Anatomie en fysiologie gezonde mens
Hoofdstuk 1: Zenuwstelsel
1. Wat het zenuwstelsel is, wat de belangrijkste taak ervan is en hoe het kan
worden ingedeeld.
Anatomische indeling zenuwstelsel
Centraal zenuwstelsel
Medulla spinalis
Hersenstam
o Medulla oblongata: verlengde merg
o Pons
o Mesencephalon
Cerebellum
Diencephalon: thalamus en hypothalamus
Cerebrum
Perifeer zenuwstelsel
Nervi spinalis (=32 paar)
Nervi cranialis (=12 paar)
Sympathische grensstreng: truncus sympaticus
Fysiologische indeling zenuwstelsel
Indeling perifeer zenuwstelsel naar soort integratie
Vegetatief – autonoom – onwillekeurig zenuwstelsel
Zorgen voor instandhouding lichaam d.m.v. controle
Het bestaat uit twee afzonderlijke stelsels én de coördinatie ertussen
De twee stelsels zijn de OS en de PS
Willekeurig – animaal zenuwstelsel
Regelt wisselwerking tussen individu en omgeving
Het willekeurig zenuwstelsel is het zenuwstelsel dat onder onze wil staat
Indeling naar hiërarchie zenuwstelsel
Basaal niveau
Contact tussen spieren, zenuwen en ruggenmerg (=m. spinalis en m. oblongata)
Vereenvoudigde reflexen
→ Vanaf de geboorte aanwezig
Hoger niveau
Contact met ‘hersenen’ vanaf pons en hoger gelegen delen zoals
mesencephalon, cerebellum en cerebrum
Moet nog ontwikkelen na de geboorte
-1-
, Indeling zenuwstelsel naar richting signaal
Afferente zenuwen (=aanvoerende zenuwen, banen)
Van perifeer zenuwstelsel naar centraal zenuwstelsel
Voor CZS opstijgende banen
Efferente zenuwen (=afvoerende zenuwen, banen)
Van centraal zenuwstelsel naar perifeer zenuwstelsel
Voor CZS afdalende banen
Schakelbanen
Tussen twee zenuwen in CZS
2. Hoe het willekeurig zenuwstelsel is opgebouwd en welke functies de
verschillende onderdelen ervan hebben.
Het willekeurig/animaal zenuwstelsel is het zenuwstelsel dat onder onze wil staat. Ik
wil eten, dus mijn arm beweegt,… Het is betrokken bij vrijwillige acties en regelt de
wisselwerking tussen individu en omgeving.
3. Hoe het vegetatieve zenuwstelsel is opgebouwd en wat de taak van dit deel
van het zenuwstelsel is.
Het vegetatief/autonoom/onwillekeurig zenuwstelsel zorgt voor instandhouding van
het lichaam d.m.v. controle. Het bestaat uit twee afzonderlijke stelsels én de
coördinatie ertussen, namelijk de orthosympaticus (=OS) en de parasympaticus (=PS).
4. Hoe een ‘zenuw’ is opgebouwd.
Cellichamen
Alle neuronen hebben dezelfde basisstructuur…
Het grote cellichaam omvat de kern of nucleus, omgeven door cytoplasma.
Het golgi-apparaat met neurosecreties is o.a. belangrijk bij de functie van de
hypothalamus.
Vanuit het cellichaam stulpen twee types van uitlopers uit: één enkel axon en
één of meerdere dendrieten. De uitlopers zijn hol en vol cytoplasma.
Dendrieten
Korte uitloper van een neuron met veel vertakkingen
Niet gemyeliniseerd (=heeft dus geen steuncellen)
Functie…
o Ontvangt signalen van andere zenuwcellen
o Geven het signaal door aan het cellichaam
Neurieten
‘Lange’ uitloper van een neuron dat bestaat uit een axon met myelineschede
(=isolerende functie) + telodendriën met eindknopjes
Heeft steuncellen, namelijk de cellen van Schwann
Functie…
o Neurieten leiden het signaal van het cellichaam af naar telodendriën
-2-
,5. Welke soorten zenuwcellen er bestaan en wat hun functie is.
Neuronen = geleidingscellen = zenuwcellen
Gliacellen = neurogliacellen = steuncellen
6. Welke soorten neuronen er bestaan.
Motorische neuronen (=gaat zowel naar de skeletspier als naar de gladde spier)
Sensorische neuronen (=gaat naar het centraal zenuwstelsel)
Schakelneuronen
7. Hoe de neuronen in ons lichaam gelokaliseerd zijn.
Over het algemeen zijn de cellichamen van alle neuronen gelokaliseerd in het
centraal zenuwstelsel (=dit is de ‘grijze stof’), behalve de cellichamen van de meeste
primaire sensorische neuronen en van de terminale effectorneuronen van het
autonoom zenuwstelsel (=in dat geval zijn de cellichamen gegroepeerd in het zogenaamde
ganglia die op bepaalde plaatsen in de periferie van het lichaam gelegen zijn).
8. Wat het verschil en gelijkenis is tussen witte en grijze stof, nervus en tractus,
nucleus en ganglion.
Witte stof
Dat deel van het zenuwstelsel dat gemyeliniseerde neurieten bevat. Deze myeline
geeft de witte kleur. Functioneel gaat het om de geleidingswegen opgebouwd uit een
neuriet omgeven door een cel van Schwann of de oligodendrocyt.
Grijze stof
De grijze verkleuring van het zenuwstelsel komt overeen met de plaats van de
cellichamen en dendrieten. Functioneel gezien zijn dit de schakelcentra.
Nervus (=zenuw)
Behoort tot het perifeer zenuwstelsel
Bestaat uit honderden axonen
Is dus witte stof
Bevat zowel afferente als efferente zenuwen → = gemengde zenuw
Tractus (=baan)
Behoort tot het centraal zenuwstelsel
-3-
, Is een bundel van gemyeliniseerde axonen binnen het CZS
Is dus witte stof
Soorten tractus…
o Ascenderende (=opstijgende banen)
o Descenderende (=afdalende banen)
o Korte banen in de medulla spinalis
o Associatiebanen in cerebrum
o Commisuren in cerebrum
Nucleus (=kern)
Verzameling zenuwcellichamen en dendrieten binnen CZS
Is dus grijze stof
Ganglion (=zenuwknoop)
Zenuwcellichamen buiten het CZS
Is dus grijze stof
Komt enkel voor bij het vegetatief zenuwstelsel
o De ganglia van de OS liggen dicht bij de medulla spinalis
(=ze noemen de paravertebrale ganglia en liggen binnen het wervelkanaal)
o De ganglia van de PS liggen dicht bij het doelorgaan
9. Welke soorten neurotransmitters bestaan en wat hun functie is.
In het centraal zenuwstelsel komen volgende neurotransmitters voor…
Dopamine (=DOPA)
Gamma aminoboterzuur (=GABA)
Serotonine
In het perifeer zenuwstelsel komen slechts twee typen neurotransmitter voor…
Acetylcholine (=AC)
Noradrenaline (=NOR)
W —————————————<AC p
PS —————————< AC n —<AC m
OS ——< AC n ———————<NOR
10. Hoe de medulla spinalis/ruggenmerg is opgebouwd.
Deel van het centraal zenuwstelsel binnen wervelzuil
Loopt van het foramen magnum tot L1 L2 (=lumbaal 1 – lumbaal 2)
De diameter neemt af richting het sacrum
Laterale vertrekplaats van de verschillende wortels van de spinale zenuwen
Links-rechts symmetrie
De ventrale inkeping is groter dan de dorsale inkeping
-4-
Hoofdstuk 1: Zenuwstelsel
1. Wat het zenuwstelsel is, wat de belangrijkste taak ervan is en hoe het kan
worden ingedeeld.
Anatomische indeling zenuwstelsel
Centraal zenuwstelsel
Medulla spinalis
Hersenstam
o Medulla oblongata: verlengde merg
o Pons
o Mesencephalon
Cerebellum
Diencephalon: thalamus en hypothalamus
Cerebrum
Perifeer zenuwstelsel
Nervi spinalis (=32 paar)
Nervi cranialis (=12 paar)
Sympathische grensstreng: truncus sympaticus
Fysiologische indeling zenuwstelsel
Indeling perifeer zenuwstelsel naar soort integratie
Vegetatief – autonoom – onwillekeurig zenuwstelsel
Zorgen voor instandhouding lichaam d.m.v. controle
Het bestaat uit twee afzonderlijke stelsels én de coördinatie ertussen
De twee stelsels zijn de OS en de PS
Willekeurig – animaal zenuwstelsel
Regelt wisselwerking tussen individu en omgeving
Het willekeurig zenuwstelsel is het zenuwstelsel dat onder onze wil staat
Indeling naar hiërarchie zenuwstelsel
Basaal niveau
Contact tussen spieren, zenuwen en ruggenmerg (=m. spinalis en m. oblongata)
Vereenvoudigde reflexen
→ Vanaf de geboorte aanwezig
Hoger niveau
Contact met ‘hersenen’ vanaf pons en hoger gelegen delen zoals
mesencephalon, cerebellum en cerebrum
Moet nog ontwikkelen na de geboorte
-1-
, Indeling zenuwstelsel naar richting signaal
Afferente zenuwen (=aanvoerende zenuwen, banen)
Van perifeer zenuwstelsel naar centraal zenuwstelsel
Voor CZS opstijgende banen
Efferente zenuwen (=afvoerende zenuwen, banen)
Van centraal zenuwstelsel naar perifeer zenuwstelsel
Voor CZS afdalende banen
Schakelbanen
Tussen twee zenuwen in CZS
2. Hoe het willekeurig zenuwstelsel is opgebouwd en welke functies de
verschillende onderdelen ervan hebben.
Het willekeurig/animaal zenuwstelsel is het zenuwstelsel dat onder onze wil staat. Ik
wil eten, dus mijn arm beweegt,… Het is betrokken bij vrijwillige acties en regelt de
wisselwerking tussen individu en omgeving.
3. Hoe het vegetatieve zenuwstelsel is opgebouwd en wat de taak van dit deel
van het zenuwstelsel is.
Het vegetatief/autonoom/onwillekeurig zenuwstelsel zorgt voor instandhouding van
het lichaam d.m.v. controle. Het bestaat uit twee afzonderlijke stelsels én de
coördinatie ertussen, namelijk de orthosympaticus (=OS) en de parasympaticus (=PS).
4. Hoe een ‘zenuw’ is opgebouwd.
Cellichamen
Alle neuronen hebben dezelfde basisstructuur…
Het grote cellichaam omvat de kern of nucleus, omgeven door cytoplasma.
Het golgi-apparaat met neurosecreties is o.a. belangrijk bij de functie van de
hypothalamus.
Vanuit het cellichaam stulpen twee types van uitlopers uit: één enkel axon en
één of meerdere dendrieten. De uitlopers zijn hol en vol cytoplasma.
Dendrieten
Korte uitloper van een neuron met veel vertakkingen
Niet gemyeliniseerd (=heeft dus geen steuncellen)
Functie…
o Ontvangt signalen van andere zenuwcellen
o Geven het signaal door aan het cellichaam
Neurieten
‘Lange’ uitloper van een neuron dat bestaat uit een axon met myelineschede
(=isolerende functie) + telodendriën met eindknopjes
Heeft steuncellen, namelijk de cellen van Schwann
Functie…
o Neurieten leiden het signaal van het cellichaam af naar telodendriën
-2-
,5. Welke soorten zenuwcellen er bestaan en wat hun functie is.
Neuronen = geleidingscellen = zenuwcellen
Gliacellen = neurogliacellen = steuncellen
6. Welke soorten neuronen er bestaan.
Motorische neuronen (=gaat zowel naar de skeletspier als naar de gladde spier)
Sensorische neuronen (=gaat naar het centraal zenuwstelsel)
Schakelneuronen
7. Hoe de neuronen in ons lichaam gelokaliseerd zijn.
Over het algemeen zijn de cellichamen van alle neuronen gelokaliseerd in het
centraal zenuwstelsel (=dit is de ‘grijze stof’), behalve de cellichamen van de meeste
primaire sensorische neuronen en van de terminale effectorneuronen van het
autonoom zenuwstelsel (=in dat geval zijn de cellichamen gegroepeerd in het zogenaamde
ganglia die op bepaalde plaatsen in de periferie van het lichaam gelegen zijn).
8. Wat het verschil en gelijkenis is tussen witte en grijze stof, nervus en tractus,
nucleus en ganglion.
Witte stof
Dat deel van het zenuwstelsel dat gemyeliniseerde neurieten bevat. Deze myeline
geeft de witte kleur. Functioneel gaat het om de geleidingswegen opgebouwd uit een
neuriet omgeven door een cel van Schwann of de oligodendrocyt.
Grijze stof
De grijze verkleuring van het zenuwstelsel komt overeen met de plaats van de
cellichamen en dendrieten. Functioneel gezien zijn dit de schakelcentra.
Nervus (=zenuw)
Behoort tot het perifeer zenuwstelsel
Bestaat uit honderden axonen
Is dus witte stof
Bevat zowel afferente als efferente zenuwen → = gemengde zenuw
Tractus (=baan)
Behoort tot het centraal zenuwstelsel
-3-
, Is een bundel van gemyeliniseerde axonen binnen het CZS
Is dus witte stof
Soorten tractus…
o Ascenderende (=opstijgende banen)
o Descenderende (=afdalende banen)
o Korte banen in de medulla spinalis
o Associatiebanen in cerebrum
o Commisuren in cerebrum
Nucleus (=kern)
Verzameling zenuwcellichamen en dendrieten binnen CZS
Is dus grijze stof
Ganglion (=zenuwknoop)
Zenuwcellichamen buiten het CZS
Is dus grijze stof
Komt enkel voor bij het vegetatief zenuwstelsel
o De ganglia van de OS liggen dicht bij de medulla spinalis
(=ze noemen de paravertebrale ganglia en liggen binnen het wervelkanaal)
o De ganglia van de PS liggen dicht bij het doelorgaan
9. Welke soorten neurotransmitters bestaan en wat hun functie is.
In het centraal zenuwstelsel komen volgende neurotransmitters voor…
Dopamine (=DOPA)
Gamma aminoboterzuur (=GABA)
Serotonine
In het perifeer zenuwstelsel komen slechts twee typen neurotransmitter voor…
Acetylcholine (=AC)
Noradrenaline (=NOR)
W —————————————<AC p
PS —————————< AC n —<AC m
OS ——< AC n ———————<NOR
10. Hoe de medulla spinalis/ruggenmerg is opgebouwd.
Deel van het centraal zenuwstelsel binnen wervelzuil
Loopt van het foramen magnum tot L1 L2 (=lumbaal 1 – lumbaal 2)
De diameter neemt af richting het sacrum
Laterale vertrekplaats van de verschillende wortels van de spinale zenuwen
Links-rechts symmetrie
De ventrale inkeping is groter dan de dorsale inkeping
-4-