samenleving p. 12-13
William Wordsworth
Mensen hebben verschillende gezichten, maar delen één hart.
= leven in donkere tijden, blijven geloven in toekomst hopen te realiseren
Marthe Nussbaum
à zoektocht via 5 fundamentele opdrachten voor rechtvaardige
samenleving
à filosofie noodzakelijk instrument, helpt ons bewust worden van onze
taal en concepten
à filosofisch reflecteren: leren luisteren naar de ander zonder meteen
te vertalen naar de eigen denkkaders (Wittgenstein)
Filosofie
à ‘eilanden’ van betekenis, bruggen bouwende middel
à Helpt ons om te worden wie we willen zijn, maar nog niet zijn
à ‘Ken uzelf’ gegraveerd in tempel Apollo in Delphi (levensmotto
Socrates)
= zelfkennis geen eindpunt, levenslange opgave
1.1 filosofie als levenshouding: De Denker en het beroep van de
PGO p. 13-14
Auguste Rodin: De Denker (peinzend over de zeilen in de hel)
= krachtige houding; icoon van menselijke reflectie
1.2 symboliek van het naakte en gespierde lichaam p. 14
3 fundamentele dimensies van denken en van het mens – zijn tot
uitdrukking
1. Universele karakter van de menselijke conditie; gestalte waarin
ieder zich kan herkennen
2. Gespannen lichamelijkheid dat denken geen cerebrale activiteit is
(nadenken ook lichamelijk is)
3. Kwetsbaarheid en confrontatie; boven de poort naar hel geplaatst,
lijden onder zich ziet, voelt en doorleeft
Versmelten 3 fundamentele spanningsvelden die de menselijke existentie
kenmerken
1. Universele t.o.v. individuele
2. Geest t.o.v. lichaam
, 3. Kracht t.o.v. kwetsbaarheid
1.3 De Denker als metafoor voor orthopedagogisch handelen p.
15-16
Boven poort kijken naar hel
à Metafoor voor beroepshouding van PGO, positie confrontatie met
lijden, kwetsbaarheid, vraagt om niet weg te kijken en zonder
oordeel waar te nemen
Reflectie als lichamelijk en moreel proces (inzet van de hele mens)
à Steunt niet alleen op verstandelijk, ook gevoeligheid, intuïtie, …
Kwetsbaarheid = kracht
à Durven erkennen van onzekerheden; zorgt voor dialoog en
ontmoeting
= ontwikkeling van kritisch denken
PGO: boven de poort; confrontatie met menselijke pijn en onrecht, niet
enkel om te aanschouwen; denker herinnert eraan begrijpen, voelen en
reflecteren noodzakelijke voorbereiding op juist handelen
Voorbeeld: mishandeling binnen een gezin
Niet wegkijken (de houding van De Denker)
à Wat dit gedrag zou kunnen betekenen. Net als De Denker neemt hij
of zij de tijd om na te denken, te observeren en te luisteren.
à Erkent: dit kind lijdt.
à Het lijden onder ogen zien (in gesprek gaan, is confronterend).
à Juist handelen (van denken naar doen)
à Vraagt moed, want het kan weerstand oproepen bij ouders of
collega’s, en het heeft grote gevolgen.
Koppeling met Rodins De Denker
Symbool voor morele reflectie: stilstaan bij wat goed is om te
doen.
à De PGO belichaamt deze houding in de praktijk: denken
én handelen.Waar De Denker in stilte over de mensheid
nadenkt, zet de PGO die gedachte om in concrete zorg.
,2 Filosofie: Wat en Waarom
2.1 verwevenheid van filosofie, levensbeschouwing, cultuur en
mythe p. 17- 18
= diep verworven met elkaar, grenzen moeilijk aan te geven
Filosofie helpt bij proces om niet alleen naar privé te kijken zodat je je
handelen als PGO niet laat leiden door persoonlijke voorkeuren of privé
overtuigingen
Voorbeeld: Japan
2 voornaamste religieuze stromingen (ook nog een 3de en 4de)
1. Shintoïsme: oorspronkelijk, inheemse geloofssysteem van Japan
2. Boeddhisme: oorsprong in India, verspreidde via China naar Japan
3. Confucianisme: Chinese levensbeschouwing met filosofische inslag,
weg nr Japan, blijvende invloed op de cultuur
4. Taoïsme (of daoïsme); minder systematisch, nooit als volledig
denksysteem (filosofie) overgenomen; wel als bron van symbolen,
rituelen, ideeën
Dit toont aan culturen, … in afzondering niet bestaan, voortdurend
beïnvloeden
2.2 Mythe
2.2.1 conceptuele nieuwsgierigheid p. 19
Mens beperkt zich niet tot verkennen van zijn omgeving (deze betekenis
vol te maken)
= nieuwe sociale relaties actief geïnterpreteerd en vormgegeven binnen
breder kader
à Ontwikkeling van fundamentele structuren mens zichzelf, ander,
wereld en bovenmenselijke tracht te begrijpen
= mens-, wereld- en godsbeelden (eerste uitingen terug te vinden in
mythes)
2.2.1 kracht van mythen p. 19-23
Meeste dragen een doel in zich; onderscheiden 3 niet – exclusieve functies
van mythen (geven antwoord op existentiële vragen, reiken praktische en
ethische richtlijnen aan en bieden verklaringen voor natuurlijke
fenomenen)
1. Mythen en existentiële vragen (levensvragen over het bestaan)
= mythe bieden antwoord op vragen over oorsprong, dood,
bestemming
, Voorbeeld;
Gilgamesj – epos ( 1 v/d oudste literaire werken ter wereld)
Zoekt naar onsterfelijkheid, zijn beste vriend sterft
à Zoektocht eindigt met erkenning van eindigheid van het leven
Scheppingsverhaal van epos: goden besluiten mensen uit te roeien
met zondvloed, 1 man blijft over
à Compromis wordt de dood ingevoerd, controle over de mensheid
2. Mythen als richtsnoer voor gedrag
= ethische en praktische richtlijnen, tonen gedragingen binnen
gemeenschap
Voorbeeld:
Osiris en zoon Horus; Osiris verraden en gedood door eigen broer
Vrouw Isis en zoon Horus herstellen orde
à Toont belang van rechtvaardigheid, loyaliteit in samenleving
3. mythe als verklaring van de wereld
= mythes proberen natuurverschijnselen te verklaren (donder,
bliksem, …) vaak toegeschreven aan God
Voorbeeld:
Demeter en Persephone het ontstaan van de seizoenen
Persephone in onderwereld verblijft, rouwt moeder Demeter; natuur
sterft winter
à onbegrijpelijke vertrouwd en geven mens gevoel enige grip te
hebben op onvoorspelbare
4. 3 functies ook in 1 mythe voorkomen
Voorbeeld:
Orpheus en Eurydice; raakte veel thema’s (liefde, verlies, kunst,
vertrouwen, …)
Orpheus verliefd op Eurydice, zij stierf, hij besloot haar terug te
halen van de dood, hij daalde af nr de onderwereld, ze mocht terug
naar de wereld op voorwaarde dat hij niet mocht omkijken totdat ze
beiden de bovenwereld hadden bereikt VERTROUWEN; hij hoorde
haar voetstappen niet, vlak voor ze er waren keek hij om, ze viel
terug de onderwereld in.
à Hij stierf van verdriet of verscheurd door vrouwen
à Antwoord op existentiële vraag; wat gebeurd er na de dood?
Bevestigd dat idee de dood onomkeerbaar is, overtuiging die
cultureel en religieus diep verankerd is
à Structureert onze opvattingen over liefde en verlies, benadrukt
moeten loslaten + met verlies leren omgaan
à Verklaring voor onze leefwereld + kracht van kunst en muziek