2025–2026
Studie- en oefenpakket Business Law 2025-2026: week 1 t/m 11 plus
Exam Toolkit.
Inclusief wetsartikelen, jurisprudentie, casusstappen, RDH-casussen, Box Music-analyse en
modelantwoordstructuren.
Hoofdinhoudsopgave
1. Deel 1A – Week 1 & 2: Dynamiek ondernemingsrecht en personenvennootschappen
2. Deel 1B – Week 3: Persoonsgebonden samenwerkings-BV
3. Deel 1C – Week 4: Concern en concernfinanciering
4. Deel 2A – Week 5: Going public & being public
5. Deel 2B – Week 6: Reorganisaties
6. Deel 2C – Week 7: Corporate litigation
7. Deel 3A – Week 8: Aandeelhoudersperspectief
8. Deel 3B – Week 9: Crediteurenperspectief
9. Deel 3C – Week 10: Werknemersperspectief
10. Deel 4A – Week 11: Non-profitorganisaties
11. Exam Toolkit – Artikelen, arresten en tentamenaanpak
,Deel 1A – Week 1 & 2: Dynamiek
ondernemingsrecht en
personenvennootschappen
Inhoud
1. Algemene tentamencontext Business Law
2. Week 1 – Dynamiek van het ondernemingsrecht
3. Week 1 – Kernartikelen en bronnen
4. Week 1 – Jurisprudentie: Inspire Art en Polbud
5. Week 1 – Casusaanpak rechtsvormkeuze
6. Week 2 – Personenvennootschappen
7. Week 2 – Kernartikelen
8. Week 2 – Jurisprudentie
9. Week 2 – Casusaanpak aansprakelijkheid en toetreding
10. Eindschema’s voor het tentamen
1. Algemene tentamencontext Business Law
Business Law is in de leidraad gepositioneerd als verdieping van het rechtspersonen- en
vennootschapsrecht. De cursus draait om de juridische vormgeving van
ondernemingsorganisaties gedurende de levenscyclus van een onderneming: oprichting,
samenwerking, financiering, groei, concernvorming, beursgang, reorganisatie, geschillen en
stakeholderbescherming.
Voor het tentamen is vooral van belang dat vragen meestal niet puur theoretisch zijn. De
leidraad benadrukt dat de centrale vaardigheid bestaat uit het oplossen van complexere
casusposities waarin meerdere ondernemingsrechtelijke figuren tegelijk een rol spelen. Je moet
dus feiten selecteren, kwalificeren, relevante wetsartikelen noemen, arresten toepassen en
vervolgens praktisch adviseren.
, Wat betekent dit voor je antwoordtechniek?
Gebruik bij elke casus in Business Law bij voorkeur deze structuur:
1. Kwalificatie: welke rechtsvorm, verhouding of transactie ligt voor?
2. Wettelijk kader: noem het relevante artikel of rechtsfiguur.
3. Rechtsregel/jurisprudentie: noem het arrest als de norm uit rechtspraak komt.
4. Toepassing op feiten: verwerk concrete feiten uit de casus.
5. Conclusie: geef een juridisch oordeel en eventueel een praktisch advies.
De antwoordindicaties laten zien dat docenten waarde hechten aan deze systematische
redenering. Alleen losse begrippen noemen is onvoldoende.
2. Week 1 – De dynamiek van het ondernemingsrecht
2.1 Centrale vraag van week 1
Week 1 begint met een fundamentele vraag: wat is ondernemingsrecht? Volgens de colleges is die
vraag in wezen een vraag naar de functie van het ondernemingsrecht. Ondernemingsrecht is niet
alleen technisch recht over BV’s, NV’s en vennootschappen, maar een juridisch instrumentarium om
ondernemerschap mogelijk te maken, te structureren en te begrenzen.
2.2 Functies van ondernemingsrecht
Functie Uitleg Tentamenbelang
Faciliteren van Het recht biedt rechtsvormen waarmee Relevant bij
ondernemerschap en ondernemers economische activiteiten rechtsvormkeuze: waarom
innovatie kunnen ontplooien. BV, VOF of CV?
Basismodel voor Ondernemingsrecht maakt eigen Komt terug bij BV,
financiering vermogen en vreemd vermogen aandelenuitgifte,
juridisch mogelijk. concernfinanciering en
beursgang.
Efficiënte inrichting van Het recht bepaalt wie beslist, wie Essentieel bij
ondernemingsorganisaties vertegenwoordigt, wie toezicht houdt en bestuur/AVA/RvC en bij
wie aansprakelijk is. samenwerkingsvormen.
, Bescherming Niet alleen aandeelhouders, maar ook Loopt door het hele vak:
stakeholders werknemers, crediteuren, minderheden enquête,
en samenleving worden beschermd. crediteurenbescherming,
medezeggenschap.
Bijdrage aan welvaart Een efficiënt vestigingsklimaat Verband met EU-recht en
stimuleert ondernemerschap, vrijheid van vestiging.
investeringen en concurrentie.
2.3 Ondernemingsrecht binnen het rechtsbestel
Ondernemingsrecht is een kruispuntvak. De colleges plaatsen ondernemingsrecht tussen
verschillende rechtsgebieden:
Contractenrecht: samenwerkingsovereenkomst, aandeelhoudersovereenkomst,
financieringsovereenkomst.
Goederenrecht: overdracht van activa, aandelen, gemeenschap, afgescheiden vermogen,
zekerheden.
Insolventierecht: faillissement van BV, VOF, vennoten, herstructurering.
Arbeidsrecht: werknemers als stakeholder, WOR, medezeggenschap.
Kapitaalmarktrecht: beursgang, prospectus, marktmisbruik.
Mededingingsrecht: fusies, overnames en marktstructuren.
Belastingrecht: rechtsvormkeuze en fiscale transparantie.
Tentamenvalkuil
Een Business Law-casus bevat vaak meerdere rechtsgebieden. Beperk je antwoord niet tot “dit
is een BV” of “dit is een VOF”. Benoem ook de gevolgen voor aansprakelijkheid, financiering,
zeggenschap, voortbestaan, crediteuren en werknemers waar relevant.
2.4 Statisch ondernemingsrecht: rechtsvormkeuze
De eerste belangrijke invalshoek is de rechtsvormkeuze. De ondernemer kiest een juridisch jasje
waarin de onderneming wordt gedreven. Het college zet rechtsvormen grofweg tegenover elkaar als
contractuele vormen en rechtspersonen.
Contractuele / personenrechtelijke vormen Rechtspersonen
Eenmanszaak / ZZP BV
Maatschap NV / SE