Les 1
Introductie van de ontwikkelingspsychologie
Definitie= Het is de wetenschappelijke studie van de veranderingsprocessen en stabiliteit bij (een) individu(en)
vanaf de conceptie tot aan de dood op verschillende domeinen in wisselwerking met de omgeving.
Wetenschappelijke studie
❖ Stellen van vragen
❖ Verklaring formuleren
❖ Onderzoek voeren dat ofwel de verklaring steunt ofwel verwerpt
De twee populaire types van onderzoek
1. Correlationeel
2. Experimenteel
1) Correlationeel onderzoek
Correlationeel onderzoek onderzoekt het verband tussen twee of meer curves/concepten zonder dat er wordt
ingegrepen of gemanipuleerd. Het toont aan of en hoe sterk de variabelen samenhangen, maar kan geen oorzaak-
gevolgrelatie vaststellen.
Bv. Correlatie tussen het kijken van gewelddadige programma’s en agressie
2) Experimenteel onderzoek
Experimenteel onderzoek is een vorm van onderzoek waarbij de onderzoeker actief een variabele manipuleert om te
zien wat het effect is op een andere variabele. Het doel is om oorzaak-gevolgrelaties vast te stellen.
bv. "nature versus nurture" experimenten, zoals het scheiden van meerlingen (zoals in de documentaire "Three
Identical Strangers"), worden mensen bewust in verschillende omgevingen geplaatst om effecten te meten, wat
ethische kwesties* oproept.
*Ethische kwesties zijn vragen over wat goed of slecht is in een bepaalde situatie.
Verschil
Wel ingrijpen/manipuleren (experiment): De onderzoeker geeft sommige mensen een pil en anderen niet, om te
zien wat het effect is.
Geen ingrijpen/manipuleren (correlatie): De onderzoeker kijkt gewoon of mensen die al medicijnen nemen vaker
beter worden, zonder dat hij zelf bepaalt wie de medicijnen krijgt.
, veel variatie
Basisthema’s van psychologie
• continu/discontinu
continu= elke dag een klein beetje meer (kwanititatief*)
discontinu= metafoor van golf, sommige dagen lukt een beetje en sommige helemaal niet (kwalitatief**)
*verzamelen van meetbare gegevens, vaak in de vorm van cijfers
**het begrijpen van ervaringen, gedachten en betekenissen
• universeel/individueel Gaat elk individu door dezelfde stappen van de ontwikkeling?
universeel= kritieke/gevoelige perioden* -> moment van de ontwikkeling die geschikt is om
iets te leren bv taal is een gevoelige periode
*Kritieke periode: Een strikte, beperkte tijd waarin een specifieke ervaring essentieel is voor de normale
ontwikkeling van een vaardigheid.
Gevoelige periode: Een langere, meer flexibele tijd waarin een organisme het meest gevoelig is voor bepaalde
ervaringen.
individueel= verschillende contexten -> duidt de visie er op dat elk individu een individueel
ontwikkelingstraject waar weinig over te zeggen valt? Want iedereen is uniek.
• nature/nurture Door wat wordt de mens bepaald?
Genetische en/of omgevingsinvloeden
❖ Is dat nature (genetica)? D.w.z. je wordt geboren met een bepaalde genetica en vanaf dat
moment kan men zeggen of je later bv agressief wordt
❖ Of nurture? Het ligt aan de context, de (op)voeding. Het maakt niet uit welke biologische
bouwstenen er zijn, alles kan gemaakt worden a.d.h.v. de omgeving
Belangrijk debat ! er zijn stemmen die opgaan in het nature deel van de ontwikkeling. Iemand die volgens zijn
genetica later agressief wordt, zal een doelwit worden. Men gaat die persoon “in het oog houden” omdat ze dankzij
die gen weten dat die persoon vroeg of laat een misdaad gaat plegen.
, Theoretische kaders
Psychoanalytische theorie
SIGMUND FREUD
legt de nadruk op de invloed van het onderbewustzijn* op de persoonlijkheid en het gedrag van een individu
*omvat gedachten, herinneringen en verlangens die niet direct toegankelijk zijn voor het bewustzijn, maar toch
invloed hebben op gedrag en emoties
-> volgens FREUD, onderbewustzijn heeft grote invloed persoonlijkheid en gedrag
Ik wil iets bv. Ik wil een dutje doen
Realiteitsbesef komt bij bv. Besef ik
ben les aan het geven
Wat is goed, wat is slecht
legt de nadruk op psychoseksuele ontwikkeling, waarin hij beschrijft hoe de persoonlijkheid van een individu zich
ontwikkelt door verschillende levensfasen
Veel met mond ontdekken
Ophouden pipi/kaka
Meisje/jongen onderscheiden
van Het weten van seksueel ontdekken
Puberteit/hormonale veranderingen
Als er te weinig/veel bevrediging is tijdens een bepaalde fase = fixatie
Bv: te weinig/veel bevrediging tijdens orale fase -> roken op latere leeftijd
1) Oraal (0-1 jaar)
• De mond is de eerste lustbron: voedsel inzuigen, ritmische zuigen van de baby zelf, baby brengt objecten naar
de mond,…
• Orale fixatie: roken of praatziek zijn zouden hier uitlopers van kunnen zijn
2) Anaal (1-3 jaar)
• Anus als lustbron: voor het kind wordt dit als normaal ervaren. Het moet leren dat dit ‘vies’ is.
• Anale fixatie: kunstenaars die graag met verf kliederen of met modder
3) Fallisch (3-6 jaar)
• Fallus: meisje is altijd afwezig bij Freud. Vanaf deze fase gaan de jongen en het meisje hun eigen weg.
• Bij een jongen is er een overgang naar het UBER-ICH = Oedipus-conflict. Oedipus is een Griekse koning
die zonder dat hij het wist zijn vader vermoorde om met zijn moeder te trouwen. Hij had de neiging om
aan zijn moeder lust te beleven én had daarna ook schrik dat zijn vader dat zou willen wreken door
, castratie. Dit leidde tot een schokeffect. Hierdoor ging hij zijn gevoelens voor zijn moeder verdringen en
is het UBER-ICH (het geweten) ontstaan. De normen en waarden van de vader zijn overgenomen.
• Bij een meisje is er sprake van het Electra-conflict in dezelfde zin. Het meisje identificeert zich met de
moeder en neemt haar waarden en normen over.
4) Latentie (6-11 jaar)
• Seksualiteit begint te sluimeren. Het UBER-ICH krijgt verder vorm naarmate het kind nieuwe sociale
waarden leert kennen.
• Het meisje ervaart een bepaalde soort van rivaliteit dat bepalend is voor haar verdere
persoonlijkheidsontwikkeling en verder verantwoordelijk is voor het gevoel van minderwaardigheid van
de vrouw. Dit zijn slechts culturele fenomenen, ze werden nooit wetenschappelijk gestaafd.
5) Genitaal (12-…)
• In de puberteit is er de uitgroei van de genitaliën. Deze krijgen het primaat van lustbeleving waardoor
andere neigingen onderdrukt worden. Succesvolle ontwikkeling van de eerdere fasen zou leiden tot het
huwelijk, seksuele maturiteit en het opvoeden van kinderen.
Psychosociale theorie
ERIK ERIKSO
legt de nadruk op de invloed van sociale interactie en culturele context op de ontwikkeling van de persoonlijkheid
gedurende de levensloop.
Erikson benadrukt dat de ontwikkeling niet eindigt na de adolescentie, maar doorloopt tot aan de ouderdom.
Basisvertrouwen, hechting, krijgt het baby
alles wat die moet krijgen -> trustissues
Hang met autonomie, wil exploreren, hier moet je in principe
altijd bij zijn
Initiatief, dingens uitproberen,
schuld nemen
Willen hun best doen, lukt niet
altijd en voelen zich minderwaardig
Hier kun je echt u persoon zijn en dingens ontdekken,
identiteit exploreren maar niet voor ied even makkelijk
//
Hebben van kinderen, mentor worden, jobtitel, privee-professioneel
maar sommige evolueren moeilijk en blijven stagneren
Heb ik de juiste keuzes gemaakt