lymfestelsel
Studieoverzicht: bloedvaten, bloeddruk en het
lymfestelsel
1. Bloedvaten: basisbegrippen
Arteriën voeren bloed van het hart weg. Venen voeren bloed naar het hart toe. Deze indeling
is gebaseerd op de stroomrichting ten opzichte van het hart en niet op de zuurstofinhoud van het
bloed.
De organen van de grote bloedsomloop zijn parallel geschakeld. Daardoor kan elk orgaan afzon-
derlijk een aangepaste bloedtoevoer krijgen volgens zijn belang en momentane behoefte.
Belangrijke bloedvaten
Bloedvat Ontstaat uit of mondt uit in Belangrijke bestemming of
vertakking
A. axillaris A. subclavia A. brachialis
A. brachialis A. axillaris A. radialis, a. ulnaris en a. profun-
da brachii
A. carotis communis dextra Truncus brachiocephalicus A. carotis interna en a. carotis
externa dextra
A. carotis communis sinistra Aortaboog A. carotis interna en a. carotis
externa sinistra
A. facialis A. carotis externa Gelaat
A. femoralis A. iliaca externa A. poplitea en aa. pudendae ex-
ternae
A. fibularis A. tibialis posterior Kuitregio, rond de fibula
A. pedis dorsalis A. tibialis anterior Voetrug; de pols kan hier worden
gepalpeerd
A. gastrica dextra A. hepatica Maag
A. gastrica sinistra Truncus coeliacus Maag
, Truncus coeliacus
De truncus coeliacus heeft drie belangrijke vertakkingen:
• A. gastrica sinistra: verzorgt de maag.
• A. hepatica communis: vertakt onder andere naar de lever en de maag.
• A. lienalis: verzorgt onder andere de milt.
De verdere vertakkingen van de a. hepatica communis omvatten de a. hepatica propria, de a.
gastrica dextra en de a. gastroduodenalis. De a. lienalis geeft onder andere de aa. gastricae breves
en de a. gastroepiploica sinistra af.
Vena porta
De vena porta of leverpoortader voert veneus bloed vanuit onder andere de maag, darmen en milt
naar de lever. De lever ontvangt bloed via twee toekomende bloedvaten:
• de vena porta;
• de arteria hepatica.
Het bloed verlaat de lever via de vv. hepaticae.
De vena porta ontstaat door de samenkomst van de volgende venen:
1. V. gastrica sinistra;
2. V. gastrica dextra;
3. V. mesenterica superior;
4. V. mesenterica inferior;
5. V. lienalis.
Bij het leren van de vena porta is het belangrijk de overeenkomst tussen de arteriën en venen te
herkennen: bij verschillende veneuze vaten bestaat een overeenkomstige arteriële naam, zoals de
maag-, mesenteriale en miltvaten.
2. Foetale circulatie
De foetale bloedsomloop verschilt van die van een pasgeborene omdat de longen vóór de geboorte
nog niet functioneren voor de gaswisseling. De foetus ontvangt zuurstofrijk bloed via de placenta
en de navelstreng.
Belangrijke structuren
• Twee aa. umbilicales: behoren tot de navelstreng.
• V. umbilicalis: voert zuurstofrijk bloed vanuit de placenta naar de foetus.
• Ductus venosus: leidt een belangrijk deel van het bloed langs de lever, zodat het bloed snel
richting hart kan stromen.
• Foramen ovale: opening tussen de atria die uitsluitend tijdens het foetale leven functioneert.