Endterm oefenen: flashcards, meerkeuzevragen en essays
Tilburg University
1
,Werkcollege-uitwerkingen
Wc 2: ERG week 39
Opdracht 1: Oorzaken Nederlandse Opstand
Beargumenteer in 450-550 woorden welke twee belangrijkste ontwikkelingen hebben geleid
tot de Nederlandse Opstand. Leg daarbij precies uit welke rol ze speelden in het veroorzaken
van die Opstand.
De reformatie zorgde voor erg veel onrust in de Nederlanden. Er was een splitsing binnen de
Rooms-katholieke kerk en er kwam een toename van protestanten. Karel V was hier erg tegen
en probeerde de reformatie te onderdrukken. Hij wilde namelijk dat iedereen Rooms-katholiek
was. De onderdrukking van de reformatie deed hij aan de hand van inquisitie en plakkaten.
Voor lange tijd werden hierdoor tientallen doodvonnissen per jaar uitgevoerd. Dit zorgde voor
meer onrust en boosheid onder de protestanten. Dit werd nog meer aangewakkerd door het
feit dat andere, omliggende landen een rustigere aanpak hadden met de protestanten.
Sommige landen hadden zelfs tolerantie-edicten of erkenning dat iedereen zelf mocht kiezen.
De protestanten gingen nadenken over het recht van opstand. De protestanten kozen toen
voor een hardere aanpak, deze aanpak staat bekend als de beeldenstorm: de protestanten
sloopten beelden in kerken en kloosters. Ook organiseerden ze openbare diensten. Als reactie
hierop stuurde Filips II Alva naar de Nederlanden, Alva stelde een rechtbank op om ketters te
berechten, ook wel de bloedraad genoemd door de bevolking. Alva ging zo ver in deze
berechting dat zelfs edelen gedood werden. Zo kreeg Alva met deze harde aanpak de
Nederlanden onder zijn controle. De heftige vervolging van de protestanten is dan ook de
eerste belangrijke ontwikkeling die geleid heeft tot de Nederlandse Opstand. De uitgangspunt
van Filips ll en Karel V is dat ze vinden dat iedereen Rooms-Katholiek moet zijn.
De tweede belangrijke ontwikkeling die heeft geleid tot de Nederlandse Opstand is de
belastingdruk onder Alva. Alva wilde namelijk drie nieuwe belastingen invoeren, waaronder
ook belasting op roerende goederen. Dit resulteerde in een nieuwe oplaaiing van protesten,
aangezien de bevolking gemiddeld al erg arm was en niet meer belasting wilde betalen. Dit
werd versterkt, doordat de burgers al helemaal geen extra belasting wilde betalen, omdat dat
belastinggeld gebruikt werd om hun onderdrukking te voorzien van geld.
Hier bovenop kwam ook het centralisatiestreven. Dit streven kent verschillende onderdelen.
De homologatie is hier één van, hierbij werd het gewoonterecht voor het eerst opgeschreven,
deze moest wel eerst goedgekeurd worden door juristen. Als de koning het niet goedkeurt dan
is dit gewoonterecht niet in werking. Ook kwamen er rechterlijke instellingen die boven de
gewesten stonden, zoals de Grote Raad van Mechelen. Ook breidt de koning de bestuurlijke
instellingen uit, oftewel hij breidt de adviesraden uit. Daar zitten juristen in en zij stellen
adviezen op aan de koning en zij zorgen ervoor dat er regels etc. worden opgesteld. De
gewesten zijn hier niet blij mee, omdat zij geen inspraak hebben op wat daar bepaald wordt
over hun.
2
,Opdracht 2: Plakkaat van Verlating
a) Lees de tekst van het Plakkaat van Verlating. Onderstreep belangrijke passages. Markeer
passages die u niet begrijpt.
b) Welke rechten moet een vorst respecteren? Op welke belangrijke punten schoot Filips II
tekort?
Een vorst moet de volgende rechten respecteren, namelijk de vrijheid van de mens, de oude
privileges en gewoonterechten in stand houden en de burgers beschermen. Filips II schoot
vooral tekort op de vrijheid van de burgers en dit ging gepaard met het inperken van de oude
privileges van de steden en het gewoonterecht.
c) Wanneer mag een volk in opstand komen tegen de vorst volgens deze tekst? En waarom?
In het Plakkaat staat dat als de vorst de onderdanen onderdrukt, overmatig belast, berooft
van de vrijheid, oude privileges en gewoonterechten en de burgers als slaven gebruikt, in al
die gevallen mag het volk in opstand komen, aangezien het dan geen vorst meer is maar een
tiran en dit in de wet van de natuur staat.
d) Wat is op basis van deze tekst de belangrijkste reden voor de Nederlandse opstand?
De belangrijkste reden voor de Nederlandse opstand is hier dat de aangeboren vrijheid en
privileges van de staten en steden werd weggenomen en de klap op de vuurpijl was de
belastingdruk, belastingen die steden vooral troffen en de militairen financierden. Filips ll
gedroeg zich als een absolute vorst, als een tiran. Hij ging geregeld leugenachtig te werk.
e) Vertelt het Plakkaat het hele verhaal van de Nederlandse opstand? Waarom wel / waarom
niet?
Nee, het Plakkaat belicht de handelingen van Filips II en niet bijvoorbeeld de Beeldenstorm.
Opdrachten Europese Rechtsgeschiedenis week 41
3
, Opdracht 1
a) Door wie zijn deze bronnen opgesteld? Wanneer? Wat was hun functie in het Amsterdamse
proces?
De eerste bron (de dingtaal) is opgesteld op 17 oktober 1727 door een procureur. Hij was in
dienst van de rechtbank en stelde processtukken op.
De tweede bron (het advijs) is opgesteld op 8 april 1683 door een advocaat. Hij kon pleiten
voor een gedaagde. Daarnaast kon de advocaat ook adviezen geven.
b) Wat is de belangrijkste redeneerlijn in elk van deze bronnen?
Een dingtaal is een pleidooi, maar het is een verouderd woord. De procureur redeneert in de
dingtaal voornamelijk met op basis van de redelijkheid en billijkheid passend met de
gewoontes die ze hebben op zoek naar een praktische oplossing.
Een advijs is een advies door een advocaat waarin hij zoveel mogelijk rechtsbronnen aanhaalt.
Door verschillende rechtsbronnen met elkaar te combineren probeert hij een tot een zo goed
mogelijk advies te komen.
c) Op welke rechtsbronnen wordt een beroep gedaan in de dingtaal?
De procureur zoekt naar oplossingen op basis van bijna geen rechtsbronnen. Een procureur
was in dienst van de rechtbank. Hij stelde processtukken op. Daarnaast kon hij een pleidooi
houden in de plaats van een advocaat. Een advocaat was namelijk heel duur, en in dat geval
kregen gedaagden een procureur toegewezen die voor je kon pleiten. Deze procureur haalt
bijna geen rechtsbronnen aan, maar kijkt meer naar de redelijkheid en billijkheid en
gewoontes.
d) Op welke rechtsbronnen wordt een beroep gedaan in het advijs?
De advocaten doet een beroep op verschillende rechtsbronnen waar eigenlijk geen consistent
systeem in zit. Hij komt met verschillende wetten en plakkaten uit verschillende soorten
landen.
e) Hoe zou u de verschillen tussen beide bronnen verklaren?
Een procureur haalt bijna geen rechtsbronnen aan, terwijl de advocaat op zoek gaat naar
zoveel mogelijk rechtsbronnen.
4