Wetenschap begon toen we breuk maakten met kerkelijke dogma’s.
Kennis, methode, instituties.
Sociale wetenschappen > 2e helft 19e eeuw.
Max weber
Hoe betrouwbare kennis? > realiseren dat we onafhankelijk zijn.
Vragen Weber:
o Betrouwbare kennis, zuivere methoden, kennis altijd tijdelijk
o Wetenschappelijke onafhankelijkheid, waarheidsvinding
Huidige debat:
o Wetenschappelijke vrijheid v/s externe belangen
o Bureaucratisering van onderwijs en onderzoek
20e eeuw Robert Merton – CUDOS
Communalism: kennis product van gemeenschappelijk activiteit
Universalism: criteria ware kennis zijn universeel en onpersoonlijk
Disinterestedness: Wetenschap niet om de roem of de eer maar
belangeloos
Organized Skeptcism: claims op kennis altijd kritisch onderzoeken
Originality: wetenschap/onderzoek moet nieuwe kennis
voortbrengen
Hieruit is peer review ontstaan.
Ontstaan sociale wetenschappen in ca 150 jaar met eigen object van
kennis (de mens /
maatschappij)
- Ontologie = zijnsleer (wat is er in de wereld)
- Epistemologie = kennisleer (wat kan ik weten)
- Methodologie = onderzoeksmethoden (met welke methodes)
Ontologie > waaruit bestaat de (sociale) werkelijkheid?
,Monisme vs dualisme
Monisme: er is slechts één substantie met eventueel meerdere
verschijningsvormen
Spinoza: Lichaam en geest verschijningsvormen van dezelfde
(goddelijke) substantie, doen en laten gedetermineerd, geen vrije wil
Marx: maatschappij resultaat van historisch noodzakelijk materieel
proces, wel vrije wil. Er bestaat maar 1 ding en dat is materieel.
Daaruit bestaat ook de sociale werkelijkheid. Relatie tot elkaar is
bepaald door productieprocessen.
Neurowetenschappers (Swaab): denken bepaald door electro-
chemische materiele processen in brein, geen vrije wil. Ons denken
is deel van ons lichaam. Geen vrije wil, we worden bepaald door
onze lichamen.
Spinoza en swaab denken dat er geen vrije wil is, marx wel.
Monisme: lichaam en geest zijn 1 ding.
Monisme > reductionisme of holisme?
hollisme neuronen >>> god etc.
reductionisme: god etc >>> neuronen.
Dualisme: lichaam en geest zijn twee fundamenteel verschillende
substanties die op elkaar inwerken of uit elkaar voortkomen.
Descartes: lichaam is uitgebreid en deelbaar, geest is niet-uitgebreid
en niet-deelbaar, wisselwerking via de pijnappelklier, mens heeft
vrije wil
Chalmers: bewustzijn logisch autonoom tov fysische processen
waaruit het voortkomt. Gat tussen subjectieve ervaring en
objectieve processen
Wat bewustzijn precies is, is nog steeds niet opgelost/vastgesteld.
Durkheim: mens en maatschappij zijn verschillende dingen, maar de
maatschappij beïnvloedt de mens.
, Social facts: vormen van handelen, denken en voelen die buiten het
individu plaatsvinden en hem/haar beïnvloeden
Social facts oefenen controle uit over het individu, zegt Durkheim
letterlijk
Dus: een institutie kan invloed uitoefenen op jou.
Epistemologie: kennisleer
Wat is kennis?
Hoe weet ik of mijn kennis van de wereld waar is
en betrouwbaar
Epistemische claim
Doet aanspraak op waarheid [‘zus of zo is het
geval’]
Wordt geschraagd door 1 of meer rechtvaardigingen
Elke rechtvaardiging kan zelf weer een epistemische claim zijn, die
op zijn beurt wordt geschraagd door rechtvaardigingen
Niet 1 uitspraak staat op zichzelf als helemaal waar. Claims moeten
onderbouwd worden met andere claims, rechtvaardigingen.
Ontologie en epistemologie komen samen: Searl’s paradox
Hoe kunnen dingen die objectief bestaan alleen bestaan dankzij het feit
dat wij ze erkennen als feit?
Er kunnen dingen objectief bestaan die alleen bestaan omdat we ze
erkennen. Geld is hiervan een voorbeeld. Is gewoon een papiertje, maar
de waarde ervan komt omdat we erkennen dat het een waarde heeft.
Methodologie
Welke (soc wet) methoden om kennis te
nemen van de wereld?
Iedere methode veronderstelt
ontologische en epistemologische keuze
Voorbeelden >> >>
Positivisme (Hume, Comtes, Durkheim,
Wiener Kreis)
Gaat uit van ware, observeerbare feiten
, Empirisch georiënteerd/niet speculatief
Gericht op causale verklaringen en abstracte wetten, in de geest van
de natuurwetenschappen
Eén methode: experiment
Voorspellen
Accumulatie van kennis.
Positivisme en empirisme gecombineerd
Deductief-nomologisch model (leidt uit algemene waarheid
voorspelling af en die probeer je met behulp van observaties te
bevestigen of ontkennen)
Verklaring gedrag afgeleid uit algemene wetten
Covering law theory
o Om bepaald gedrag te begrijpen wordt een beroep gedaan op
achterliggende causale wetten
o Voorbeeld:
Frustratie-agressie hypothese (als iemand gefrustreerd
wordt in zijn doen volgt er agressie)
Bystander effect (veel mensen > geen hulp geven)
Voor-en nadelen positivisme
Voordelen:
Suggestie van precisie en volledigheid
Lijkt op natuurwetenschappen
Vooruitgang in kennis
Nadelen:
Wetten voldoen niet altijd: hoe kan dat?
Menselijk gedrag misschien niet gedetermineerd
Hermeneutiek(Dilthey, Gadamer, Billig)
Gaat uit van intenties, betekenissen en historische processen
Onderzoek naar betekenisverlening en ontcijfering
Gericht op vinden verbanden/regelmatigheden ipv wetten
Begrijpen (verstehen) ipv voorspellen
Contingentie ipv vooruitgang
Hermeneutiek in soc weten
Case studies en klinische psychologie (N=1)
o Belevingswereld cliënt
Antropologie