Kruispuntdenken
Maatschappelijke kwetsbaarheid en kruispuntdenken in hulpverlening
- Je kent de rechten van jezelf en je doelgroep
- Je kent de machtsassen
- Je weet waar jezelf staat en wat je benadelingen en privileges zijn
- Je begrijpt wanneer mensen benadeeld/gediscrimineerd worden
- Je begrijpt wanneer mensen privileges hebben
, - Je begrijpt dat je als hulpverlener hier sensitief voor moet zijn
- Je begrijpt dat je als hulpverlener moet handelen om mensen hun rechten
te helpen uitoefenen
- Je begrijpt dat je je eigen privileges moet inzetten
- Je kan standpunten bevragen vanuit diversiteit
- Je kan gemeenschappelijkheden benoemen en zo verbinding maken
Kolonisatie en migratie
Zorgrelaties worden beïnvloed door:
- de behoeften die uitgebreid bio-psycho-sociaal kunnen zijn voor alle
betrokken individuen (micro)
EN
- een as of een kruising van meerdere assen van hun multidimensionale
sociale identiteit (meso-macro) waarbij de verschillende posities op de
assen een structureel voordeel of –nadeel geven
o leeftijd, geslacht, etniciteit, bekwaamheid, geboorteland, religie,
klasse, taal, seksuele geaardheid, huidskleur
- Deze assen kregen vorm in een koloniaal, neoliberaal globalisatie project
(macro).
Maatschappelijke kwetsbaarheid en racisme
- Geen directe causale relatie tussen aspecten als herkomst en huidskleur
enerzijds en maatschappelijke kwetsbaarheid anderzijds.
- Afwijken van de maatschappelijke ‘norm’ betekent vaak discriminatie
ervaren in tal van domeinen: onderwijs, huisvesting, tewerkstelling
(systeem van racisme!)
- Discriminatie op basis van deze identiteitsaspecten: kwetsuren in
interactie met maatschappelijke instellingen
- Wanneer gecumuleerd met andere indicatoren dus risicofactoren voor
verhoogde maatschappelijke kwetsbaarheid
Racisme
Ras = sociaal construct
Vb. huidskleur, haartextuur, oogvorm,...
= onderscheidende kenmerken die bij ieder mens
kunnen voorkomen.
Er zijn geen kenmerken die exclusief voorkomen bij 1
groep van mensen.
, Vb. Aboriginals: donkere huidkleur, blond haar
Vb. Monolid oogvorm (meestal geassocieerd bij Aziatische mensen) bij een Finse
man.
Het construct is gemaakt vanuit macht, om bepaalde voordelen voor
bepaalde mensen vast te leggen
Racisme is een superioriteitsdenken waarbij het ene zogenaamde ras beter is
dan het andere. Het kan de vorm aannemen van discriminatie, haatspraak of een
haatmisdrijf.
5 beschermde kenmerken, die worden aangeduid als ‘raciale’ kenmerken:
- zogenaamd ras (omdat er maar 1 menselijk ras bestaat, spreken we van
‘zogenaamd’ ras)
- huidskleur: bijvoorbeeld zwarte personen
- nationaliteit: bijvoorbeeld Nederlander
- afkomst: bijvoorbeeld van Joodse afkomst
- nationale of etnische afstamming: bijvoorbeeld Roma
Verschillende soorten
- Interpersoonlijk racisme: raciale vooroordelen
- Institutioneel racisme: systeem, machtsstructuren, ongelijkheid
- Georganiseerd racisme: groepen van mensen die zich onderling
organiseren op grond van een ideologie.
De buitenkant bij racisme:
1. Expliciet en impliciet
- Expliciet = duidelijk en openlijk racisme in gedrag en/of opmerkingen
- Impliciet = mogelijks geen racistische bedoeling, maar in de vraag
schuilen stereotypen en vooroordelen
= kwetsend!
2. Wit privilege
De onzichtbare, automatische voorrechten (of: de afwezigheid van nadelen)
voor niet-geracialiseerde mensen die voortvloeien uit (het systeem van)
racisme
- Als een politieagent me tegenhoudt en ondervraagt, kan ik er zeker van
zijn dat het niets te maken heeft met mijn huidskleur.
- Ik word nooit gevraagd om uitleg te geven over of me te verantwoorden
voor negatieve daden van andere mensen die ik niet ken maar die
dezelfde huidskleur hebben.