Het kleroterion uitgelegd
Wat is een kleroterion?
Een kleroterion was een stenen lotingsapparaat dat in het klassieke Athene werd gebruikt om juryleden
(dikastai) voor de rechtbanken te loten uit de kring van stemgerechtigde burgers. De naam is afgeleid van
het Griekse woord kleros, dat 'lot' betekent — hetzelfde woord dat ook aan ons woord 'klerus'
(geestelijkheid, oorspronkelijk: zij die door het lot waren aangewezen) ten grondslag ligt.
Hoe werkte het apparaat?
Het kleroterion bestond uit een grote, rechtopstaande stenen plaat met daarin een raster van smalle,
horizontale gleuven. Elke Atheense burger die als jurylid in aanmerking wilde komen, beschikte over een
eigen bronzen of houten naamplaatje (een pinakion), met daarop zijn naam en de naam van zijn demos
(stadsdeel of dorp van herkomst) gegraveerd. Deze pinakia werden in de gleuven van het kleroterion
gestoken, doorgaans gegroepeerd per stam (phyle) — Athene kende tien van zulke stammen.
Vervolgens werd met behulp van een los apparaatje — een soort koker gevuld met zwarte en witte balletjes,
die via een buis willekeurig naar buiten rolden — bepaald welke rijen van het raster 'geselecteerd' werden.
Een witte bal betekende dat de bijbehorende rij naamplaatjes was gekozen; een zwarte bal betekende
afwijzing. Omdat dit proces per rij, en niet per individueel plaatje, plaatsvond, kon in één keer een grote
groep juryleden tegelijk worden geselecteerd, verdeeld over de verschillende stammen — zodat de
uiteindelijke jury altijd evenredig was samengesteld uit burgers van alle delen van Attica.
Waarom dit systeem, en niet gewoon benoeming of verkiezing?
De kernvraag voor je tentamen is niet zozeer de technische werking van het apparaat, maar wáárom de
Atheners voor dit omslachtige lotingssysteem kozen in plaats van bijvoorbeeld directe verkiezing of
benoeming van rechters. Het antwoord ligt in een fundamenteel integriteitsprobleem: wanneer van tevoren
bekend zou zijn wie er in een bepaalde rechtszaak als jurylid zou optreden, zou het voor een rijke of
machtige procespartij relatief eenvoudig zijn om die specifieke juryleden om te kopen of onder druk te
zetten.
Door de samenstelling van de jury pas vlak vóór de zitting, en volledig willekeurig, via loting vast te stellen,
werd dit risico vrijwel geëlimineerd: niemand — ook de juryleden zelf niet — wist van tevoren wie er precies
zou worden geselecteerd, en voor welke zaak. Bovendien bestond een jury doorgaans uit een groot aantal
personen — afhankelijk van het gewicht van de zaak tussen de 201 en 6000 man — wat het praktisch
nagenoeg onmogelijk maakte om zo'n grote, willekeurig samengestelde groep in zijn geheel om te kopen.
Plaats binnen de Atheense rechtsgang
Het kleroterion moet je niet geïsoleerd zien, maar als onderdeel van de bredere Atheense jury-praktijk die in
hoofdstuk 1 van de cursus wordt behandeld. De dikastai — de via het kleroterion geloot juryleden —
oordeelden niet alleen over de feiten van een zaak, maar ook over de rechtsuitleg zelf: zij legden bij hun eed
de verplichting af om te oordelen naar de wet, en wanneer de wet geen uitsluitsel gaf, naar hun eigen beste
oordeel (het beginsel to dikaion, 'het rechtvaardige'). Dit sluit rechtstreeks aan bij Solons keuze (zie het
microproduct over Solon) om zijn wetten bewust vaag te formuleren: juist omdat de jury uiteindelijk de
interpretatiemacht kreeg, was het van het grootste belang dat deze jury werkelijk onafhankelijk en
onomkoopbaar was — en het kleroterion was het instrument waarmee dat praktisch werd gewaarborgd.