• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 31 pages
Summary

Samenvatting Rechtsfilosofie |inclusief de oefenvragen en hoorcolleges | Open Universiteit | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 31 pages

Samenvatting van Rechtsfilosofie (RB0522) aan de Open Universiteit, aangevuld met alle hoorcolleges en oefenvragen. Ik heb het vak aangepakt door eerst een samenvatting van alle stof te maken, die zie je hier staan. Daarna heb ik alle belangrijke dingen uit de samenvatting gearceerd en deze in een document gezet zodat ik bij elke schrijver een aantal kernwoorden op kon noemen. Daarna heb ik de oefententamens gemaakt. Op de uiteindelijke toets kon ik alle kernwoorden verbinden aan de schrijvers en daardoor heb ik uiteindelijk een 7 kunnen halen. Jou kost het een heleboel minder tijd doordat je deze samenvatting al hebt, dus een 7 halen met dit stappenplan moet dan zeker lukken, en wie weet wel hoger! Succes met leren!

Content preview

Samenvatting rechtsfilosofie: alle stof is samengevat. De stof is aangevuld met alle hoorcolleges en de
oefenvragen. Bij de oefenvragen is alles per punt opgesomd met de dingen die niet in de
samenvatting voorkomen. Dus de oefenvragen en hoorcolleges zijn een aanvulling op de
samenvatting.

1. John Stuart Mill ‘vrijheid van denken en spreken’

Rond 1858, stelde dat het tijdperk van straffen voor politieke discussies voorbij is in Nederland, met
uitzondering van momenten van paniek (vond vervolging pers in 1858 daar niet bij horen doordat de
vervolgingen niet ingezet werden en het waren geen politieke processen). Regering doet wat het volk
wilt, maar heeft niet het recht om minderheid meningen te onderdrukken. Dit omdat het de
waarheid kan bevatten wat dan onderdrukt wordt en omdat als het onjuist is het zorgt voor een
duidelijker inzicht en levendiger indruk van de waarheid (doordat de fout ertegenover staat is het
makkelijker om de waarheid te begrijpen, het houdt ook de feiten scherp). Je weet nooit of de
mening onjuist is juist is en anders is het nog niet goed om te onderdrukken, anders zeg je dat jouw
mening de absolute waarheid is en dat is gevaarlijk want dan zeg je dat je onfeilbaar bent (geen
fouten maakt). Als je minder zeker van jezelf bent is het gevaar dat je steeds meer op je omgeving
vertrouwt en gelooft wat zij geloven en dat is afhankelijk van de tijd en in de geschiedenis is te zien
dat vaak een overtuiging in een tijd later onjuist bleek. Een oordeel mag je nooit aan andere op
leggen zonder volkomen overtuigd te zijn van de juistheid, maar bij overtuiging is het geen
voorzichtigheid meer maar lafheid om naar eigen inzichten te handelen.

Taak regering en burgers om een zo waar mogelijk oordeel te vormen en dat niet aan anderen op
leggen zonder volkomen overtuigd te zijn van de juistheid. Voor bepalen van je gedrag moet je
aannemen dat je opvattingen juist zijn. Mensen kunnen vergissingen recht zetten. Wijze mensen
luisteren naar wat anderen te zeggen hebben en de verschillende opvattingen te bestuderen.
Tegelijkertijd kunnen argumenten nooit voldoen. Er zijn opvattingen die nuttig zijn voor het algemeen
welzijn van de samenleving, de regering heeft de plicht om deze in stand te houden. Tegelijkertijd is
dat nut ook betwistbaar. Dan is een rechter nodig om te beslissen of een opinie schadelijk is. Je stelt
je onfeilbaar op als je andere mensen iets oplegt zonder wederhoor, dus nog niet als je zelf overtuigd
bent van een opvatting. Verwijzing naar Socrates: groot filosoof die ter dood werd gebracht door
veroordeling wegens goddeloosheid en onzedelijkheid (conflict tussen wettige overheid en de
publieke opinie van die tijd). Ook zelfde verwijzing naar Jezus en kruisiging. Ofwel, de tijd doet veel
met het denken over de personen (vroeger gezien als goddeloos en nu als groot persoon). Verwijzing
naar keizer Marcus Aurelius; absolute heerser met weinig gebreken en zijn schrijven verschilde weinig
van Christus zijn lessen, maar hij vervolgde christenen. Hij zag het als een plicht om de samenleving
te beschermen tegen uiteenvalling en de traditionele goden konden het alleen bij elkaar houden.
Onder Constantijn werd het christelijk geloof een rijksgodsdienst. Volgens dr. Johnson is vervolging
van christendom een beproeving die de waarheid moet doorstaan en dat zal het altijd met succes
doorstaan. De schrijver is het daar niet mee eens en vindt dat het niet klopt dat waarheid een
innerlijke kracht heeft die de dwaling dan juist niet zou hebben. De voorsprong die de waarheid wel
heeft is dat een opvatting een vele malen uitgewist wordt, maar als het echt waar is het steeds
opnieuw opkomt net zo lang totdat er een tijd is waarin het aan de vervolging kan ontsnappen. Rond
1857 was de uitroeiing er nog steeds ondanks dat er geen doodstraf was, voor toelating bij de
rechtbank moest je een geloof in een god belijden en in het hiernamaals geloven, anders had de eed
had dan geen waarde en kon je dus niet bij de rechtbank een eed afleggen. Publieke opinie is net zo
doeltreffend als de wet, behalve voor mensen die niet afhankelijk zijn van de goede wil van anderen.

Eerste gedeelte ging uit van dat de gedachte dat de heersende opvatting onjuist is. Nu dat zij juist
waar is. Alsnog moet de waarheid vrij en openlijk aan kritiek worden blootgesteld. Als een persoon

,toevallig een ware opvatting heeft maar het alleen door vooroordeel of gewoonte gelooft zonder
redenen of bewijs, is het geen goede manier, je kent de waarheid dan niet echt. Je moet altijd in staat
zijn om de argumenten van de tegenpartij te weerleggen en dat kan pas als je je daar in verdiept. En
die argumenten moet je horen van de tegenpartij zelf, zij verdedigen het oprecht en willen zich er
voor inzetten. Ook de eenvoudige mensen moeten dat kunnen. De katholieke kerk heeft juist als
oplossing dat er mensen zijn die de leer uit eigen overtuiging hebben en mensen zijn die het in goed
vertrouwen moeten doen. Dat komt uit de opvatting dat niet iedereen er in zo’n mate in kan
verdiepen. In moeilijkere omstandigheden is het inzicht in de waarheid van het geloof inzien
makkelijker doordat dan ook de zwakkeren weten en voelen waarvoor zij vechten en ze kennen het
verschil van hun overtuiging en die van de tegenpartij. Zodra het geloof juist erfelijk passief
overgedragen wordt is het makkelijker om alles te vergeten behalve de uiterlijke vormen van het
geloof. Mensen hebben de neiging om niet langer over iets na te denken zodra dit niet langer aan
twijfel onderhevig is, dit is de oorzaak van de helft van al hun dwalingen, de ‘diepe slaap van een
gevestigde mening’. Als een opvatting algemeen wordt is het een onvermijdelijke bijkomstigheid dat
de ernstige meningsverschillen verdwijnen, kan positief zijn als de opvatting waar is maar gevaarlijk
als het onwaar is. Zo was er het dialectiek van Socrates: negatieve discussies over grote vragen van
filosofie en leven voor gewone burgers waardoor ze hun mening konden vormen. En scholastiek
Middeleeuwen: was er om te zorgen dat de leerling zijn eigen opvatting en de tegengestelde zou
begrijpen, om te verdedigen en te weerleggen, nadeel was dat de uitgangspunten van de autoriteiten
afkwamen en niet van het verstand.

Er zijn 3 opties die genoemd zijn:

1. De gangbare opvatting is verkeerd en de andere is juist;
2. De gangbare opvatting is juist en een conflict met het tegengestelde is onmisbaar voor een
helder begrip en diep besef van de waarheid
3. Bij twee tegenstrijdige stellingen, delen zij de waarheid. Niet een is waar en de ander onwaar,
de stellingen vullen elkaar aan.

Bij punt 3 is de afwijkende opvatting nodig om de waarheid aan te vullen. Dat de opvatting niet altijd
volledig waar is komt ook door de behoefte van de tijd.

In de 18e eeuw vonden mensen dat ze beter waren dan de vroeger. Toen kwam Rousseau en die
zorgde voor opschudding en dat leidde tot een betere mix van ideeën, met nieuwe en oude
gecombineerd. En dat terwijl de gangbare meningen niet helemaal verkeerd waren, maar door hem
kwamen er wel nieuwe waarheden en inzichten naar boven die in de bestaande opinie ontbraken.

Redenen waarom vrijheid van meningsuiting voor het geestelijk welzijn noodzakelijk is:

1. Een mening die het zwijgen opgelegd wordt kan toch waar zijn, hoe zeker je ook van jezelf
bent. Bij ontkennen zeg je dat je onfeilbaar bent;
2. Een onderdrukte opvatting die misschien niet juist is kan een element van waarheid bevatten;
3. De meeste mensen zullen de heersende opinie als vooroordeel aanhangen, met weinig
begrip of gevoel voor rationele gronden ervan;
4. De betekenis van een leerstelling zal gevaar lopen verloren te gaan of zwakker te worden. Het
dogma wordt niet meer dan een formele erkenning en het verspert de weg tot opkomst van
oprechte en hartgrondige erkenning.

Ergste van de vergrijpen zijn sofistische redeneringen; weglaten van feiten of argumenten, het onjuist
weergeven van onderdelen van een probleem of het verkeerd voorstellen van de tegengestelde
opvatting. Het wordt dan ook nog eens vaak in goed vertrouwen gedaan door mensen die niet

,onwetend zijn. Bij een debat moet afkeuring (zoals sarcasme en scheldwoorden) aan beide kanten
verboden worden, bij een ongebruikelijke opvatting waartegen het gebruikt wordt ontvangt men
waarschijnlijk hier zelfs lof voor. Het is kwalijk als het tegen minderheden gebruikt wordt. Als het
gebeurt uit naam van de heersende opinie zal het mensen ook terugschrikken om naar de
tegengestelde opvatting te luisteren en te verkondigen. Het is niet de taak om dit te voorkomen door
wet en gezag.



2. Brian Leiter ‘the case against free speech

Is het nou echt nodig dat mensen het recht hebben om hun mening te uiten? Veel niet-alledaagse
(non-mundane) uitingen zijn waardeloos, leveren geen bijdrage aan waarheidsvinding. Gaat om
uitingen van esthetische waarde, of over kwesties van maatschappelijk belang of politieke en morele
kwesties of over het goede leven. De enige overtuigende argumenten voor uitingsvrijheid, gaan over
de vraag of je de rechter of wetgever die beslist over beperkingen van vrijheid van meningsuiting wel
kunt vertrouwen om waarheid van onwaarheid goed te kunnen onderscheiden.

Tijdens bijv. een rechtszaak zijn er strenge beperkingen op de uitingsvrijheid en in de samenleving is
dat anders (gewone mensen mogen bijv. zelfstandig beslissingen nemen voor welke president ze
kiezen zonder dat iemand ze controleert, in i.t.t. tijdens de rechtszaak waarbij de rechter controleert
wat er gezegd wordt), argumentatie volgens Leiter waarom het in de rechtszaal anders gaat:

1. In een rechtszaak is de tijd beperkt;
2. In een rechtszaak gelden alleen zakelijke argumenten, in de samenleving dienen uitingen ook
andere niet-epistemische functies (die niet te maken hebben met de waarheid maar bijv.
gaan over mening);
3. De rechtszaal heeft de rechter die enigszins betrouwbare beslissingen kan nemen over de
epistemische waarde van uitingen, de samenleving niet

Argumenten nader toegelicht en weerlegt:

 Tijd is beperkt: niet helemaal overtuigend, er worden ook beslissingen met veel grotere
belangen genomen in beperktere tijd (bijv. 9/11). Tijdsdruk kan het dus niet helemaal
verklaren.
 Uitingen buiten de rechtszaal dient meer belangen: waarom is een democratie gebaat bij
uitingsvrijheid als door onwaarheden het de democratie kan ondermijnen? Waarom zouden
sommige uitingen toegestaan worden alleen omdat burgers het fijn vinden om zich zo te
uiten. Conclusie: er zijn aanvullende argumenten nodig om te onderbouwen of uitingsvrijheid
in de samenleving noodzakelijk is vanwege democratie of welzijn/autonomie.
- Argumenten voor democratie: Leiter kijkt dan naar de kwaliteit van de uitkomst
van democratische besluitvorming. Volgens hem is onbeperkte uitingsvrijheid
niet noodzakelijk voor het functioneren van de democratie. Het versterkt
namelijk dat door de onwetendheid van het volk er verkeerde beslissingen
genomen worden. Tegelijkertijd is ongehinderde uitingsvrijheid noodzakelijk om
informatie te krijgen over de behoefte van de bevolking. Leiter stemt dan in met
dat informatie over basisbehoeften noodzakelijk is voor een democratie, maar is
sceptisch over dat andere behoeften noodzakelijk zijn in een democratie, burgers
zouden niet goed in staat zijn om hun werkelijke behoefte te onderkennen (door
o.a. manipulatie door externe invloeden als reclame.

, - Daarnaast kijkt hij of uitingsvrijheid in de samenleving noodzakelijk is vanwege
welzijn/autonomie. Ook hier geeft hij aan (net als bij argument over andere
behoeften in democratie) dat uitingsvrijheid niet noodzakelijk zou zijn voor het
individuele welzijn van de spreker of toehoorder. Maar hij erkent wel de
autonomie als je overeenkomstig je eigen opvattingen handelt in plaats van die
van anderen. En Leiter kijkt ook of uitingsvrijheid verdedigd kan worden met een
beroep op het individuele welzijn voor sprekers en toehoorders: uitingen brengen
ook kosten met zich mee voor het individuele welzijn van burgers en de
samenleving (bijv. discriminatie, onderdrukking etc. een voorbeeld is
haatdragende taal gebaseerd op een mening). Ofwel alle drie volstaan niet
volgens Leiter.
- Volgens Mill (zie hiervoor) is een vereiste voor een vrije samenleving
uitingsvrijheid. Hij gaat uit van verstandige en volwassen mensen, maar dat zijn ze
niet bij bijv. racisme volgens Leiter. Kritiek volgens Leiter is dat de meeste niet
alledaagse taal draagt niet bij aan waarheidsvinding (bijv. scheldpartijen) en Mill
gaat er ten onrechte vanuit dat mensen in staat zijn tot rationele
oordeelsvorming en zorgvuldige beoordeling van bewijs. Het wordt ook slordig
gelezen, wan Mill geeft juist geen steun aan uitingen die evident geen bijdrage
leveren aan de waarheid. Volgens Leiter moet uitingsvrijheid niet altijd omwille
van psychische schade beperkt worden, juist niet als: schade ontstaat doordat het
slachtoffer getroffen wordt in zijn ideeën over hoe anderen zich moeten gedragen
(moralisme) of als de schade bestaat uit een opvatting van het slachtoffer over
hoe de wereld in elkaar zit (dogmatici). Het mag juist wel beperkt worden als het
gaat om de psychische schade op eigenwaarde en eigen welzijn van het
slachtoffer (bijv. haat op ras).
 De rechter bepaald welke uitingen verboden moeten worden: Leiter gelooft dat de overheid
dit niet kan bepalen in de samenleving (zoals de rechter dat wel kan in de rechtszaal). De
overheid kan het niet door beïnvloedingen van belangen en lobby’s en is niet neutraal.
Verbieden is niet mogelijk doordat er in de samenleving niemand is die dat kan doen. Leiter is
over deze kwestie niet helemaal uit, hij noemt wel de herinvoering van loterijen in de
regering (door loting mensen in de regering kiezen) want dat zorgt ervoor dat de invloed van
de gevestigde belangen vermindert. Conclusie Leiter: uitingsvrijheid is een vraag over
politieke instituties en we moeten afscheid nemen van het idee dat uitingsvrijheid op zichzelf
goed is en dat het de mensheid verder brengt.

Hoorcollege:

Vrijheid van meningsuiting vanuit juridisch perspectief gaat over waar liggen de grenzen van
uitingsvrijheid vanuit geldend recht (bijv. EVRM). Vanuit rechtsfilosofisch perspectief gaat het om
waarom verdienen uitingen bescherming en wat zijn gerechtvaardigde redenen om uitingen te
beperken.

John Stuart Mill (1806-1873): boek On Liberty (1859), hij was een van de grondleggers van het
politiek liberalisme: hoeveel vrijheid moeten burgers hebben om te doen wat ze willen. Hij heeft het
over beperkingen van vrijheid door middel van strafwetgeving inclusief sancties. Mensen tegen
zichzelf beschermen door middel van wetgeving is volgens hem niet geoorloofd (bijv. bescherming
tegen roken mag niet, want gaat alleen om beschermen van anderen en niet van de persoon zelf).
Met die mensen kun je praten en redeneren, maar niet dwingen. Boek gaat over waarom is het zo
belangrijk dat mensen hun mening uiten. Hij is ook stellig in dat als iedereen de zelfde mening had en

Document information

Study
Uploaded on
October 8, 2026
Number of pages
31
Written in
2026/2027
Type
Summary
$9.22

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
1
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions