Verbintenissen beknopt
H1: De verbintenis.
Situering: privaatrecht > burgerlijk recht > verbintenissenrecht.
Boek 5 en 6: aanvullend recht. ( art. 5.3 en 6.1 BW )
Werking in tijd: wet geldt enkel voor toekomst ( geen terugwerkende kracht ) ( boek 5 en 6:
inwerkingtreding vanaf 1 januari 2023 ) ( art. 1.2 BW )
Verbintenis: creëert rechtsband en is afdwingbaar. ( art. 5.1 en 5.3 BW )
o Uitz. afdwingbaarheid: natuurlijke verbintenis. ( art. 5.2 BW )
Vorderingsrecht: band tussen personen. ( verbintenissenrecht )
Zakelijk recht: recht op een goed. ( goederenrecht )
Klassiek verbintenissenrecht focust zich op vermogensrechtelijke verbintenissen > in geld
waardeerbare aanspraken tot voorwerp.
Bronnen verbintenissen:
o RH: meerzijdige of eenzijdige RH
o Rechtsfeit: oneigenlijke contracten of buitencontractuele aanspr.
o Wet
Indeling verbintenissen:
o Verb en hun bron: verbintenis uit RH of rechtsfeit.
o Verb en hun aard: verbintenis met economisch of burgerlijk karakter en
verbintenis met persoonsgebonden karakter.
o Verb en hun voorwerp:
verbintenis om iets te doen, iets niet te doen, te geven of garanderen.
( art. 5.46 BW )
Resultaatsverbintenis of inspanningsverbintenis.
Deelbare of ondeelbare verbintenis.
Verbintenis met pluraliteit van voorwerpen.
Hoofd- en secundaire verbintenissen;
o Verb met pluraliteit v subjecten: deelbare, hoofdelijke, ondeelbare en
verbintenissen in solidum.
o Verb met bijz modaliteiten: verbintenissen onder voorwaarde of onder
tijdsbepaling.
Verbintenis uit RH:
o Meerzijdige RH = contract ( art. 5.4 – 5.124 BW )
o Eenzijdige RH = eenzijdige wilsuiting ( art. 5.125 – 5.125 BW )
Verbintenis uit rechtsfeit:
o Oneigenlijk contract = geoorloofde daden waaruit een verbintenis ontstaat
ten laste van een persoon die er voordeel uit haalt zonder er recht op te
hebben. ( 3 soorten: zaakwaarneming, onverschuldigde betaling en
ongerechtvaardigde verrijking ) ( art. 5.128 – 5.137 BW )
o Buitencontractuele aansprakelijkheid = wie schade berokkent moet deze
vergoeden. ( Boek 6 BW )
Verbintenis met economisch karakter: contract met onderneming.
Verbintenis met burgerlijk karakter: contract met niet-onderneming.
Verbintenis met persoonsgebonden karalter ( intuitu personae): hoedanigheid is belangrijk.
In principe kan een verbintenis door iedereen worden uitgevoerd, dit is een uitzondering.
1
, Hierbij is het belangrijk wie de verbintenis uitvoert. ( art. 5.196 BW ) – ( bv arts, artiest,
architect,…)
Inspanningsverbintenis: schuldenaar is verplicht alle zorg te verstrekken om een bepaald
resultaat te bereiken. ( art. 5.72 BW )
Resultaatsverbintenis: schuldenaar moet een bepaald resultaat bereiken. ( art. 5.72 BW )
Deelbare verbintenis: het voorwerp kan in delen worden uitgevoerd. ( art. 5.159, 5.166,
5.170 BW )
Ondeelbare verbintenis: voorwerp is niet deelbaar. ( art. 5.159, 5.166, 5.170 BW )
Verbintenis met pluraliteit van voorwerpen:
o Cumulatieve verbintenis: basisprincipe. Verbintenis is cumulatief wanneer zij 2
of meer prestaties tot voorwerp heeft en enkel de nakoming van het geheel
de schuldenaar bevrijdt. ( art. 5.156 BW )
o Alternatieve verbintenis: verbintenis is alternatief wanneer zij 2 of meer
prestaties tot voorwerp heeft en de nakoming van 1 daarvan de schuldenaar
bevrijdt. ( art. 5.157 BW )
o Subsidiaire verbintenis: verbintenis heeft subsidiaire prestatie tot voorwerp
wanneer zij strekt tot een hoofdprestatie maar de schuldenaar heeft de keuze
om zich te bevrijden door een andere prestatie. ( art. 5.158 BW )
Hoofdverbintenis: belangrijkste prestatie die moet geleverd worden.
Secundaire verbintenis: ondergeschikt aan hoofdverbintenis.
Deelbare verbintenis: principe. De verbintenis kan worden verdeeld onder verschillende
schuldeisers of schuldenaars. ( art. 5.159 BW )
Hoofdelijke verbintenis: verbintenis is hoofdelijk wanneer er meerdere personen zijn die
ieder tot het geheel gehouden zijn. ( art. 5.160, 5.170 BW ) – uitz. op principe.
Ondeelbare verbintenis: verbintenis waarvan het voorwerp niet voor verdeling vatbaar is.
( art. 5.166-5.167 en 5.170-5.173 BW ) – uitz. op principe.
Verbintenissen in solidum: restcategorie. ( art. 5.168-5.169 BW ) – uitz. op principe.
Verbintenis onder voorwaarde: verbintenis afhankelijk van toekomstige en onzekere
gebeurtenis. ( art. 5.139-5.148 BW )
o Verbintenis onder opschortende voorwaarde: opeisbaarheid van verbintenis
pas mogelijk na toekomstige onzekere gebeurtenis. ( art. 5.139 BW )
o Verbintenis onder ontbindende voorwaarde: na gebeurtenis vervalt
verbintenis. ( art. 5.139 BW )
Verbintenis onder tijdsbepaling: verbintenis afhankelijk van toekomstige en zekere
gebeurtenis. ( art. 5.149-5.155 BW )
o Opschortende tijdsbepaling
o Uitdovende tijdsbepaling
H2: verbintenissen uit RH’s
Meerzijdige RH = contract = overeenkomst. ( art. 5.69 BW, art. 5.4 BW )
Contract is niet gelijk aan ‘verbintenis’.
Contract ontstaat altijd uit meerzijdige RH.
Consensueel contract: contract komt tot stand door loutere wilsovereenstemming van de
partijen. ( consensus )- geen vormvereisten. ( art. 5.5 BW )
Vormelijk contract: contract is vormelijk wanneer geldigheid onderworpen is aan
vormvereisten. ( bv geschrift )( art. 5.5 BW )
2
H1: De verbintenis.
Situering: privaatrecht > burgerlijk recht > verbintenissenrecht.
Boek 5 en 6: aanvullend recht. ( art. 5.3 en 6.1 BW )
Werking in tijd: wet geldt enkel voor toekomst ( geen terugwerkende kracht ) ( boek 5 en 6:
inwerkingtreding vanaf 1 januari 2023 ) ( art. 1.2 BW )
Verbintenis: creëert rechtsband en is afdwingbaar. ( art. 5.1 en 5.3 BW )
o Uitz. afdwingbaarheid: natuurlijke verbintenis. ( art. 5.2 BW )
Vorderingsrecht: band tussen personen. ( verbintenissenrecht )
Zakelijk recht: recht op een goed. ( goederenrecht )
Klassiek verbintenissenrecht focust zich op vermogensrechtelijke verbintenissen > in geld
waardeerbare aanspraken tot voorwerp.
Bronnen verbintenissen:
o RH: meerzijdige of eenzijdige RH
o Rechtsfeit: oneigenlijke contracten of buitencontractuele aanspr.
o Wet
Indeling verbintenissen:
o Verb en hun bron: verbintenis uit RH of rechtsfeit.
o Verb en hun aard: verbintenis met economisch of burgerlijk karakter en
verbintenis met persoonsgebonden karakter.
o Verb en hun voorwerp:
verbintenis om iets te doen, iets niet te doen, te geven of garanderen.
( art. 5.46 BW )
Resultaatsverbintenis of inspanningsverbintenis.
Deelbare of ondeelbare verbintenis.
Verbintenis met pluraliteit van voorwerpen.
Hoofd- en secundaire verbintenissen;
o Verb met pluraliteit v subjecten: deelbare, hoofdelijke, ondeelbare en
verbintenissen in solidum.
o Verb met bijz modaliteiten: verbintenissen onder voorwaarde of onder
tijdsbepaling.
Verbintenis uit RH:
o Meerzijdige RH = contract ( art. 5.4 – 5.124 BW )
o Eenzijdige RH = eenzijdige wilsuiting ( art. 5.125 – 5.125 BW )
Verbintenis uit rechtsfeit:
o Oneigenlijk contract = geoorloofde daden waaruit een verbintenis ontstaat
ten laste van een persoon die er voordeel uit haalt zonder er recht op te
hebben. ( 3 soorten: zaakwaarneming, onverschuldigde betaling en
ongerechtvaardigde verrijking ) ( art. 5.128 – 5.137 BW )
o Buitencontractuele aansprakelijkheid = wie schade berokkent moet deze
vergoeden. ( Boek 6 BW )
Verbintenis met economisch karakter: contract met onderneming.
Verbintenis met burgerlijk karakter: contract met niet-onderneming.
Verbintenis met persoonsgebonden karalter ( intuitu personae): hoedanigheid is belangrijk.
In principe kan een verbintenis door iedereen worden uitgevoerd, dit is een uitzondering.
1
, Hierbij is het belangrijk wie de verbintenis uitvoert. ( art. 5.196 BW ) – ( bv arts, artiest,
architect,…)
Inspanningsverbintenis: schuldenaar is verplicht alle zorg te verstrekken om een bepaald
resultaat te bereiken. ( art. 5.72 BW )
Resultaatsverbintenis: schuldenaar moet een bepaald resultaat bereiken. ( art. 5.72 BW )
Deelbare verbintenis: het voorwerp kan in delen worden uitgevoerd. ( art. 5.159, 5.166,
5.170 BW )
Ondeelbare verbintenis: voorwerp is niet deelbaar. ( art. 5.159, 5.166, 5.170 BW )
Verbintenis met pluraliteit van voorwerpen:
o Cumulatieve verbintenis: basisprincipe. Verbintenis is cumulatief wanneer zij 2
of meer prestaties tot voorwerp heeft en enkel de nakoming van het geheel
de schuldenaar bevrijdt. ( art. 5.156 BW )
o Alternatieve verbintenis: verbintenis is alternatief wanneer zij 2 of meer
prestaties tot voorwerp heeft en de nakoming van 1 daarvan de schuldenaar
bevrijdt. ( art. 5.157 BW )
o Subsidiaire verbintenis: verbintenis heeft subsidiaire prestatie tot voorwerp
wanneer zij strekt tot een hoofdprestatie maar de schuldenaar heeft de keuze
om zich te bevrijden door een andere prestatie. ( art. 5.158 BW )
Hoofdverbintenis: belangrijkste prestatie die moet geleverd worden.
Secundaire verbintenis: ondergeschikt aan hoofdverbintenis.
Deelbare verbintenis: principe. De verbintenis kan worden verdeeld onder verschillende
schuldeisers of schuldenaars. ( art. 5.159 BW )
Hoofdelijke verbintenis: verbintenis is hoofdelijk wanneer er meerdere personen zijn die
ieder tot het geheel gehouden zijn. ( art. 5.160, 5.170 BW ) – uitz. op principe.
Ondeelbare verbintenis: verbintenis waarvan het voorwerp niet voor verdeling vatbaar is.
( art. 5.166-5.167 en 5.170-5.173 BW ) – uitz. op principe.
Verbintenissen in solidum: restcategorie. ( art. 5.168-5.169 BW ) – uitz. op principe.
Verbintenis onder voorwaarde: verbintenis afhankelijk van toekomstige en onzekere
gebeurtenis. ( art. 5.139-5.148 BW )
o Verbintenis onder opschortende voorwaarde: opeisbaarheid van verbintenis
pas mogelijk na toekomstige onzekere gebeurtenis. ( art. 5.139 BW )
o Verbintenis onder ontbindende voorwaarde: na gebeurtenis vervalt
verbintenis. ( art. 5.139 BW )
Verbintenis onder tijdsbepaling: verbintenis afhankelijk van toekomstige en zekere
gebeurtenis. ( art. 5.149-5.155 BW )
o Opschortende tijdsbepaling
o Uitdovende tijdsbepaling
H2: verbintenissen uit RH’s
Meerzijdige RH = contract = overeenkomst. ( art. 5.69 BW, art. 5.4 BW )
Contract is niet gelijk aan ‘verbintenis’.
Contract ontstaat altijd uit meerzijdige RH.
Consensueel contract: contract komt tot stand door loutere wilsovereenstemming van de
partijen. ( consensus )- geen vormvereisten. ( art. 5.5 BW )
Vormelijk contract: contract is vormelijk wanneer geldigheid onderworpen is aan
vormvereisten. ( bv geschrift )( art. 5.5 BW )
2