• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 18 pages
Summary

Samenvatting Biologie Alle Modules | VUB | 2025/2027

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 18 pages

Studiemateriaal voor Algemene Biologie aan de Vrije Universiteit Brussel, waarin Module 1 tot en met Module 5 worden behandeld. Het document omvat alle termen die moeten gekend zijn in dit vak.

Content preview

MODULE 1: De Basis van het Leven

ALGEMENE BIOLOGIE

- Biologie = wetenschappelijke studie van het leven
- Homeostase = in stand houden van stabiele interne fysische en chemische condities
- Emergente eigenschap = eigenschappen die ontstaan door interactie tussen componenten
van een lager niveau
- Organisme = één individueel levend wezen bestaande uit één of meer cellen
- Adaptatie = aanpassing aan veranderende omstandigheden
- Feedbackmechanisme = regulatiesysteem dat interne stabiliteit handhaaft
o Positief = respons versterkt stimulus (bv. bloedstolling)
o Negatief = respons vermindert stimulus (bv. insuline)

LEVENSNIVEAU'S & ECOLOGIE

- Biosfeer = alle delen van de aarde waarin leven voorkomt
- Ecosysteem = levende wezens + niet-levende factoren in een gebied
- Gemeenschap = alle levende wezens in een ecosysteem
- Populatie = individuen van een soort in een bepaald gebied
- Soort = groep individuen die zich onderling kunnen voortplanten
- Organisme = individueel levend wezen
- Orgaan = deel van een meercellig organisme met specifieke functie
- Weefsel = groep cellen met gezamenlijke functie
- Cel = basiseenheid van alle leven
- Organel = functioneel compartiment in eukaryote cellen
- Molecule = kleinste deeltje van een stof met alle eigenschappen van die stof

OORSPRONG VAN HET LEVEN

- Abiogenese = ontstaan van leven uit niet-levende materie
- Astrobiologie = studie naar mogelijkheid van leven op andere planeten
- LUCA = Last Universal Common Ancestor; eencellige voorouder van al het leven
- Great Oxidation Event = periode waarin atmosfeer voor het eerst veel zuurstof bevatte
- Cambrische explosie = periode van snelle toename van complexe levensvormen

DOMEINEN

- 3-domeinen hypothese = leven verdeeld in Bacteria, Archaea en Eukarya
- Bacteria = domein van eencellige micro-organismen met celwand
- Archaea = domein van eencellige micro-organismen (oerbacteriën) zonder celwand
- Eukarya = domein van alle eukaryoten

, CELTYPES

- Prokaryoot = eencellig organisme zonder celkern (met plasmide, ±0.002 mm)
- Eukaryoot = organisme met celkern en organellen

EVOLUTIE & VERWANTSCHAPPEN

- Natuurlijke selectie = organismen met gunstige eigenschappen planten zich meer voort
- Homologe kenmerken = kenmerken met een gemeenschappelijke evolutionaire oorsprong
- Fylogenie = studie van evolutionaire verwantschappen
- Taxonomie = benoemen en klasseren van organismen
- Monofyletisch = groep met voorouder + alle nakomelingen
- Parafyletisch = groep met voorouder maar niet alle nakomelingen
- Polyfyletisch = groep soorten met verschillende voorouders
- Eocyte hypothese = eukaryoten ontstaan uit een groep archaea (eocyten)


MODULE 2: De Chemie van het Leven
- Waterstofbruggen = binding tussen moleculen die waterstofatoom hebben gebonden aan een
sterk elektronegatief atoom (O, N, F)
- Cohesie = aantrekkingskracht of samenhang
- Adhesie = afstotingskracht
- ‘snowball earth’ = periode waarin de aarde bedekt was met ijs

ALGEMENE CHEMIE & MOLECULEN

- Organische chemie = Tak van de chemie die koolstofverbindingen bestudeert.
- Hydrofiel = Wateraantrekkend; lost goed op in water.
- Hydrofoob = Waterafstotend; lost slecht op in water.
- Koolwaterstof = Molecuul dat enkel uit koolstof- en waterstofatomen bestaat.
- Structurele isomeren = Moleculen met dezelfde formule maar verschillende
structuur.
- Cis-trans isomeren = Isomeren die verschillen in ruimtelijke rangschikking rond een dubbele
binding.
- Enantiomeren = Spiegelbeeld-isomeren die niet op elkaar passen.
- Functionele zijgroep = Groep atomen die eigenschappen/gedrag van een molecuul bepaalt.

ENERGIE-DRAGERS

- ATP (adenosinetrifosfaat) = Energie-molecuul van de cel.
- ADP (adenosinedifosfaat) = Molecuul dat ontstaat wanneer ATP één fosfaatgroep verliest.

MACROMOLECULEN

- Macromolecule = Grote moleculen opgebouwd uit vele kleinere eenheden.
- Polymeer = Lange keten van herhalende bouwstenen (monomeren).
- Monomeer = Kleine bouwsteen van een polymeer.

, KOOLHYDRATEN

- Koolhydraat = Organische verbinding van C, H en O; energiebron.
- Suiker = Zoete koolhydraten; meestal mono- of disachariden.
- Monosacharide = Enkelvoudige suiker (bv. glucose).
- Disacharide = Twee monosachariden samen (bv. sucrose).
- Polysacharide = Lange keten van suikers (bv. zetmeel).
- Triose = Suiker met 3 koolstoffen.
- Tetrose = Suiker met 4 koolstoffen.
- Pentose = Suiker met 5 koolstoffen.
- Hexose = Suiker met 6 koolstoffen.
- Glucose = Belangrijkste energiebron van cellen; een hexose.
- Fructose = Vruchtensuiker; een hexose.
- Galactose = Suiker die o.a. deel uitmaakt van lactose.
- Sucrose = Glucose + fructose (tafelsuiker).
- Maltose = Glucose + glucose.
- Lactose = Glucose + galactose (melksuiker).
- Glycogeen = Opslagpolysacharide in dieren.
- Zetmeel = Opslagpolysacharide in planten.
- Cellulose = Structureel polysacharide in planten (celwanden).
- Chitine = Structureel polysacharide in insecten en schimmels.
- Aminopolysaccharide = Polysacharide met aminogroepen (zoals chitine).

CELLULAIRE RESPIRATIE

- Cellulaire respiratie = Proces waarin cellen glucose afbreken om ATP te maken.
- Glycolyse = Eerste stap van celademhaling: afbraak van glucose tot pyruvaat.
- Glycosidische binding (waarschijnlijk bedoelde term) = Binding tussen twee
suikermoleculen.

LIPIDEN

- Lipid(e) = Vetachtige moleculen, slecht oplosbaar in water.
- Vetten (triglyceriden) = Glycerol + drie vetzuren; energiereserve.
- Vetzuur = Lange koolwaterstofketen met een zuurgroep.
- Glycerol = Drie-koolstof alcohol in vetten.
- Fosfolipide = Lipide met fosfaatgroep; bouwsteen van membranen.
- Fosfolipide dubbellaag = Dubbele laag fosfolipiden; basis van celmembranen.
- Steroïde = Lipide met vier ringstructuren (bv. cholesterol).
- Cholesterol = Steroïde die membranen verstevigt en hormonen vormt.

PROTEÏNEN / EIWITTEN

- Proteïne = Polymeer van aminozuren; uitvoerders van celprocessen.
- Aminozuur = Bouwsteen van eiwitten; bevat aminogroep, carboxylgroep en R-groep.
- Peptidebinding = Binding tussen twee aminozuren.
- Polypeptide = Ketting van vele aminozuren.
- Alfa-koolstof = Centrale koolstof in een aminozuur.
- Aminogroep (-NH₂) = Functionele groep in aminozuren.
- Carboxyl-groep (-COOH) = Zuurgroep in aminozuren.
- R-groep = Zijketen die het type aminozuur bepaalt.
- Hoofdketen = Ruggegraat van een polypeptide (N-C-C herhaling).

Document information

Study
Uploaded on
October 8, 2026
Number of pages
18
Written in
2025/2026
Type
Summary
$9.79

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
3
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions