Gedragsverandering:
Hoofdstuk 1: Wat is gedragsverandering:
Verandering = leren om op een andere manier met een situatie om te gaan. Je
kan er op 2 manieren naar kijken:
- Onzekerheid en moeite
- Dynamiek en uitdaging
Elke verandering stelt eisen, je moet er manieren voor zoeken om er
mee om te gaan.
2 betekenissen:
- Zelf anders: verandering die uit zichzelf voortkomt. Bv. opgroeien,
ziektes…
- Doen veranderen: verandering die voortkomt uit iets wat je doe. Bv.
sporten spieren
Werkwoord veranderen:
- Anders maken: overgankelijk
- Anders doen: onovergankelijk
Professionele beïnvloeding van mensen: bedoeling om mensen beter te krijgen.
- Aanwijzingen hoe we dit kunnen doen: begeleiden, beïnvloeden van
veranderingsprocessen… het veranderen in de overgankelijke zin
- Beïnvloeding: dagelijks aanwezig. Bv. discussie met partner,
communicatie, reclame…
Agogiek: leer van het doen veranderen van mensen. agein = voeren of leiden
- Beïnvloeden opdat mensen veranderen. Bv. helpen bij schulden, leefstijl,
integratie in maatschappij na detentie…
Gaat om:
- Psychosociale verandering
- Beïnvloeding is beroepsmatig: duidelijk kader, duidelijke afspraken…
- Doelgericht: iedereen weet wat te verwachten
- Systematisch
- Bewust
- Verandering wordt door betrokkene gewenst
- Vrijwillig
- Niet wederzijds: van hulpverlener naar cliënt. Bv. kan dat je geraakt wordt
maar niet opbrengen
1
, - (jong)volwassenen kinderen = pedagogiek
Agogiek = de leer van eenzijdige, systematische, doelgerichte, beroepsmatige
beïnvloeding die gericht is op het bereiken van een meer wenselijk psychosociale
situatie van een persoon die zich bewust is van deze beïnvloeding en die deze
situatie wil nastreven.
Cliënt vs patiënt:
- Cliënt: zelfstandig, gelijkwaardig
- Patiënt: passief, afhankelijk, gepaard met lijden en ongemak klinkt
negatiever
Beroepen en werkvelden:
- Beroepen waar agogiek centraal staat: maatschappelijk werker,
psychotherapeut, mediator, hulpverlener, mental coach…
- Beroepen die erbij helpen: leerkracht, verpleegkundige, arts,
praktijkbegeleider…
- Werkvelden: gezondheidszorg, maatschappelijk werk,
ontwikkelingssamenwerking…
4 soorten cliëntensystemen:
- Individuele personen: mensen die met een specifieke vraag naar jou
komen over gevoelens, gedachten, gedragingen, gewoonten. (micro)
- Groepen: kleinere groepen waar iedereen de leden van kent. Bv. gezin,
relatie, vriendengroep, klasgroep (micro)
- Organisatie: groepen waar men niet iedereen kent, formelere
communicatie (meso)
- Samenlevingsverband: grotere groepen waar die mensen 1
gemeenschappelijk kenmerk hebben. Bv. alle 16 jarigen in Vlaanderen
veranderd constant (macro)
Oefening: Welk cliëntsysteem vind je in de voorbeelden terug?
- Aanvaarden dat jouw lief eigen keuzes maakt 1 individu
- De vaccinatieplicht voor de zorg tijdens de coronapandemie samenlevingsverband
- Een student neemt zich voor om sneller kritiek te uiten op medestudenten die niet opletten
individu
- Een klasgroep die zich voorneemt meer te bewegen groep
- Een hogeschool die zorgt voor 'groepscontacten' (studentenraad) organisatie
- Een koppel dat elkaar meer vrijheid geeft groep
- De fusie van Artesis en Plantijn die voor een nieuwe bedrijfscultuur zorgt organisatie
- Opkomst van bingedrinking bij jongeren samenlevingsverband
- Een gezin dat in therapie gaat groep
- Bewoners van paviljoen in een psychiatrisch ziekenhuis maken nieuwe afspraken over het
koken groep
2
,Verandering = verschil tussen oude en nieuwe situatie. We kunnen dingen
toevoegen of vervangen. vervangen is moeilijker, we moeten dingen die we
geleerd hebben vervangen door dingen die we nieuw leren. Afleren – aanleren.
- Negatieve uitgangssituatie: probleem probleem
- Positieve uitgangssituatie: probleem streven naar beter/meer
Ook niet veranderen is veranderen. Bv. niets doen aan de verslaving, je raakt
dieper door te denken ‘ik ga er toch niets aan doen’.
- Incidentele verandering: eenmalig probleem aanpakken makkelijker
op te lossen, hier gaan we vaker voor kiezen. Bv. relatieproblemen, na elke
ruzie gewoon oplossen.
- Structurele verandering: meer invloed als hier aan verandering gedaan
wordt verandering is blijvend van aard. Bv. dynamieken onder loep
nemen, nadenken over jezelf…
Verandering hangt af van hoe iemand kijkt naar de mogelijkheden!
- Fixed mindset: het is wat het is, ik kan er niets aan doen
- Growth mindset: ik wil er iets aan doen, ik wil de uitdaging aangaan
In hoeverre iemand verantwoordelijkheid neemt, kunnen we zien of er een
verandering zal plaatsvinden.
Procesgericht veranderen:
We moeten tijdens de verandering ons focussen op het proces (proces- en
cliëntgericht), en niet focussen op het resultaat (productgericht).
Dit zorgt voor langdurige verandering.
3
, Hoofdstuk 2: Wat verandering stimuleert:
Hoe kunnen we verandering stimuleren?
- Verdiepen in gevoelens, gedachten, opvattingen, behoeften van de
persoon eenduidigheid in brengen
Bronnen van verandering:
- Eigen ontwikkeling: hierdoor kan je andere inzichten krijgen
- Idealen: wat hebben we voor oog, wat vinden we belangrijk en willen we
nastreven
- Innerlijke drang: je kan dit niet stoppen in jezelf
- Onvrede met bestaande situatie: anders aanpakken of andere
omgeving zoeken
- Informatie die in strijd is met het gedrag: innerlijk conflict bv. roken
- Geheel aan nieuwe informatie: je ogen gaan open bij nieuwe informatie
- Verwachtingen van anderen: je weet dat anderen dit belangrijk vinden
- Belangen: kiezen voor eigen belangen. Bv. nieuwe job met hoger loon
- Bedreigingen van buitenaf: anders aanpakken door bedreigingen
- Wijzigingen in omstandigheden: bv. ouders nieuw werk in ander land,
mee verhuizen
- Indrukwekkende of confronterende ervaringen: de invloed hiervan
laat jou veranderen bv. auto-ongeluk, nu wil je nooit meer rijden.
Oefening:
- Martine is na 15 jaar huwelijk de vonk kwijt in haar huwelijk. Ze wordt overvallen door
gevoelens voor een collega en besluit om hiermee op date te gaan. Onvrede met de
bestaande situatie
- Een 35jarige man wordt slachtoffer van phishing. Hierdoor ziet hij 3000 euro gewoon van
zijn bankrekening verdwijnen. Hij was altijd nogal nonchalant met zijn wachtwoorden. Sinds
hij dit heeft meegemaakt, heeft hij voor elke website een ander wachtwoord en doet hij
geen aankopen meer via internet. Indrukwekkende of confronterende ervaringen
- Je vriendinnen hebben de gewoonte om 1x per maand naar een naaktsauna te gaan. Jij
voelt bij jezelf veel schroom en durft eigenlijk niet mee. Na enkele maanden laat je jezelf
toch overtuigen om mee te gaan. Verwachtingen van anderen
Factoren die invloed hebben:
- Motief: hetgeen waarom je de verandering wil doen
- Motivatie: hetgeen dat ervoor zorgt dat je de verandering effectief doet
- Intrinsiek: motivatie of motief dat vanuit jezelf vertrekt
4
Hoofdstuk 1: Wat is gedragsverandering:
Verandering = leren om op een andere manier met een situatie om te gaan. Je
kan er op 2 manieren naar kijken:
- Onzekerheid en moeite
- Dynamiek en uitdaging
Elke verandering stelt eisen, je moet er manieren voor zoeken om er
mee om te gaan.
2 betekenissen:
- Zelf anders: verandering die uit zichzelf voortkomt. Bv. opgroeien,
ziektes…
- Doen veranderen: verandering die voortkomt uit iets wat je doe. Bv.
sporten spieren
Werkwoord veranderen:
- Anders maken: overgankelijk
- Anders doen: onovergankelijk
Professionele beïnvloeding van mensen: bedoeling om mensen beter te krijgen.
- Aanwijzingen hoe we dit kunnen doen: begeleiden, beïnvloeden van
veranderingsprocessen… het veranderen in de overgankelijke zin
- Beïnvloeding: dagelijks aanwezig. Bv. discussie met partner,
communicatie, reclame…
Agogiek: leer van het doen veranderen van mensen. agein = voeren of leiden
- Beïnvloeden opdat mensen veranderen. Bv. helpen bij schulden, leefstijl,
integratie in maatschappij na detentie…
Gaat om:
- Psychosociale verandering
- Beïnvloeding is beroepsmatig: duidelijk kader, duidelijke afspraken…
- Doelgericht: iedereen weet wat te verwachten
- Systematisch
- Bewust
- Verandering wordt door betrokkene gewenst
- Vrijwillig
- Niet wederzijds: van hulpverlener naar cliënt. Bv. kan dat je geraakt wordt
maar niet opbrengen
1
, - (jong)volwassenen kinderen = pedagogiek
Agogiek = de leer van eenzijdige, systematische, doelgerichte, beroepsmatige
beïnvloeding die gericht is op het bereiken van een meer wenselijk psychosociale
situatie van een persoon die zich bewust is van deze beïnvloeding en die deze
situatie wil nastreven.
Cliënt vs patiënt:
- Cliënt: zelfstandig, gelijkwaardig
- Patiënt: passief, afhankelijk, gepaard met lijden en ongemak klinkt
negatiever
Beroepen en werkvelden:
- Beroepen waar agogiek centraal staat: maatschappelijk werker,
psychotherapeut, mediator, hulpverlener, mental coach…
- Beroepen die erbij helpen: leerkracht, verpleegkundige, arts,
praktijkbegeleider…
- Werkvelden: gezondheidszorg, maatschappelijk werk,
ontwikkelingssamenwerking…
4 soorten cliëntensystemen:
- Individuele personen: mensen die met een specifieke vraag naar jou
komen over gevoelens, gedachten, gedragingen, gewoonten. (micro)
- Groepen: kleinere groepen waar iedereen de leden van kent. Bv. gezin,
relatie, vriendengroep, klasgroep (micro)
- Organisatie: groepen waar men niet iedereen kent, formelere
communicatie (meso)
- Samenlevingsverband: grotere groepen waar die mensen 1
gemeenschappelijk kenmerk hebben. Bv. alle 16 jarigen in Vlaanderen
veranderd constant (macro)
Oefening: Welk cliëntsysteem vind je in de voorbeelden terug?
- Aanvaarden dat jouw lief eigen keuzes maakt 1 individu
- De vaccinatieplicht voor de zorg tijdens de coronapandemie samenlevingsverband
- Een student neemt zich voor om sneller kritiek te uiten op medestudenten die niet opletten
individu
- Een klasgroep die zich voorneemt meer te bewegen groep
- Een hogeschool die zorgt voor 'groepscontacten' (studentenraad) organisatie
- Een koppel dat elkaar meer vrijheid geeft groep
- De fusie van Artesis en Plantijn die voor een nieuwe bedrijfscultuur zorgt organisatie
- Opkomst van bingedrinking bij jongeren samenlevingsverband
- Een gezin dat in therapie gaat groep
- Bewoners van paviljoen in een psychiatrisch ziekenhuis maken nieuwe afspraken over het
koken groep
2
,Verandering = verschil tussen oude en nieuwe situatie. We kunnen dingen
toevoegen of vervangen. vervangen is moeilijker, we moeten dingen die we
geleerd hebben vervangen door dingen die we nieuw leren. Afleren – aanleren.
- Negatieve uitgangssituatie: probleem probleem
- Positieve uitgangssituatie: probleem streven naar beter/meer
Ook niet veranderen is veranderen. Bv. niets doen aan de verslaving, je raakt
dieper door te denken ‘ik ga er toch niets aan doen’.
- Incidentele verandering: eenmalig probleem aanpakken makkelijker
op te lossen, hier gaan we vaker voor kiezen. Bv. relatieproblemen, na elke
ruzie gewoon oplossen.
- Structurele verandering: meer invloed als hier aan verandering gedaan
wordt verandering is blijvend van aard. Bv. dynamieken onder loep
nemen, nadenken over jezelf…
Verandering hangt af van hoe iemand kijkt naar de mogelijkheden!
- Fixed mindset: het is wat het is, ik kan er niets aan doen
- Growth mindset: ik wil er iets aan doen, ik wil de uitdaging aangaan
In hoeverre iemand verantwoordelijkheid neemt, kunnen we zien of er een
verandering zal plaatsvinden.
Procesgericht veranderen:
We moeten tijdens de verandering ons focussen op het proces (proces- en
cliëntgericht), en niet focussen op het resultaat (productgericht).
Dit zorgt voor langdurige verandering.
3
, Hoofdstuk 2: Wat verandering stimuleert:
Hoe kunnen we verandering stimuleren?
- Verdiepen in gevoelens, gedachten, opvattingen, behoeften van de
persoon eenduidigheid in brengen
Bronnen van verandering:
- Eigen ontwikkeling: hierdoor kan je andere inzichten krijgen
- Idealen: wat hebben we voor oog, wat vinden we belangrijk en willen we
nastreven
- Innerlijke drang: je kan dit niet stoppen in jezelf
- Onvrede met bestaande situatie: anders aanpakken of andere
omgeving zoeken
- Informatie die in strijd is met het gedrag: innerlijk conflict bv. roken
- Geheel aan nieuwe informatie: je ogen gaan open bij nieuwe informatie
- Verwachtingen van anderen: je weet dat anderen dit belangrijk vinden
- Belangen: kiezen voor eigen belangen. Bv. nieuwe job met hoger loon
- Bedreigingen van buitenaf: anders aanpakken door bedreigingen
- Wijzigingen in omstandigheden: bv. ouders nieuw werk in ander land,
mee verhuizen
- Indrukwekkende of confronterende ervaringen: de invloed hiervan
laat jou veranderen bv. auto-ongeluk, nu wil je nooit meer rijden.
Oefening:
- Martine is na 15 jaar huwelijk de vonk kwijt in haar huwelijk. Ze wordt overvallen door
gevoelens voor een collega en besluit om hiermee op date te gaan. Onvrede met de
bestaande situatie
- Een 35jarige man wordt slachtoffer van phishing. Hierdoor ziet hij 3000 euro gewoon van
zijn bankrekening verdwijnen. Hij was altijd nogal nonchalant met zijn wachtwoorden. Sinds
hij dit heeft meegemaakt, heeft hij voor elke website een ander wachtwoord en doet hij
geen aankopen meer via internet. Indrukwekkende of confronterende ervaringen
- Je vriendinnen hebben de gewoonte om 1x per maand naar een naaktsauna te gaan. Jij
voelt bij jezelf veel schroom en durft eigenlijk niet mee. Na enkele maanden laat je jezelf
toch overtuigen om mee te gaan. Verwachtingen van anderen
Factoren die invloed hebben:
- Motief: hetgeen waarom je de verandering wil doen
- Motivatie: hetgeen dat ervoor zorgt dat je de verandering effectief doet
- Intrinsiek: motivatie of motief dat vanuit jezelf vertrekt
4