuïtieve mensenkennis
Intuïtieve mensenkennis(gezond verstand)= alle inzichten die we opdoen uit onze eigen
ervaringen
● Gebruiken we in onze dagelijkse omgang met de mensen
● Denken we niet over na
● zorgt ervoor dat we functioneren zonder lang na te moeten denken over wat te
antwoorden
● Niet – onderbouwde psychologische aannamen die als wetenschappelijke waarheden
worden gepresenteerd. Vaak spreekwoorden geworden. Bijv. als de kat van huis is
dansen de muizen op tafel.
o Zo weten we dat iemand kwaad kan worden en agressief uit de hoek kan komen wanneer
we hem treiteren of hem hindernissen in de weg leggen. Omgekeerd weten we ook hoe we bij
iemand in het gevlij kunnen komen, bijvoorbeeld door hem een geschenkje te geven of
ongevraagd iets voor hem te doen.
-> Al die inzichten halen we uit ervaring. Sommige hebben we verworven in onze directe
omgang met mensen, andere worden van generatie op generatie doorgegeven via opvoeding
en de taal
-> Elke wetenschap is ook begonnen dankzij intuïtieve mensenkennis.
, 1.2.1. Verschillen in het verzamelen van gegevens
Intuïtieve inzichten: toevallig, subjectief, alledaagse leven
Wetenschappelijk: objectief, systematisch, gecontroleerde situaties (belangrijkste)
● Objectieve vaststellingen:-> om te vermijden dat de uitspraken die je doet teveel
gebaseerd zijn op persoonlijke eigenaardigheden of subjectieve verwachtingen
- Moeten kunnen worden herhaald
- Moeten kunnen worden gecontroleerd
-> Objectiviteitsbeginsel -> de wetenschap dient steeds te vertrekken van objectieve
gegevens, van vaststellingen die uit de feiten zelf voortvloeien en die er in principe,
ongeacht de waarnemer, steeds hetzelfde uitzien.
•In de psychologie is het minder evident om hiervoor instrumenten te gebruiken, soms andere
methoden om aan gegevens te komen (psychodiagnostische testen)
- Voorbeeld: een onderzoeker wil nagaan of er een verband is tussen het stemgedrag van
mensen en het aantal allochtonen dat in hun stad woont. Hiervoor kan hij gebruik
maken van vragenlijsten en databanken.
- Voor sommige gegevens is dat evenwel niet mogelijk en dan is men wel verplicht om af
te gaan op meer subjectieve indrukken.
-> Intersubjectiviteit: Mate van overeenkomst tussen verschillende waarnemers (bv: meerdere
leerkrachten die een presentatie beoordelen… als iedereen hetzelfde zegt geeft dit een
duidelijk antwoord)
o Dat betekent dat ze zullen nagaan in hoeverre verschillende waarnemers
onafhankelijk van elkaar tot eenzelfde appreciatie komen. Alleen die gegevens waarbij
een voldoende mate van overeenkomst vastgesteld wordt tussen beoordelaars,
kunnen dan in aanmerking worden genomen.
Bijvoorbeeld: creativiteit, empathie,…
Technieken die door psychologen worden gebruikt (zie tekst op Sofia en digitap):
•Natuurlijke observatie -> wanneer je gedrag van mensen of dieren in hun natuurlijke
omgeving gaat observeren; van buitenaf registreren van de te bestuderen fenomenen, al dan
niet aan de hand van een lijst met observatiecriteria
•Participerende observatie -> de fenomenen van binnenuit observeren door er zelf actief aan
deel te nemen.
o Norah Vincent is een journaliste die wilde weten in welke mate het leven van een
man makkelijker is dan dat van een vrouw. Daartoe vermomde ze zich anderhalf jaar als
man, en dompelde ze zich zo onder in de mannenwereld. Ze ging met hen op café en
maakte afspraakjes met vrouwen zoals mannen plegen te doen. Ze schreef haar
bevindingen neer in het boek Onder mannen (2006). Samen genomen concludeerde ze
dat mannen het niet bepaald makkelijk hebben in deze tijden. Eén van haar
, bevindingen was dat mannen vaak het gezeur van vrouwen moeten doorstaan.
Vrouwen mogen immers hun onzekerheden ten toon spreiden en hun negatieve
emoties tonen, terwijl van mannen wordt verwacht dat ze zich sterk houden en hun
leven in handen nemen.
•Ongestructureerd interview -> gewoon gesprek met mensen, mensen vertellen spontaan,
moeilijker om gegevens te verwerken en antwoorden zijn vaak moeilijker met elkaar te
vergelijken
•Gestructureerd interview -> : informatie inwinnen tijdens een gesprek aan de hand van een
reeks vooraf opgestelde vragen en aandachtspunten
(Semigestructureerd interview: voordelen van beide methoden worden gecombineerd. De
onderzoeker zal enkele vooraf bevraagde thema’s bevragen waarop de geïnterviewde dan in
eigen woorden kan antwoorden. )
•Vragenlijsten -> informatie inwinnen via een vooraf opgestelde reeks vragen die schriftelijk
beantwoord moeten worden.
Voordeel: in relatief korte tijd een grote hoeveelheid informatie bijeen krijgen bij groot aantal
mensen
•Gebruik van databanken -> heel wat informatie kun je – meestal anoniem - vinden in
bestaande gegevensbanken van de overheid en andere instanties
•Fysiologische metingen -> hartslag, hersenscans, bloeddruk
•Psychologische tests: -een gestandaardiseerde studie waarin bepaalde gedragsaspecten zo
objectief mogelijk geobserveerd en geanalyseerd worden.
o Worden vaak gezien als de meest typische technieken waarmee psychologen de
deelnemers aan een onderzoek te lijf gaan.
o Strikt genomen vormen ze echter geen aparte categorie. Men onderscheidt er de
verschillende soorten in maar in feite zijn ze niets anders dan meer geperfectioneerde
vormen de hoger genoemde technieken.
o Sommigen baseren zich op gedragsobservaties: denk aan de klassieke
intelligentietests waarbij wordt nagegaan hoe intelligent je met allerlei soorten
probleempjes weet om te gaan.
o Andere kun je zien als vragenlijsten of interviews. Bij de eerste kun je denken aan de
persoonlijkheidsvragenlijsten waarin je moet aangeven in hoeverre je jezelf herkent in
een reeks beweringen, bij de tweede aan het soort tests waarbij bijvoorbeeld wordt
gevraagd wat je zoal ziet in een reeks inktvlekken.
1. Alledaagse observaties (niet-systematisch)
● Mensen baseren zich vaak op enkele indrukken of toevallige gebeurtenissen.
● Voorbeelden:
○ “Echte Amerikaan” (stereotypering).
○ “Stille waters, diepe gronden” (generaliserende uitspraak).
○
, ● Kenmerken:
○ Focus op opvallende/afwijkende gebeurtenissen i.p.v. algemene patronen.
○ Leidt tot scheefgetrokken beeld, vooroordelen en stereotypen.
○ Voorgevoelens lijken vaak uit te komen → men onthoudt enkel de successen,
vergeet de mislukkingen.
2. Systematische observaties (wetenschappelijk)
● Doel: vertekeningen vermijden.
● Twee manieren:
1. Alle relevante observaties systematisch registreren.
2. Representatieve steekproeven nemen (voldoende groot, gespreid, aselect).
● Zorgt voor een betrouwbare afspiegeling van de werkelijkheid, niet enkel van
opvallende gebeurtenissen.
3. Gecontroleerde situaties
● Zelfs systematische observaties kunnen vertekend raken door storende factoren.
○ Voorbeeld: regenmeting beïnvloed door verdamping, temperatuur, wind.
○ Voorbeeld: iemands gedrag hangt af van de situatie/groep → niet altijd een
constante eigenschap.
● Oplossing: observaties uitvoeren in gecontroleerde omstandigheden, met
uitschakeling/neutralisering van storende factoren.
● Methoden:
○ Laboratoriumomstandigheden.
○ Speciale meetapparatuur.
1.2.2. Verschillen in het zoeken naar samenhangen
Intuïtief: oppervlakkig, één keer voorkomen is voldoende om verband te zien, éénvoudig, niet
gecontroleerd,
Wetenschappelijk:
•Methodisch onderzoek
•Inkaderen in een bredere theorie
•Empirische toetsing (waarneembare zaken)
Methodisch werken