Geschiedenis en
staatsinrichting
Complete samenvatting
Staatsinrichting, het historisch overzicht vanaf 1900 en de twee
examenthema’s: Sovjet-Unie 1917-1941 en Indonesië 1942-1949
✓ Alle CE-stof in gewone taal, per periode met jaartallen
✓ Staatsinrichting: grondwet, parlement, kiesrecht en partijen
✓ De twee verrijkingsthema’s van 2027 uitgebreid uitgelegd
✓ Tijdlijnen, examentips en een begrippenlijst A-Z
✓ 20 oefenvragen met uitwerkingen
1 2 3 4 5 6 7 8
Examen Staatsinrichting 1848-1914 WO I Interbellum Sovjet-Unie WO II Indonesië
9 10
Koude Oorlog 1990-2001
Afgestemd op de syllabus centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo 2027 (gl/tl). Methode-
onafhankelijk: bruikbaar naast Feniks, MeMo, Geschiedeniswerkplaats en andere methodes.
Geschiedenis en staatsinrichting mavo 4 · Eindexamen 2027 pagina
, Inhoud
Wat staat waar?
1 Zo werkt het examen
2 Staatsinrichting van Nederland
3 Nederland 1848-1914
4 De Eerste Wereldoorlog 1914-1918
5 Het interbellum 1919-1939
6 Verrijkingsthema: communisme in de Sovjet-Unie
7 De Tweede Wereldoorlog 1939-1945
8 Verrijkingsthema: Indonesië
9 De Koude Oorlog 1945-1989
10 De nieuwe wereldorde 1990-2001
11 Begrippenlijst A-Z
12 Oefenvragen
13 Uitwerkingen
ZO GEBRUIK JE DEZE SAMENVATTING
Leer per periode eerst de tijdlijn, dan de begrippen en personen. Bij elke periode staat een examentip.
Hoofdstuk 6 en 8 zijn de twee verrijkingsthema’s: die worden dieper gevraagd dan de rest. Maak tot slot
de oefenvragen en check je antwoorden.
1. Zo werkt het examen
Wat moet je kennen voor het CE?
Onderdeel Wat moet je kunnen?
Staatsinrichting van Nederland Uitleggen hoe de Nederlandse rechtsstaat en democratie
zich vanaf 1848 tot nu hebben ontwikkeld
Historisch overzicht vanaf 1900 Belangrijke gebeurtenissen en ontwikkelingen in
Nederland en (West-)Europa herkennen, beschrijven en in
de tijd plaatsen
Verrijkingsthema 1 Het communisme in de Sovjet-Unie (1917-1941): ontstaan
en gevolgen
Verrijkingsthema 2 Indonesië als voorbeeld van dekolonisatie (1942-1949):
ontstaan en gevolgen
Vaardigheden Bronnen lezen (tekst, foto, spotprent, grafiek), oorzaak en
gevolg, standpunten herkennen, tijd en ordening
Geschiedenis en staatsinrichting mavo 4 · Eindexamen 2027 pagina
, LET OP: CHECK JE EXAMENJAAR
De twee verrijkingsthema’s wisselen om de paar jaar. Deze samenvatting is afgestemd op het examen
2027. Doe je in een ander jaar examen, kijk dan op examenblad.nl welke thema’s voor jou gelden.
EXAMENTIP: BRONVRAGEN
Bij bijna elke vraag hoort een bron. Lees eerst de vraag, dan de bron, en kijk naar het jaartal en de maker.
Gebruik in je antwoord altijd een gegeven uit de bron én je eigen kennis. Bij een spotprent: beschrijf wat je
ziet en leg uit wat de tekenaar ermee bedoelt.
2. Staatsinrichting van Nederland
Van koninkrijk tot parlementaire democratie
Tijdlijn
Jaar Gebeurtenis
1813-1815 Koninkrijk der Nederlanden ontstaat; Willem I wordt
koning; grondwet van 1815 (Verenigd Koninkrijk met
België)
1830 Belgische opstand: België wordt zelfstandig (door
Nederland erkend in 1839)
1840 Willem I treedt af; Willem II wordt koning
1848 Grondwetsherziening door Thorbecke: begin van de
parlementaire democratie
1866-1868 Conflicten tussen koning (Willem III) en parlement (o.a.
Luxemburgse kwestie): het parlement wint
1917 Pacificatie: algemeen mannenkiesrecht en financiële
gelijkstelling van het onderwijs
1919 Vrouwenkiesrecht (actief); passief kiesrecht voor vrouwen
al sinds 1917
Willem I: een koning met veel macht
Willem I regeerde autoritair: hij nam zelf de belangrijkste besluiten en de ministers waren alleen zijn adviseurs.
Na de Belgische opstand en financiële problemen kreeg hij veel kritiek. In 1840 trad hij af.
De grondwet van 1848 (Thorbecke)
In 1848 waren er in Europa veel revoluties. Koning Willem II werd bang en liet de liberaal Johan Rudolf
Thorbecke een nieuwe grondwet maken. Belangrijkste veranderingen:
Verandering Betekenis
Ministeriële verantwoordelijkheid De ministers zijn verantwoordelijk voor het beleid, niet de
koning. Zij moeten zich verantwoorden tegenover het
parlement.
Onschendbaarheid van de koning De koning kan niet worden aangesproken op het beleid; hij
heeft geen politieke macht meer.
Geschiedenis en staatsinrichting mavo 4 · Eindexamen 2027 pagina