Controleer deze samenvatting naast de voorgeschreven stof.
Aansluiting op latere syllabi en wetswijzigingen is niet gegarandeerd.
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 - Inleiding contractenrecht, totstandkoming en uitleg — 3
Hoofdstuk 2 - Contractsvrijheid, algemene voorwaarden en — 16
Hoofdstuk 3 - De precontractuele fase en uitleg van overeenkomsten — 25
Hoofdstuk 4 - Algemene voorwaarden en oneerlijke bedingen — 32
Hoofdstuk 5 - Remedies in het geval van niet-nakoming — 47
Hoofdstuk 6 - Niet-nakoming en de vordering tot ontbinding — 67
Hoofdstuk 7 - Overzicht remedies, keuzevrijheid tussen remedies en — 81
Hoofdstuk 8 - Andere manieren om overeenkomsten eenzijdig te — 92
Hoofdstuk 9 - Opzegging van duurovereenkomsten — 99
Hoofdstuk 10 - Vertegenwoordiging, volmacht en lastgeving — 102
Hoofdstuk 11 - Derdenwerking van contractsbedingen — 114
Hoofdstuk 12 - Samenhangende rechtsverhoudingen — 123
Hoofdstuk 13 - Redelijkheid en billijkheid in het contractenrecht — 131
,Hoofdstuk 1 - Inleiding contractenrecht, totstandkoming en uitleg
van de overeenkomst
De verbintenis
De verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking (verschuiving
van het vermogen van de
ene partij naar de andere partij) tussen twee of meerdere personen op grond waarvan de ene partij
schuldenaar verplicht is tot een bepaalde prestatie te leveren waartoe de andere partij schuldeiser is
gerechtigd. Dit is een obligatoire overeenkomst. Een obligatoire overeenkomst schept dus (mogelijk
meerdere) verbintenissen (zie art. 6:213 BW).
Voorbeeld ter illustratie
Jayant runt een succesvolle slijterij op Curaçao. Hij sluit een contract af met een lokale leverancier voor
zijn meest winstgevende drankje, Blue Curaçao. Dit contract is een obligatoire overeenkomst die
meerdere verbintenissen creëert:
• Jayant heeft het recht om elke maand een bepaalde hoeveelheid rum geleverd te krijgen.
• De leverancier heeft de plicht om de rum te leveren.
• Tegelijkertijd is Jayant verplicht de afgesproken prijs te betalen, en de leverancier heeft het
recht om deze betaling te ontvangen.
Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien die uit de wet voortvloeien (art. 6:1 BW). Deze bepaling
moet ruim worden opgevat. Het is niet nodig dat elke verbintenis rechtstreeks op een wetsartikel berust.
Verbintenissen vloeien niet alleen voort uit de wet, maar ook als die in het stelsel van de wet past (HR
Quint/Te Poel).
De rechtshandeling
Een rechtshandeling is een handeling gericht op een rechtsgevolg (art. 3:33 BW). Het recht kent
meerdere soorten rechtshandelingen, namelijk:
• Meerzijdig: rechtshandeling waarbij meerdere personen betrokken zijn (overeenkomst);
• Eenzijdig: rechtshandeling waarbij één persoon betrokken is;
• Eenzijdig gericht: rechtshandeling waarbij één persoon betrokken is, maar waarbij de
handeling tot een andere persoon wordt gericht (opzeggen contract);
• Eenzijdig niet-gericht: rechtshandeling waarbij één persoon betrokken is, maar aanwezigheid
van een ‘ontvanger’ niet noodzakelijk is (testament).
De overeenkomst
Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer
andere een verbintenis aangaan (obligatoire overeenkomst: art. 6:213 lid 1 BW).
Onderscheiding van overeenkomsten
1. Tweepartijenovereenkomsten – meerpartijenovereenkomsten
2. Bijzondere- en gemengde overeenkomsten – niet-bijzondere overeenkomsten
3
, 3. Consensuele overeenkomsten – formele en reële overeenkomsten
4. Wederkerige overeenkomsten – eenzijdige overeenkomsten
5. Kortstondige overeenkomsten – duurovereenkomsten
6. Overeenkomsten onder bezwarende titel – overeenkomsten om niet
Belangrijke beginselen
1. Contractsvrijheid;
2. Vormvrijheid (art. 3:37 lid 1 BW);
3. Pacta sunt servanda: verbindende kracht (art. 6:248 lid 1 BW).
Let op!
Overeenkomsten bestaan ook in een niet-obligatoire vorm. De obligatoire overeenkomst zorgt voor een
verbintenis met een andere partij. Een niet-obligatoire overeenkomst is een overeenkomst die geen
juridisch afdwingbare verplichtingen schept tussen de partijen. Deze overeenkomst legt slechts een
situatie vast of regelt een samenwerking.
Totstandkoming van de overeenkomst
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan (art. 6:217 lid 1 BW). Aanbod en
aanvaarding zijn wilsverklaringen.
Element 1: aanbod
Het aanbod moet alle essentiële elementen van de overeenkomst bevatten. ‘Ja’ is genoeg voor
aanvaarding (bepaalbaarheidscriteria). Onderscheiden van uitnodiging tot onderhandelen.
Voorbeeld ter illustratie
Nawfal wil zijn beschadigde Audi laten repareren en vraagt Ilias om een prijsopgave. Ilias biedt aan de
reparatie voor €1.000 uit te voeren en belooft de auto de volgende dag klaar te hebben. Nawfal
accepteert dit aanbod door te zeggen "Deal, doe het maar." Hiermee komt op basis van art. 6:217 lid 1
BW een overeenkomst tot stand, waarin Ilias de reparatie uitvoert en Nawfal €1.000 betaalt.
Een belangrijk artikel is art. 6:219 BW. In dit artikel wordt het onderscheid gemaakt tussen een
herroepelijk en een onherroepelijk aanbod. In lid 1 staat de hoofdregel dat een aanbod herroepelijk is.
Dat is anders als het aanbod een termijn voor de aanvaarding bevat of als de onherroepelijkheid op een
andere wijze uit het aanbod volgt. Lid 2 bepaalt tot wanneer een herroepelijk aanbod kan worden
herroepen, namelijk zolang het niet is aanvaard en de wederpartij nog geen verklaring houdende
aanvaarding heeft verzonden. Volgens lid 3 kan een aanbod dat als vrijblijvend is gedaan zelfs nog
onverwijld na de aanvaarding worden herroepen.
Let op!
Herroeping is anders dan intrekking. Intrekking geschiedt namelijk vóór het aanbod is ontvangen.
Ook is art. 6:221 BW belangrijk, waarin het verval van het aanbod is vastgelegd. In lid 1 staat dat een
mondeling aanbod vervalt, wanneer het niet onmiddellijk wordt aanvaard. Een schriftelijk aanbod vervalt
wanneer het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard. In dit geval is dus geen termijn afgesproken. In
lid 2 staat dat een aanbod kan vervallen als het wordt verworpen.
4