,
, 1. Doel en kern van het vak
Het vak Organisatie en Verandering leert studenten systematisch naar organisaties te kijken. Het gaat niet alleen om het
beschrijven van wat er binnen een organisatie gebeurt, maar vooral om het observeren, begrijpen, analyseren en
verklaren van de manier waarop een organisatie functioneert en verandert.
De centrale gedachte is:
Observeren → begrijpen → verbanden leggen → analyseren → veranderen
Studenten leren onder andere:
organisaties herkennen als samenhangende systemen;
de belangrijkste kenmerken en onderdelen van een organisatie identificeren;
de relatie tussen strategie, structuur, cultuur, mensen, processen en omgeving analyseren;
organisatieproblemen en veranderopgaven herkennen;
verklaren waarom organisaties veranderen;
verschillende vormen van verandering onderscheiden;
De theorie vormt daarmee geen doel op zichzelf. De belangrijkste vaardigheid is het kunnen toepassen van organisatie- en
veranderkundige kennis op een concrete praktijksituatie.
Het vak vormt bovendien een basis voor verdere studie van de veranderkunde in jaar 2.
2. Twee perspectieven: organisatie en verandering
Organisatie en verandering zijn nauw met elkaar verbonden.
Een organisatie bestaat uit verschillende onderdelen die elkaar voortdurend beïnvloeden. Een verandering in bijvoorbeeld
de strategie kan gevolgen hebben voor de organisatiestructuur, functies, werkprocessen, cultuur en benodigde
competenties.
Daarom moet een organisatie niet als een verzameling losse onderdelen worden bekeken, maar als een samenhangend
geheel.
Een eenvoudige analyse kan bijvoorbeeld worden opgebouwd als:
Omgeving → strategie → structuur → processen → mensen → cultuur → resultaten
Een verandering in één onderdeel kan vervolgens veranderingen in andere onderdelen veroorzaken.
Belangrijke analysevragen
Onderdeel Centrale vraag
Omgeving Welke externe ontwikkelingen beïnvloeden de organisatie?
Strategie Waar wil de organisatie naartoe en waarom?
Structuur Hoe zijn taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden verdeeld?
Processen Hoe wordt het werk daadwerkelijk uitgevoerd?
Cultuur Welke waarden, normen en gedragingen zijn dominant?
Mensen Welke medewerkers, competenties en rollen zijn nodig?
Leiderschap Hoe wordt richting gegeven aan de organisatie en verandering?