Tilburg University · bachelor · vakcode 650115 · studiejaar 2026–2027
Eindversie van 30 september 2026; zie de leeswijzer voor de cursusafbakening.
Leeswijzer en studieplanning
Deze bundel bevat de twintig leerhoofdstukken H00–H19. Begin met H00 als je de privaatrechtelijke
begrippen wilt opfrissen; bij latere toepassingen staan korte terugverwijzingen. De uitleg verbindt
rechtsregels, historische regimes, rechtspraak en uitgewerkte oefeningen. Eigen casussen en eigen
uitwerkingen blijven als zodanig herkenbaar.
De bevestigde onderwijsindeling is weken 1–7 relatierecht en weken 8–12 erfrecht. Een
hoorcollegenummer is niet hetzelfde als een onderwijsweek. De hoofdstukvolgorde volgt een
leerroute: H08 staat vóór H05, zodat de vermogensstelsels bekend zijn voordat je huishoudkosten
berekent. De volgorde H14–H18 binnen het erfrechtblok is voorlopig; zij wijst geen onderwerp aan
een specifieke onderwijsweek toe. H19 verbindt beide rechtsgebieden en vormt geen extra
onderwijsweek.
Bevestigd college Datum Inhoudelijke koppeling
HC1 24 augustus 2026 Aangaan van huwelijk en
geregistreerd partnerschap;
vergelijking met ongehuwd
samenleven.
HC2 31 augustus 2026 Beëindiging van relaties, procedure,
pensioen en alimentatie.
HC3 7 september 2026 Introductie vermogensstelsels en
huwelijkse voorwaarden; rechten,
plichten en huishoudkosten;
voorhuwelijks nihilbeding.
HC4 Datum en onderwijsweek niet Inleiding relatievermogensrecht,
bevestigd rechten en plichten, toestemming en
samenleven; zeven afzonderlijk
voorgeschreven uitspraken.
HC5 Datum en onderwijsweek niet Gemeenschap, bestuur en
bevestigd afwikkeling; vier afzonderlijk
voorgeschreven uitspraken.
Voor je studieplanning zijn drie grenzen van belang. De aanvullende voorgeschreven literatuur
voor HC5 is nog niet beschikbaar. De aanwezige uitleg vervangt die ontbrekende verplichte
publicatie niet. Voor het latere relatierecht, waaronder de verdere uitwerking van vergoeding en
verrekening, is de precieze aanvullende opdracht nog niet bevestigd. Voor het erfrecht zijn de
hoofdonderwerpen wettelijk erfrecht, testamentair erfrecht en voorwaardelijke makingen bevestigd,
maar de precieze selectie, editie en oefeningen nog niet. De verdere uitwerkingen zijn daarom een
voorlopig leerpad, geen verklaring dat ieder detail afzonderlijk tentamenstof is. H20, met
zelfstandige internationale, insolventierechtelijke en Caribische verdieping, is niet geactiveerd.
Het tentamen is volgens de bevestigde informatie digitaal, duurt twee uur en bevat open vragen over
kennis, inzicht en toepassing. Actualiteiten tellen mee tot circa drie weken vóór het tentamen;
zonder de tentamendatum staat de exacte grens nog niet vast. Ook de toegestane hulpmiddelen zijn
nog niet bevestigd. De datum van deze bundel vervangt die tentamengrens niet. Waar een
historische casus aan bod komt, bepaalt de relevante gebeurtenis welk recht geldt.
1
,Gebruik de arrestenwijzer om een uitspraak terug te vinden bij het leerstuk. Elf uitspraken zijn
afzonderlijk voorgeschreven bij HC4/HC5. Haviltex en het arrest over het voorhuwelijkse nihilbeding
zijn inhoudelijk behandeld binnen de verplichte stof, met hun eigen collegekoppeling. Andere
aangehaalde uitspraken verduidelijken de uitleg en worden daarmee niet vanzelf afzonderlijke
arrestopdrachten. Een juridische onzekerheid die een uitkomst kan veranderen, staat bij de
betrokken regel of casus.
Inhoudsopgave
• Leeswijzer en studieplanning
• Afkortingen
• H00 — Functionele voorkennis — noodzakelijke begrippen uit personen-, goederen- en
verbintenissenrecht
• H01 — Huwelijk en geregistreerd partnerschap
• H02 — Beëindiging, voorzieningen en kinderen
• H03 — Partneralimentatie en berekeningen
• H04 — Pensioenverweer, pensioenverevening en partnerpensioen
• H08 — Wettelijke stelsels en overgangsrecht
• H05 — Rechten en plichten, huishoudkosten en aansprakelijkheid
• H06 — Toestemming en bescherming
• H07 — Ongehuwd samenleven
• H09 — Omvang van vermogens
• H10 — Bestuur, aansprakelijkheid, verhaal en interne draagplicht
• H11 — Ontbinding, verdeling en peildata
• H12 — Vergoedingsrechten en bijbehorende berekeningen
• H13 — Huwelijkse voorwaarden en verrekening
• H14 — Versterferfrecht en erfdelen
• H15 — Wettelijke verdeling en wilsrechten
• H16 — Testamentair erfrecht
• H17 — Legitieme en andere wettelijke rechten
• H18 — Aanvaarding, executele, bewind, vereffening en verdeling
• H19 — Gecombineerde afwikkeling van relatievermogen en nalatenschap
• Arrestenwijzer
• Begrippenregister
2
,Afkortingen
Afkorting Betekenis
A-G / P-G Advocaat-generaal / procureur-generaal; hun conclusie of
vordering is te onderscheiden van de beslissing van de
Hoge Raad.
AOW Algemene Ouderdomswet.
art. / lid Wetsartikel / onderdeel van een wetsartikel.
BNB Beslissingen in belastingzaken, Nederlandse
Belastingrechtspraak.
BW Burgerlijk Wetboek; bijvoorbeeld 1:94 is artikel 94 van
Boek 1.
ECLI European Case Law Identifier: unieke identificatie van een
rechterlijke uitspraak of conclusie.
EHRM Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
EU Europese Unie.
EVRM Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de
mens en de fundamentele vrijheden.
Fw Faillissementswet.
GP Geregistreerd partnerschap.
HC Hoorcollege; het nummer duidt geen vaste
onderwijsweek aan.
HR Hoge Raad.
IPR Internationaal privaatrecht.
IVRK Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
NBI Netto besteedbaar inkomen.
NJ Nederlandse Jurisprudentie.
NJB Nederlands Juristenblad.
OM Openbaar Ministerie.
PHR Parket bij de Hoge Raad; in een ECLI duidt dit doorgaans
een conclusie of vordering aan, geen eigen HR-uitspraak.
Rb. Rechtbank.
RFR Rechtspraak Familierecht.
RO Wet op de rechterlijke organisatie.
r.o. / rov. Rechtsoverweging.
Rv Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Stb. Staatsblad.
Wna Wet op het notarisambt.
3
, Afkorting Betekenis
Wsnp Wet schuldsanering natuurlijke personen; wettelijke
schuldsaneringsregeling.
Wvps Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.
§ / §§ Onderdeel / onderdelen van het betrokken hoofdstuk,
tenzij een wettelijke paragraaf wordt genoemd.
Functionele voorkennis
H00 ondersteunt beide onderwijsblokken.
H00 — Functionele voorkennis — noodzakelijke begrippen uit
personen-, goederen- en verbintenissenrecht
Onderdelen: Plaats in het vak en leerdoelen · Personen, familiebanden en rechtshandelingen ·
Goederen, eigendom en beperkte rechten · Gemeenschappen, verrekening en nalatenschap ·
Verbintenissen, aansprakelijkheid en verhaal · Uitleg, rechtsgronden en termijnen · Beslissende feiten
en toepasselijk recht · Eigen geïntegreerde oefencasus · Tentamenvalkuilen en herhaalkaart
1. Plaats in het vak en leerdoelen
Dit hoofdstuk biedt noodzakelijke voorkennis voor het relatievermogensrecht en het erfrecht. Het
is een ondersteunend leerblok, zonder eigen college of afzonderlijke verplichte literatuuropdracht.
De begrippen helpen om in een casus de juiste vragen te onderscheiden. De bijzondere regelingen
worden in de daaropvolgende hoofdstukken uitgewerkt.
Na dit leerblok kun je:
1. rechtsbevoegdheid, handelingsbekwaamheid, vertegenwoordiging en geldigheid van elkaar
onderscheiden;
2. eigendom, beperkte rechten, gemeenschappen en verrekenaanspraken uit elkaar houden;
3. afzonderlijk bepalen wie een schuld moet betalen, waar verhaal mogelijk is en wie de last
uiteindelijk draagt;
4. voor een terugbetalingsvordering de rechtsgrond, opeisbaarheid en toepasselijke termijn
onderzoeken;
5. de beslissende feiten en data kiezen en bij overlijden eerst het relatievermogen afbakenen.
Een bruikbare volgorde is: wie handelt of overlijdt om welk goed of welke verplichting gaat het
wie is gerechtigd wie mag handelen en is toestemming nodig wie is tegenover een derde
verbonden waarop kan die derde verhaal nemen wie draagt de last uiteindelijk welke
datum en wetsversie beslissen? Het woord ‘gemeenschappelijk’ beantwoordt deze vragen niet
allemaal tegelijk.
4