• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 15 pages
Summary

Samenvatting toegepaste methoden en statistiek.

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 15 pages

Samenvatting van het vak toegepaste methoden en statistiek. Hoorcolleges zijn aangevuld met informatie uit de werkcolleges. Aantekeningen gemaakt bij practica van SPSS over het uitvoeren van analyses zijn ook meegenomen.

Content preview

TOEGEPASTE METHODEN EN
STATISTIEK
Jaar 3 - semester 1 - blok 1


COLLEGE 1
DEEL 1
Correlatie ≠ causaliteit
Experiment: elke groep ondergaat verschillende behandeling (interventie)
 Type 1 fout: een effect vinden, terwijl deze er niet is
 Type 2 fout: geen effect vinden, terwijl deze er wel is
Correlationeel onderzoek: onderzoek a.d.h.v. data verkregen in natuurlijke setting
(observaties)
Causale analyse: van tevoren een idee hebben hoe de causaliteit loopt (theorie
gedreven)
Pad analyse: meer variabelen in de analyse opnemen
 Opstellen van een causale theorie
 Omzetten naar een statistisch (causaal) model
 Data verzamelen + schatten causale effecten volgens model
 Kijken hoe verwachte correlaties overeenkomen met waargenomen correlaties
als observaties niet bij verwachtingen passen, onvoldoende bewijs voor theorie; model
aanpassen

PADMODEL
= weergave van veronderstelde causale relaties tussen 2 of
meer variabelen
1 omvattende hypothese over de onderliggende causale
processen die de geobserveerde correlaties tussen
variabelen verklaren.
Constante: variabele waarin geen variatie is
Causale hypothese: X > Y of correlationele hypothese: X <> Y
Bij elke pijl in een padmodel hoort een gewicht (= padcoëfficiënt), geeft geschatte
effect weer
Basisrelaties:
1. Direct causaal effect: X  Y
2. Indirect causaal effect: X  M  Y
2 hypotheses, 1 voor elke pijl; M is de mediator of interveniërende variabele
3. Schijnrelatie: Z  X; Z  Y
geen of minder sterke causale relatie tussen X en Y, Z = confound: verstorende
variabele

, 4. Onbekende effect: X1 <> X2
er is een correlatie tussen … maar we hebben geen theoretische verwachting,
geen causale relatie tussen X en Y
5. Wederkerig effect: X1  X2  X1  …
moeilijk te onderzoeken, vereist longitudinale data, vaak door experience
sampling, causaal effect in 2 richtingen (2 losse pijlen)


COLLEGE 2
TOETSEN VAN CAUSALE HYPOTHESEN
Een direct effect is altijd gecontroleerd voor derde variabele
 Bij een klein effect van confound > mogelijk causaal effect tussen X en Y (maar
andere confounds kan je niet uitsluiten)
 Bij een middelgroot effect van confound + van directe relatie > zowel confound
als mogelijk causaal effect tussen X en Y
 Bij een groot effect van confound > samenhang tussen X en Y volledig toe te
schrijven aan confound
 Causale hypothesen kunnen nooit bewezen worden, maar wel ontkracht (=
falsificeren)
 In causale analyse altijd eerst rol van controle variabelen formuleren
(confound/mediator: afhankelijk van model) bijv. in salaris > gezondheidsklachten:
leeftijd is een confound; stress is een mediator
Opstellen padmodel:
1. Maak lijst van variabelen
2. Beschrijf causale hypotheses tussen variabelen
3. Teken relaties in een conceptueel model
4. Identificeer endogene variabelen: binnen het systeem; treden
als afhankelijke variabele op, en kunnen ook onafhankelijke
variabele zijn
+ voeg disturbance termen (ζ) toe: onverklaarde variantie; niet
te verklaren uit de andere variabelen in model die een direct effect
hebben op deze variabele
 Correleren niet met exogene variabelen & worden vaak weg gelaten
+ teken relaties tussen exogene variabelen (buiten het systeem, treed alleen als
onafhankelijke variabele op) = multicollineariteit. We veronderstellen altijd
correlatie tussen exogene variabelen maar laten deze vaak weg
5. Ga na of uitbreidingen nodig zijn  gouden regel: alle variabelen die een
schijnrelatie kunnen veroorzaken moeten worden meegenomen in het model, anders
krijg je vertekende effecten

RECURSIEVE VS. NIET RECURSIEVE MODELLEN
Recursief model: alle causale effecten zijn uni directioneel, disturbance termen zijn
ongecorreleerd met andere disturbance termen
Niet recursief model: er zijn: a) 1+ dubbele pijlen tussen disturbance termen of b) 1+
wederkerige effecten in het model (dubbele pijl tussen variabelen waarvan
minimaal 1 endogeen) of c) 1+ feedback loop in het model (X>Y>Z>X)
Recursieve modellen zijn eenvoudig te interpreteren + makkelijk te schatten met SPSS
maar: wel beperkter toepasbaar door uitsluiting van wederkerige effecten

Document information

Study
Uploaded on
October 8, 2026
Number of pages
15
Written in
2026/2027
Type
Summary
$6.90

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
elskedijkstraa
3.0
(1)
Sold
15
Followers
0
Items
23
Last sold
6 days ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions