DEEL 1+2: DOEL VAN PRODUCTIE EN LOGISTIEK MANAGEMENT
Goederen en diensten op de markt brengen,
- Overeenkomstig de marktvereisten
- Met de gevraagde kwaliteitseigenschappen
- Aan competitieve prijzen
- Zo efficiënt mogelijk
- Op het gepaste tijdsti
MATCHING SUPPLY WITH DEMAND (Vraag = aanbod)
- V > A gemiste opportuniteiten om meer winst te maken, want klanten gaan
de verkoop niet uitvoeren of overschakelen naar een concurrent, als de
voorraad er wel was geweest had je winst kunnen maken
- V < A geïnvesteerd kapitaal zit wekenlang vast in overtollige voorraad, mis je
de opportuniteit om te investeren in andere dingen, beter te laten renderen
Negatieve gevolgen van mismatch, bedrijven zullen continu zo goed mogelijk
vraag en aanbod op elkaar afstemmen
3 moeilijkheden voor vraag/aanbod afstemming
1. Uncertainty = onzekerheid
o Moeilijk om op voorhand in te schatten hoeveel mensen een bepaald
product zullen kopen
2. Variety and complexity = aantal productvarieteiten
o Er zijn zoveel verschillende productsoorten dat we voor elk individueel
product de vraag moeten kunnen inschatten (bvb. Spa houdt rekening
met Spa blauw, rood, citroen, maar ook verschillende formaten,
verschillende doppen)
3. Long global supply chains = langer wordendende productietekens
o Producten kunnen aangekocht worden in China, hier geassembleerd
worden en in Amerika verkocht worden. Deze ketens moeten echter
weken op voorhand gestart worden (lange levertermijn). We moeten dus
nog meer op voorhand de vraag kunnen inschatten.
Footloose bedrijven zijn vaak nieuwe spelers, tot voor onbekende bedrijven, maar nu
bepalen ze evenwel het marktgebeuren. Footloose = niet inveteren in eigen fabrieken,
zelf enkel coördinatie doen (moeilijk, maar heel veel opportuniteiten).
Andere grote uitdagingen is de klimaatveranderingen. Hoe kunnen we er zeker van
zijn dat de supply chain duurzaam is naar de toekomst toe zonder afbreuk te doen
aan de logistieke voordelen?
Proces van re-shoring loonstijging in opkomende economieën. Minder arbeid nodig
met nieuwe technologie. Transportkosten wegen zwaar door. Groeiend belang van
dienstverlening na verkoop. Er wordt meer belang gehecht aan het concept “full cost
of production”.
De toekomst van de industrie is een slimme industrie. De technologie zorgt ervoor dat
de productie-methoden steeds minder ‘arbeidsintensief’ zijn. De competitie in de
industriële sector zal in de toekomst steeds minder afhangen van loon-verschillen.
Real time machine learning berekeningen maken om productie en logistiek
beter te organsieren. Data analyseren, werken met algoritmes, implementeren
in bedrijfsdoelstellingen
= 4e industriële revolutie = internet of things
,Deel 2: Voorraadbeheer
Voorraden zijn belangrijk, maar hoeveel willen we er aanhouden?
- 25%-30% van de active (90% van werkkapitaal)
- Constant onder discussie
- Van strategisch belang voor winstgevendheid bedrijven
- Impact op de nationale economie
Doel = hoe kunnen we bedrijven ondersteunen om zoveel mogelijk waarde te
creëren?
Voorraden worden aangehouden omdat het:
1) Fysisch onmogelijk is zonder voorraad
2) Te risicool is om goederen te laten toekomsten juist op het moment dat er vraag
naar is
3) Economisch onverantwoord is om geen voorraad aan te houden (i.v.m.
prijsschommelingen, inflatie/deflatie, transportkosten, kortingen, tekorten)
Soorten kosten die reden geven om voorraad aan te houden:
- Tekortkosten:
o Stilleggen van productie, verlies aan vertrouwen van de klant,
spoedbestelling, naleveringskosten, schade, gevaar, …
o Impact op het toekomstige koopgedrag van de klant (andere winkel, nooit
meer terug)
o Kost van het tekort te hoog? economisch zeer verstandig om voorraad
op te bouwen om dit te vermijden (bvb. voorraad veel hoger in
vliegtuigsector, want tekortkosten zeer hoog)
- Bestelkosten:
o Transportkosten: vrachtwagen, schip, vliegtuig, snelheid, gewicht, …
o Handing in/out: order plaatsen, ontvangen, controle, betalen, …
o Voorbeeld: als er een vrachtwagen komt met nieuwe voorraad, wordt er
best zoveel mogelijk tegelijk besteld, zodat de transportkosten per stuk
kleiner zijn ( hieruit volgt wel dat er vaak een hoge voorraad is)
- Aankoopprijs:
o Aankoopprijs of kostprijs
o Gebruik van kortingen op de ordergrootte of op de totale aangekocht
hoeveelheid
o Éénmalige promoties (forward buying)
o Voordeel = lagere aankoopprijs, nadeel = hogere voorraad afweging
maken
- Voorraadkosten:
o Kapitaalkosten = grootste verborgen kost op voorraad (ongeveer 10% op
jaarbasis)
o Ruimte: magazijnen, speciale omstandigheden
o Handling: opslaan, verplaatsen, registreren
o Veroudering: waardevermindering van producten (bv. vervaldatums)
Meten van voorraad
- Statisch meten van voorraad (= op één moment in de tijd = momentopname of
gemiddelde doorheen de tijd)
1. Voorraadwaarde = eenheden x prijs
o Gewaardeerd aan kostprijs, niet aan verkoopprijs!
, voorraadwaarde
2.
kostprijs verkochte goederen
o Te interpreteren als: als je een voorraad hebt van 5 miljoen en een
verbruik van 2,5 miljoen, zal je gedurende 2 maanden verder kunnen
zonder nieuwe inkomsten. Het zal dan ook 2 maanden duren vooraleer het
laatste product verkocht is. Ten slotte heb je dan nu 5 miljoen
geinvesteerd en zal het 2 maanden duren voordat dit omgezet wordt in
rendement.
kostprijs verkochte goederen
3. Voorraadrotatie =
voorraadwaarde
o A producten (=fast movers) = snelle voorraadrotatie, bij snel verkopende
producten, hoog verbruik
o C producten (=slow movers) = worden af en toe verkocht, hebben laag
verbruik, gemiddeld gezien dus langer in voorraad
o D producten = hebben het afgelopen jaar geen verbruik, geen verkoop,
maar ze houden dit toch in voorraad voor het geval dat ze terug succesvol
worden, roteren dus niet!
- Voorraadanalyse doorheen de tijd
1. Voorraadprofiel: exclusief rekening houden met hoeveel de voorraad waard is
2. Cumulatieve input-output grafie: zal mijn voorraad toenamene of afnemen
doorheen de tijd
o Verticale doorsnede = gemiddelde voorraad
o Horizontale doorsnede = gemiddelde doorlooptijd
Wet van Little: gemiddelde input/output + gemiddelde doorlooptijd
= gemiddelde voorraad
Zie voorbeeld slides
Voorraadbeheer: deterministische modellen
1. Wanneer bestellen om voorraad aan te vullen? bestelpunt OP = D x L
2. Hoeveel bestellen? Met hoeveel voorraad aanvullen? bestelhoeveelheid Q
DOEL = minimalisatie van de kosten:
1. Aankoopkosten
= aankoopprijs per aangekochte eenheid: Cp
Aankoopkosten/j = Q x Cp x D/Q = Cp x D
2. Bestelkosten/ omstelkosten
= transportkost, plaatsing, … per bestelling/omstelling: C°
Bestelkosten/j = C° x D/Q
3. Voorraadkosten
= kapitaalkost, opslag, veroudering, … per eenheid in voorraad Ch (per
tijdseenheid)
= Vaak uitgedrukt in functie van de aankoopprijs: Ch = i x Cp
Voorraadkosten/j = Ch x Q/2
Cycluskosten = Ic = Q/2
, 4. Tekortkosten
= kost per eenheid tekort Cs
Maar niet van toepassing bij constante vraag, we gaan deze juist vermijden
Aankoopkosten worden niet beïnvloed door onze bestelhoeveelheid
Bestelkosten nemen toe bij een kleinere bestelhoeveelheid
Voorraadkosten dalen bij een kleinere bestelhoeveelheid
TK(Q) = aankoopkosten/j + bestelkosten/j + voorraadkosten+j
Wat kunnen we afleiden uit de EOQ?
Optimale cyclusvoorraad = Ic = Q*/2 =
√ D xC °
2 x Ch
Optimaal aantal bestellingen per jaar = N* = D/Q* =
√ Ch x D
2 xC°
Optimale tijd tussen twee bestellingen = T* = 1/N* =
√
Jaarlijkse totale kosten TK(Q*) = D x Cp + √ 2 x D x C ° x Ch
2 xC°
Ch x D
Centralisatie vs decentralisatie van voorraden:
- Centralisatie
o Ieder eigen gelijke vraag, cyclusvoorraad per regio
o Cyclusvoorraad in systeem = 4 x Ic
- Decentralisatie
o Vraag over alle regio’s = 4D
o Voorraad zal √ 4 keer groter zijn dan in één specifiek land
o Cyclusvoorraad in centraal systeem = √ 4 x Ic
Uitbreidingen
(1)Meerdere producten
Economisch gezien is het zinvol om meerdere producten samen te bestellen.
Kleine variabele kost op basis van het aantal verschillende producten die samen
besteld worden. De vraag is echter niet noodzakelijk hetzelfde, dus de
bestelmomenten lopen niet noodzakelijk samen