• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages
Summary

Samenvatting Lecture Notes Marketing en Strategie | Radboud | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages

Uitgebreide collegeanekeningen voor Marketing en Strategie aan Radboud Universiteit Nijmegen, academiejaar 2025/2026. Het document behandelt kernconcepten zoals klantwaarde (value-in-use en value-in-exchange), de vier types klantwaarde (prijs-, prestatie-, emotionele en relationele waarde), en de evolutie van marketingoriëntaties van productie- naar klantgericht. Ook komen belangrijke onderwerpen aan bod zoals marketingbijziendheid, klantloyaliteit en stakeholderexpectaties. Perfect voor examenvoorbereiding en het snel bijspijkeren van alle kernstof uit dit keuzevak.

Content preview

Marketing en strategie
Marketing is het leveren van waarde aan klanten met winst
‘’marketing is the activity, set of institutions, and processes for creating,
communicating, deliviring, and exchanging offers that have value for
customers, clients, partners, and society at large’’

Wat is marketing?
- Creëren van een lange relatie met je klant
- Marketing is het leveren van waarde aan klanten met winst
- Uitwisseling van waarde
Wat is waarde?
- Value-in-use = gebruikswaarde  waarde die een product in het
gebruik oplevert
- Value-in-exchange = ruilwaarde  tegenwaarde in het ruilverkeer;
prijs van het product

Klantwaarde = waargenomen voordelen – waargenomen opoffering
Waargenomen voordelen = wat levert het mij op? Kwaliteit van een
product/ goede service/ prestige van een merk; imago
Waargenomen opoffering = wat moet ik ervoor laten gaan? Financieel;
kosten van het product/ tijd om het te halen/ risico dat het niet werkt/
energie om het te halen/ psychologisch (zekerheid, risico)
Wanneer voordelen > opofferingen = hoge klantwaarde

4 types klantwaarde:
- Prijswaarde: klant wil een functioneel basisproduct de laagste prijs
(primark/Ryanair)
Focus: efficiëntie en schaalvoordelen
- Prestatiewaarde: het draait hier om kwaliteit en innovatie. Klant is
meer bereid te betalen omdat het product simpelweg beter werkt,
langer meegaat of over de nieuwste technologie bezit (dyson/tesla)
Focus: productontwikkeling en ‘’features’’ (snufjes)
- Emotionele waarde: klant koopt iets niet alleen voor de functie, maar
voor de status, het zelfbeeld of de verbondenheid met een
‘’lifestyle’’ (rolex)
Focus: branding, design en storytelling
- Relationele waarde: de klant kiest voor dit bedrijf omdat ze hem
herkennen, goed helpen en ontzorgen (lokale bank waar de adviseur
je bij de naam kent)
Focus: klantenservice, persoonlijke aandacht en
loyaliteitsprogramma’s

Evolutie van marketing:
- Productie georiënteerd: bedrijf kijkt alleen naar wat ze kunnen
maken  het doel is zo goedkoop en efficiënt mogelijk te produceren
 de klant wordt pas aan het einde van het proces gezien als de
‘’afnemer’’ van wat er toevallig uit de fabriek komt.
 Logica: ‘’als wij het maken en het is goedkoop, dan kopen ze het
well’’
 Kenmerk: weinig variatie, focus op massa

,  Voorbeeld: de T-Ford

- Verkoop georiënteerd: het bedrijf heeft al producten, maar merkt dat
klanten ze niet meer kopen  de focus verschuift naar harde
verkoop. Er wordt veel geld gestoken in reclame en
overtuigingskracht om de voorraad ‘’door de keel van de klant te
duwen’’
 Logica: ‘’we hebben dit nu eenmaal liggen, dus moeten we de
klant overtuigen dat ze het nodig hebben.’’
 Kenmerk: agressieve kortingen, push-marketing en vlotte
verkooppraatjes
 Voorbeeld: verzekeringen of energiecontracten die je via de
telefoon ‘’aangesmeerd’’ krijgt
- Klant georiënteerd: moderne marketingaanpak waarbij het proces
begint bij de behoefte van de klant  het bedrijf onderzoekt eerst
wat mensen missen en bouwt daar een product omheen
 Logica: ‘’wat heeft de klant nodig? Laten we dat gaan maken.’’
 Kenmerk: marktonderzoek, luisteren naar feedback en het bieden
van oplossingen
 Voorbeeld: netflix die precies bijhoudt wat jij leuk vindt om
nieuwe series te ontwikkelen die aansluiten bij jouw smaak.

Myophia/marketingbijziendheid  bedrijven zijn zo verliefd op hun eigen
product, dat ze vergeten welk probleem ze voor de klant oplossen.
- Elke belangrijke industrie was ooit een groei-industrie  bedrijven
denken vaak dat de vraag naar hun specifieke product altijd zal
blijven groeien  door nieuwe technieken kan een product plotseling
overbodig worden.
- Wanneer de groei van het bedrijf onder druk staat, is dat vrijwel
altijd het gevolg van een falend management
- Product oriëntatie i.p.v. klant oriëntatie  bedrijven focussen te veel
op het product en verliezen de klantbehoeften uit het oog.

De waarde van loyaliteit voor een bedrijf:
- Het is veel goedkoper  nieuwe klanten aantrekken kan 5x zo veel
kosten als behouden bestaande klanten
- Kleine verbetering = grote winst  een 5% vermindering in verloop
kan winst met 25-85% verhogen  ‘’verloop’’ (churn) zijn klanten
die weggaan naar de concurrent. Als je slechts een klein beetje beter
je best doet om die mensen binnen te houden, schiet je winst
omhoog.
- Hogere opbrengsten en bereidheid  loyale klanten gedragen zich
anders dan eenmalige kopers:
 Kopen meer: ze komen vaker terug
 Cross-selling: als ze fan zijn van je schoenen, zijn ze eerder bereid
om ook je sokken of tassen te proberen
 Minder prijssensitief: omdat ze je vertrouwen, kijken ze minder
snel naar de concurrent als die een euro goedkoper is. Ze betalen
voor het gemak en de zekerheid.

, - Gratis marketing  geven positieve aanbevelingen, mond-tot-mond
reclame



Het nieuwe marketing myophia:
- Eenzijdige focus op de klant: bedrijven zijn tegenwoordig zo
geobsedeerd door de directe wensen van de individuele klant, dat ze
de maatschappij en andere belanghebbenden uit het oog verliezen
 Het probleem: je geeft de klant precies wat hij wil, maar je
negeert de negatieve effecten op de samenleving
 Het risico: op de lange termijn keert de maatschappij zich tegen
het bedrijf, ook al waren de klanten in eerste instantie tevreden
- Te veel focus op data en korte termijn: door alle moderne technieken
sturen bedrijven vaak alleen nog maar op cijfers
 Het probleem: men vergeet te bouwen aan een merk en een
emotionele band
 Het risico: je wint de verkoop van vandaag door een korting te
geven, maar je verliest de loyaliteit van morgen
- Het negeren van non-consumers: bedrijven kijken alleen naar hun
huidige klanten en hun directe concurrenten.
 Oplossing/ een alternatief perspectief: stakeholder marketing
- Bedrijven focussen zich nu op het creëren van waarde voor het hele
‘’ecosysteem’’:
 Klanten
 Medewerkers: goeie arbeidsomstandigheden, diversiteit en
werkgeluk
 Leveranciers: eerlijke prijzen en langdurige partnerschappen
 De maatschappij/ milieu: rekening houden met
klimaatverandering, afval en lokale gemeenschappen
 Aandeelhouders: zij willen nog steeds winst, maar begrijpen dat
winst op de lange termijn alleen houdbaar is als de andere
groepen ook tevreden zijn

Het KANO model:
- Basisfactoren (Must-be): de ‘’vanzelfsprekenden’’  als ze er zijn, is
de klant niet extra tevreden, maar als ze ontbreken, is de klant
extreem ontevreden
 Kenmerk: je kunt hier geen punten mee scoren, alleen maar
verliezen
 Voorbeeld: schoon bed in een hotel of remmen op een auto
- Prestatiefactoren (More is better): hoe beter het kenmerk, hoe
tevredener de klant. Hoe minder, hoe ontevredener
 Kenmerk: hierop concurreren bedrijven vaak rechtstreeks met
elkaar (bijv. op prijs of snelheid)
 Voorbeeld: de batterijduur van een telefoon, waarbij 20 uur
batterij beter is dan 10 uur.

, - Enthousiasmefactoren (Delighters): de extraatjes die de klant niet
verwacht. Als ze er niet zijn, is de klant niet ontevreden, maar als ze
er wel zijn, schiet de tevredenheid omhoog
 Kenmerk: dit zorgt voor de ‘’wauw-factor’’ en creëert die
emotionele waarde
 Voorbeeld: een gratis flesje wijn op je hotelkamer




Hoe creëer je waarde?
- Marketingmix van de 4 P’s  prijs, product, plaats en promotie
 Product: welke oplossing geef je voor het probleem van de klant?
 Prijs: de belangrijkste ‘’opoffering’’ in de formule
 Plaats: waar en hoe kan de klant het product krijgen? Beïnvloedt
de ‘’energie’’ en ‘’tijd’’ (opofferingen) van de klant
 Promotie: hoe vertel je de klant over je product?


Hoorcollege 2: wat is strategie?
Strategie is:
- De set aan lange termijn doelen van de organisatie
- Het patroon van keuzes die de organisatie maakt
- De manier waarop de organisatie zijn middelen inzet/alloceert
- De manier waarop de organisatie omgaat met zijn externe omgeving
Strategie is een niet tastbaar goed!


5 elementen om te testen of een strategie goed is of niet:
1. Externe fit  strategie moet passen in de omgeving: trends,
wetgeving, technologie en wat de klant wil.
2. Interne fit  strategie moet passen bij o.a. de middelen van de
organisatie: kan je de plannen uitvoeren met de mensen, het geld en
de middelen die je hebt?
3. Dynamische fit  strategie moet toekomstbestendig zijn; een goede
strategie is over 2 jaar ook nog relevant.
4. Competitive advantage  als concurrenten beter zijn, word je
vanzelf ingehaald.
5. Performance  als je geen winst maakt, heb je geen goede
strategie.

Michael Porter: strategie is positionering in een
industrie of markt, vooraf bepaald op basis van
een gedegen analyse

Verschillende soorten strategie:
- Corporate-level strategy  waar gaan we
actief zijn?
 In welke landen werken we?
 In welke sectoren zitten we?

Document information

Study
Uploaded on
October 6, 2026
Number of pages
36
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.84

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
0
Items
3
Last sold
3 days ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions