OG 1 Gerechtelijk Recht 18/09/2025
OG 1: De Jurisdictionele rechtshandeling
§1 Checklist
1. Wat is het verschil tussen de rechterlijke macht in functionele zin en de
rechterlijke macht in organieke zin? [32] ok
De rechterlijke macht in functionele zin slaat op de instanties die geschillen
beslechten en bijgevolg dus juridische rechtshandelingen stellen.
- Elke instantie die recht spreekt, ook al behoort die organiek niet tot de rechterlijke
macht.
De rechterlijke macht in organieke zin slaat op de hoven en rechtbanken in
structurele zin.
- Wie er juridisch tot de rechterlijke macht behoort (de rechtbanken en hoven).
2. Geef de term voor de rechterlijke beslissingen waarbij geen enkel geschil
beslecht wordt. ok
Oneigenlijke of willige rechtspraak (vb. een verkeersongeval waarbij de ouders om het
leven komen maar het kind nog gered kan worden mits een operatie, de rechter zal dan
toestemming moeten geven om de operatie uit te voeren)
De handeling wordt gesteld door de rechter in organieke zin maar is geen
juridische uitspraak.
3. Wat is het verschil tussen rechtsmacht en bevoegdheid? ok
De rechtsmacht is de algemene rechtsprekende macht om uitspraak te doen (we kijken
naar de pyramide).
De bevoegdheid is de macht van de rechter om kennis te nemen van een vordering die
voor hem is gebracht (we kijken naar de bevoegdheden van de onderdelen van de
pyramide) (art. 8)
4.Geef de inhoud van de volgende begrippen: ok
Beschikkingsbeginsel: Het is aan de partijen om te beslissen of ze een rechtszaak
starten, evenals het voorwerp en de grenzen van het geding vast te stellen. (art. 1138, lid
1, 2°)
Verbod van rechtsweigering: Een rechter mag nooit weigeren om recht te spreken
(art. 5).
Verbod op opportuniteitscontrole: De rechter moet naar de rechtmatigheid kijken,
niet naar de opportuniteit. Iets kan maatschappelijk correct zijn maar juridisch incorrect.
5. Geef de voorwaarde waar een geschil aan moet voldoen opdat het
gekwalificeerd wordt als een rechtsgeschil? [10-11] ok
Het geschil moet gaan over de toepassing van het (objectieve) recht of subjectieve
recht.
Het geschil moet betrekking hebben op de feiten, het toepasselijke recht of gaan
over de rechtsgevolgen.
Het geschil moet betrekking hebben op het materieel recht.
,OG 1 Gerechtelijk Recht 18/09/2025
6. Kan een rechtsgeschil betrekking hebben op formeel recht? [11] ok
Ja, rechtsgeschillen hebben doorgaans betrekking op het materieel recht en niet op
procesrecht, maar dit kan gedurende het proces wel te boven komen.
,OG 1 Gerechtelijk Recht 18/09/2025
7. Wat houdt een marginale toetsing in? Waarom is soms de grens met
integrale toetsing vaag? ok
Marginale toetsing betekent dat de rechter een abstract begrip binnen een kader
bekijkt (vb. hij kijkt of de persoon gehandeld heeft conform een redelijk persoon).
Integrale toetsing zou een opportuniteitscontrole zijn, hetgeen de rechter niet mag
doen.
8. Leg uit “persuasive force of precedent”. [14] ok
Rechtspraak is geen bindende bron van recht, maar slechts een gezaghebbende bron van
recht.
9. Waarin verschilt het oplossen van een geschil met het beslechten van een
geschil? ok
Bij het oplossen van een geschil wordt het geschil door de partijen minnelijk opgelost.
Bij oplossen komen ze iets overeen (vb. dading, bemiddeling, schikking, …).
Bij het beslechten van een geschil wordt er een uitspraak gedaan door een derde, in
casu de rechter. Bij beslechten wordt er voor hen bepaalt en zijn ze verplicht akkoord te
gaan.
10. Waarom is het terugkomen, door de rechter, op zijn eigen beslissing, een
vorm van machtsoverschrijding? ok
Omdat de rechter zijn rechtsmacht reeds heeft uitgeput. (art. 19, lid 2)
11. Geef de organieke omschrijving van de rechterlijke macht. Geef voor- en
nadelen van dergelijke omschrijving. ok
Art. 40 GW: De rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken.
Voordeel: De grondwet waarborgt de beginselen van de rechterlijke macht.
Nadeel: De organieke definitie van de rechterlijke macht wordt beperkt.
12. Waarin verschilt rechtspraak van wetgeving? ok
Wetgeving is bindend voor iedereen terwijl rechtspraak slecht bindend is voor de partijen
in het geding (art. 6).
13. Wat is het gevolg van de kwalificatie van een rechtshandeling als een
administratieve rechtshandeling in plaats van een jurisdictionele
rechtshandeling?
Het onderscheid tussen jurisdictionele rechtshandelingen en administratieve
rechtshandelingen heeft vele rechtsgevolgen: de toepasselijkheid van de beginselen van
behoorlijke rechtsbedeling, respectievelijk de beginselen van behoorlijk bestuur, de
toepasselijkheid van het gemeen procesrecht, … (?)
, OG 1 Gerechtelijk Recht 18/09/2025
14. Geef een voorbeeld waaruit blijkt dat de driemachtenleer in België niet
dogmatisch wordt toegepast. ok
Wanneer de rechter recht spreekt in een geschil tegen de overheid, mag de rechter niet
aan beleid doen. maar het feit dat het geschil beslecht wordt, zorgt toch voor een zekere
inmenging in de wetgevende macht.
OG 1: De Jurisdictionele rechtshandeling
§1 Checklist
1. Wat is het verschil tussen de rechterlijke macht in functionele zin en de
rechterlijke macht in organieke zin? [32] ok
De rechterlijke macht in functionele zin slaat op de instanties die geschillen
beslechten en bijgevolg dus juridische rechtshandelingen stellen.
- Elke instantie die recht spreekt, ook al behoort die organiek niet tot de rechterlijke
macht.
De rechterlijke macht in organieke zin slaat op de hoven en rechtbanken in
structurele zin.
- Wie er juridisch tot de rechterlijke macht behoort (de rechtbanken en hoven).
2. Geef de term voor de rechterlijke beslissingen waarbij geen enkel geschil
beslecht wordt. ok
Oneigenlijke of willige rechtspraak (vb. een verkeersongeval waarbij de ouders om het
leven komen maar het kind nog gered kan worden mits een operatie, de rechter zal dan
toestemming moeten geven om de operatie uit te voeren)
De handeling wordt gesteld door de rechter in organieke zin maar is geen
juridische uitspraak.
3. Wat is het verschil tussen rechtsmacht en bevoegdheid? ok
De rechtsmacht is de algemene rechtsprekende macht om uitspraak te doen (we kijken
naar de pyramide).
De bevoegdheid is de macht van de rechter om kennis te nemen van een vordering die
voor hem is gebracht (we kijken naar de bevoegdheden van de onderdelen van de
pyramide) (art. 8)
4.Geef de inhoud van de volgende begrippen: ok
Beschikkingsbeginsel: Het is aan de partijen om te beslissen of ze een rechtszaak
starten, evenals het voorwerp en de grenzen van het geding vast te stellen. (art. 1138, lid
1, 2°)
Verbod van rechtsweigering: Een rechter mag nooit weigeren om recht te spreken
(art. 5).
Verbod op opportuniteitscontrole: De rechter moet naar de rechtmatigheid kijken,
niet naar de opportuniteit. Iets kan maatschappelijk correct zijn maar juridisch incorrect.
5. Geef de voorwaarde waar een geschil aan moet voldoen opdat het
gekwalificeerd wordt als een rechtsgeschil? [10-11] ok
Het geschil moet gaan over de toepassing van het (objectieve) recht of subjectieve
recht.
Het geschil moet betrekking hebben op de feiten, het toepasselijke recht of gaan
over de rechtsgevolgen.
Het geschil moet betrekking hebben op het materieel recht.
,OG 1 Gerechtelijk Recht 18/09/2025
6. Kan een rechtsgeschil betrekking hebben op formeel recht? [11] ok
Ja, rechtsgeschillen hebben doorgaans betrekking op het materieel recht en niet op
procesrecht, maar dit kan gedurende het proces wel te boven komen.
,OG 1 Gerechtelijk Recht 18/09/2025
7. Wat houdt een marginale toetsing in? Waarom is soms de grens met
integrale toetsing vaag? ok
Marginale toetsing betekent dat de rechter een abstract begrip binnen een kader
bekijkt (vb. hij kijkt of de persoon gehandeld heeft conform een redelijk persoon).
Integrale toetsing zou een opportuniteitscontrole zijn, hetgeen de rechter niet mag
doen.
8. Leg uit “persuasive force of precedent”. [14] ok
Rechtspraak is geen bindende bron van recht, maar slechts een gezaghebbende bron van
recht.
9. Waarin verschilt het oplossen van een geschil met het beslechten van een
geschil? ok
Bij het oplossen van een geschil wordt het geschil door de partijen minnelijk opgelost.
Bij oplossen komen ze iets overeen (vb. dading, bemiddeling, schikking, …).
Bij het beslechten van een geschil wordt er een uitspraak gedaan door een derde, in
casu de rechter. Bij beslechten wordt er voor hen bepaalt en zijn ze verplicht akkoord te
gaan.
10. Waarom is het terugkomen, door de rechter, op zijn eigen beslissing, een
vorm van machtsoverschrijding? ok
Omdat de rechter zijn rechtsmacht reeds heeft uitgeput. (art. 19, lid 2)
11. Geef de organieke omschrijving van de rechterlijke macht. Geef voor- en
nadelen van dergelijke omschrijving. ok
Art. 40 GW: De rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken.
Voordeel: De grondwet waarborgt de beginselen van de rechterlijke macht.
Nadeel: De organieke definitie van de rechterlijke macht wordt beperkt.
12. Waarin verschilt rechtspraak van wetgeving? ok
Wetgeving is bindend voor iedereen terwijl rechtspraak slecht bindend is voor de partijen
in het geding (art. 6).
13. Wat is het gevolg van de kwalificatie van een rechtshandeling als een
administratieve rechtshandeling in plaats van een jurisdictionele
rechtshandeling?
Het onderscheid tussen jurisdictionele rechtshandelingen en administratieve
rechtshandelingen heeft vele rechtsgevolgen: de toepasselijkheid van de beginselen van
behoorlijke rechtsbedeling, respectievelijk de beginselen van behoorlijk bestuur, de
toepasselijkheid van het gemeen procesrecht, … (?)
, OG 1 Gerechtelijk Recht 18/09/2025
14. Geef een voorbeeld waaruit blijkt dat de driemachtenleer in België niet
dogmatisch wordt toegepast. ok
Wanneer de rechter recht spreekt in een geschil tegen de overheid, mag de rechter niet
aan beleid doen. maar het feit dat het geschil beslecht wordt, zorgt toch voor een zekere
inmenging in de wetgevende macht.