Economie
Complete samenvatting
Consumptie, arbeid en productie, overheid, internationale
ontwikkelingen en de verrijkingsstof, met alle rekenregels
✓ Alle CE-stof in gewone taal, met rekenvoorbeelden
✓ Inkomen, sparen en lenen, kosten en winst, belastingen
✓ Verrijkingsstof: begrotingstekort, loonbelasting, inflatie en prijscompensatie
✓ Formuleblad, examentips en begrippenlijst A-Z
✓ 20 oefenvragen met uitwerkingen
1 2 3 4 5 6 7
Examen Consumptie Arbeid en productie Overheid Internationaal Verrijking Formules
Afgestemd op de syllabus centraal examen economie vmbo 2027 (gl/tl). Methode-onafhankelijk: bruikbaar naast
Pincode, Economie Integraal, Percent en andere methodes.
Economie mavo 4 · Eindexamen 2027 pagina
, Inhoud
Wat staat waar?
1 Zo werkt het examen
2 Consumptie
3 Arbeid en productie
4 Overheid en bestuur
5 Internationale ontwikkelingen
6 Verrijkingsstof
7 Formuleblad
8 Begrippenlijst A-Z
9 Oefenvragen
10 Uitwerkingen
ZO GEBRUIK JE DEZE SAMENVATTING
Economie-examens bestaan uit teksten met bronnen (tabellen, grafieken). Je moet de begrippen
herkennen en ermee rekenen. Leer per hoofdstuk de begrippen, reken de voorbeelden zelf na en gebruik
het formuleblad (hoofdstuk 7) bij het oefenen.
1. Zo werkt het examen
Wat moet je kennen voor het CE?
Examenonderdeel Waar gaat het over?
Consumptie Behoeften, keuzes, inkomen, geld, sparen en lenen
Arbeid en productie Bedrijven: kosten, opbrengsten, winst, toegevoegde
waarde; arbeid en werkloosheid
Overheid en bestuur Taken van de overheid, belastingen, sociale zekerheid
Internationale ontwikkelingen Handel met het buitenland, de EU, ontwikkelingslanden
Verrijkingsstof Begrotingstekort en staatsschuld, loon- en
inkomstenbelasting, waardeverandering van geld,
prijscompensatie
Vaardigheden Rekenen, bronnen lezen, economische vaktaal gebruiken
EXAMENTIP: REKENEN MET PROCENTEN
Bijna elke opgave heeft een rekenvraag. Schrijf altijd je berekening op, niet alleen het antwoord. Let op het
verschil tussen procent en procentpunt: van 4% naar 5% werkloosheid is 1 procentpunt meer, maar 25%
meer werklozen.
Economie mavo 4 · Eindexamen 2027 pagina
, 2. Consumptie
Behoeften, inkomen, sparen en lenen
Behoeften en keuzes
Begrip Uitleg
Behoeften Alles wat je nodig hebt of wilt hebben. Primaire behoeften
zijn noodzakelijk (eten, wonen, kleding), secundaire zijn
luxe (vakantie, telefoon)
Schaarste Je behoeften zijn groter dan je middelen (geld, tijd).
Daarom moet je kiezen.
Opofferingskosten Wat je opgeeft als je kiest: het beste alternatief dat je niet
neemt
Budget / begroting Overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven
Vaste lasten Uitgaven die elke maand terugkomen (huur, verzekering,
abonnement)
Variabele lasten Uitgaven die wisselen (boodschappen, kleding)
Wat je koopt, hangt af van je inkomen, de prijs, je behoeften (smaak, mode, reclame) en de prijzen van andere
producten.
Inkomen
Soort inkomen Uitleg Voorbeeld
Inkomen uit arbeid Loon of salaris; winst van een Werknemer, zzp’er
zelfstandige
Inkomen uit vermogen Rente, dividend, huur Spaarrente
Overdrachtsinkomen Uitkering of toeslag, zonder dat je er AOW, WW, bijstand,
nu voor werkt studiefinanciering, huurtoeslag
Begrip Uitleg
Brutoloon Loon vóór aftrek van belasting en premies
Nettoloon Wat je overhoudt na aftrek van loonheffing (belasting +
premies)
Besteedbaar inkomen Inkomen dat je echt kunt uitgeven
Koopkracht Hoeveel producten je met je inkomen kunt kopen
Inflatie Gemiddelde prijsstijging; hierdoor daalt de koopkracht als
je inkomen niet meestijgt
KOOPKRACHT
Koopkrachtverandering ≈ procentuele verandering inkomen − inflatie
Voorbeeld: loon + 3%, prijzen + 5% → koopkracht ongeveer −2%.
Economie mavo 4 · Eindexamen 2027 pagina