- Sociale constructie van daderschap
o Daderschap heeft geen vaste definitie. Die definitie wordt binnen de
samenleving vastgesteld op basis van wat wij in de samenleving als
verkeerd gedrag beschouwen
o Sociale constructie is gebaseerd op:
Wat we erg vinden (harms en wrongs)
Harmful gedrag: gedrag wat anderen schade toebrengt
(=consequenties)
Wrongful gedrag: normovertreding, moreel verwerpelijk
(=intenties). Dus of de intentie van de persoon slecht is
Strafrecht: kan als morele educatie dienen. Het strafrecht draagt
niet alleen bij aan de generale preventie door te dreigen met straf
(afschrikking), maar het ook lessen kan doen uitgaan over de
verwerpelijkheid en verwijtbaarheid van gedrag (morele educatie).
Hoe?
Normbevestigend: gedrag is crimineel omdat wij het erg
(schadelijk en slecht) vinden
Normvormend: gedrag wordt aangeduid als ‘slecht’
waardoor wij het erg gaan vinden
Normondermijnend: slecht gedrag wordt gebagatelliseerd
waardoor wij het minder erg gaan vinden
Wetenschappelijke inzichten
Mediaberichtgeving: zorgt voor morele educatie
- Beïnvloeding door de media
o Kennis vanuit de media gaat in een aantal stappen:
Selectie van het nieuws: sommige criminele activiteiten zijn
nieuwswaardiger dan anderen. Criteria:
Dramatisch
Emotioneel potentieel: emoties bij kijker/lezer opwekken
Voorstelbaar: kan lezer zich inleven in wat er is gebeurd
Bekende personen
Makkelijk te interpreteren
Actueel
Gebruik van bronnen: verschillende bronnen kunnen worden
gebruikt om informatie te geven over de zaak, zoals de politie, OM,
advocaat, slachtoffers, nabestaanden, etc.
Degene die aan het woord komt heeft invloed op de manier
hoe de zaak wordt verteld
Gekozen perspectief
Welk verhaal wordt er verteld?
o Interpretatie door middel van framing: framing
belicht een bepaald aspect van een onderwerp en
geeft richting (kleur) aan de interpretatie. Framing
zorgt dus voor beïnvloeding van onze oordelen over
een onderwerp
Hoe wordt het verhaal verteld?
o Welke nieuwsbron: afhankelijk van welke krant,
krijg je informatie op een bepaalde manier mee
o Tijdgebonden: ethiek over hoe nieuws wordt
gepresenteerd veranderd
o Reacties op framing:
, Identificatie met slachtoffer en dader -> tragedie:
verontschuldigende omstandigheden, ongeluk, hij kon er niks aan
doen
Identificatie met slachtoffer en contrast met dader -> moral
outrage: stereotypes, populaire representaties,
Contrast (afkeren) met slachtoffer en identificatie met dader ->
blaming the victim: gerechtvaardigde eigenrichting,
zelfverdediging, noodzaak, ik zou hetzelfde gedaan hebben, wat
verwacht je anders?
Contrast met slachtoffer en dader -> afzijdigheid: bijv, criminele
afrekeningen, laten ze elkaar maar afmaken
o Sociale vergelijkingstheorie: manier waarop wij ons als personen
opwaarts of neerwaarts te vergelijken met anderen.
Opwaarts: anderen die beter af zijn op bepaalde
vergelijkingsdimensie
Neerwaarts: de ‘vergelijkingsander’ is dan slechter af
Christie’s Ideal Victim: als een slachtoffer voldoet aan kenmerken
van het ideale slachtoffer voelen wij als buitenstaander meer
sympathie dan met een minder ideaal slachtoffer. Kenmerken ideaal
slachtoffer:
Zwak
Nuttige bezigheid
Geen schuld voor zich bevinden op de locatie
Dader is big and bad
Dader is onbekende
Just World theory: ‘we leven in een rechtvaardige wereld waar
slechte dingen niet gebeuren tegen goede mensen’. Gezonde
mensen willen denken dat de wereld rechtvaardig, veilig en
voorspelbaar is, en wanneer informatie dit idee bedreigt, zullen
mensen geneigd zijn deze informatie zó te interpreteren, dat het
idee van een rechtvaardige wereld gehandhaafd kan blijven.
o Mediahypes:
Mediabrede, snel piekende nieuwsgolf die één gebeurtenis als
startpunt heeft en die voor het grootste deel het gevolg is van
zichzelf versterkende processen bij de nieuwsproductie. Dit
versterkende proces heet de amplificatiespiraal met 3 fasen:
Media kiezen gebeurtenissen met een hoge nieuwswaarde
en zoeken aansluiting bij dominante maatschappelijke
debatten
Uitweiding en dramatisering van het probleem waarin
emoties worden opgeroepen.
Reactie door de overheid en andere betrokkenen wat
opnieuw tot mediaberichten leidt
Effecten mediahypes:
Criminaliteitsproblemen lijken veel groter en erger dan ze in
de werkelijkheid zijn
Dramatisering en morele verontrusting kan leiden tot morele
paniek (overdrijving en voorspelling)
o Interactie tussen media en het publiek
Passieve media en passief publiek: media als spiegel (gebeurt in
praktijk niet, want berichtgeving is altijd wel geframed)
Passieve media en actief publiek: bestaat niet
Actieve media en passief publiek -> Mass manipulation model:
publiek is niet kritisch en laat zich gewoon vertellen wat er gebeurd
door de media
, Actieve media en actief publiek -> Commercial laissez fair
model: lezers kijken kritisch en gaan actief om met de media die zij
zien. De media kan zich laten sturen door wat wenselijk is in het
publiek
o Interactie tussen media en publiek via opsporingsberichtgeving
Opsporing Verzocht: politie bepaald agenda van Opsporing
Verzocht. Er is dus selectie en framing door politie. Het heeft
trekken van het mass manipulation model. Gevolgen selectie voor
beeldvorming criminaliteit:
Gezag van politie wordt bevestigd: benadrukt dat de politie
zijn werk op zijn best kan doen als mensen hun tips geven.
Gaat om ernstige alledaagse criminaliteit
Identificatie met slachtoffer -> responsibilisering, moral
outrage. Wordt vaak gedaan door reconstructies met
dramatische narratieven waarmee de betrokkenheid van de
kijken wordt nagestreefd.
Angst voor criminaliteit kan ontstaan (niet per se reëel!)
Private websites (GeenStijl): doet ook aan selectie en framing.
Heeft trekken van het commerical laissez fair model:
Bevestigende en alternatieve interpretatie: kritisch op gezag
ten opzichte van de politie, overheid, etc.
‘Handhavingsframe’: hoofdrol is weggelegd voor de dader ->
actieve sociale controle
Hierdoor kans op eigenrichting:
o Minder gebruiken van ethiek van journalistiek
Conclusie: waar landelijke opsporingstelevisie criminaliteit
presenteren als schokkend geweld dat onverwacht in onschuldige
levens kan toeslaan, waarbij iedereen een potentieel slachtoffer is,
tonen regionale programma’s en websites juist kleine criminaliteit in
al zijn banaliteit
o Interactie tussen publiek en media via daders
Witteboordencriminaliteit
Verdachten van witteboordencriminaliteit willen soms expres
in media komen. Vaak het hooggeplaatste figuren die zichzelf
goed kunnen uitdrukken en goed de strategieën in te kunnen
zetten om in goed daglicht te kunnen worden gezet.
Publiciteitsstrategieën:
o Ontkennen van verwijtbaarheid:
‘Ik wist het niet’: was niet op de hoogte van de
wetsovertreding
‘Ik heb het niet alleen gedaan’: beschuldigen
van andere partijen
‘Iedereen doet het’: daarom mag verdachte
niet als enige worden gestraft
o Ontkennen van ernst:
‘Ik heb er recht op’
‘Heb niemand schade toegebracht’
‘Ik ben geen crimineel!’
Media praat op een bepaalde manier over
witteboordencriminaliteit. Doel is om de aandacht van de
ernst van het delict te verminderen:
o Persoon van de dader
Hoogmoed komt voor de val: ondergang
van een machtige bestuurder biedt een
eenvoudig verhaal dat het grote publiek