Algemeen
Volwassen organisme bevat ongv 8% bloed (=5-6L), stroomt met een groot debiet (5L/min)
FUNCTIES VAN HET BLOED
Transpor7unc:es: transport van …
ð Nutriënten vanuit het spijsverteringsstelsel naar het weefsel
ð Zuurstof vanuit de longen naar de weefsels
ð Afvalstoffen van het celmetabolisme à uitscheidingsorganen (longen, lever, nier)
ð Hormonen vanuit hun producEeplaats (endocriene klier) à doelorgaan
ð Warmte vanuit de acEeve spieren naar de huid
ð Geneesmiddelen
+ bevat elementen met meer specifieke funcEes
SAMENSTELLING VAN HET BLOED
Waterig component verwijderd van cellen = plasma
Te bekomen door toediening anEcoagulans aan bloed à centrigufagEe à supernatans
af pipeKeren
ð Bovenstaande, ongeveer heldere vloeistof = bloedplasma
ð Uitgezakte bloedcellen door zwaartekracht
V/V: 45% cellen (voor het overgrote deel rode bloedcellen) / 55% plasma
Vuitgezakte rode bloedcelen = hematocriet, schommelt tussen 40-45% , 35 – 45%
3 types bloedcellen in het bloed
Leukocyten = wiKe bloedcellen Trombocyten = bloedplaatjes Erythrocyten = rode bloedcellen
3500 – 10.000/μL 150.000 – 350.000/μL 99% van ntot bloedcellen
Halve dag 7 dagen 120 dagen
,DE HEMATOPOËSE
Bloedvorming op volwassen leeZijd: vanuit hematopoieEsche stamcellen (HSCs) in
ð het beenmerg (eigenlijk aanmaak van stamcellen)
ð in beperkte mate: lever, milt, thymus, lymfeklieren
Tijdens foetale leven: HSCs in foetale lever & navelstreng
Extramedullaire hematopoëse = hematopoëse gecompromiKeerd door verbindweefseling van het
beenmerg (myelofibrose) na bestraling / beenmergziekte
à overgenomen door milt en lever
Turnover + aanmaak van nieuwe cellen
= groot, door beperkte levensduur bloedcellen
•Elke vertraging à daling van aantal elementen in perifere bloed
•accurate sturing & verhinderen te veel / te weining bloedelementen
•grondstoffen aanwezig in afgestorven cellen recupereren
ð erythrocyten (milt) capteren erythrocyten op einde levenscyclus
bloedvorming door pluripotente cellen
eigenschappen stamcel:
ð mogelijkheid van eeuwigdurende zelfreplicaEe
ð mogelijkheid tot differenEaEe
, De rode bloedcellen
ALGEMEEN
primoridiale func:e: zuurstoZransport
zuiver O2 à onvoldoende hoge concentraEe O2 genereren => hemoglobine (Hb)
hemolyse: Hb komt vrij in bloedbaan à afgebroken tot ongeconjugeerd bilirubine
=> kan leiden tot geelzucht = icterus
Vorm: biconcave cirkelvormige schijven zonder kern (dus geen DNA / RNA)
ð uitwisselingsoppervlakte vegroten
o flexibiliteit verhogen (vlot passeren doorheen fijne capillairen)
vorm behouden door celmembraantransporters, houden inwendig milieu cte
De zuurstofdissocia:ecurve
Hb = eiwitcomplex met 4 subeenheden
ð 2 alfaketens
ð 2 betaketens
ð ijzer
Elke subunit bevat een heemgroep met een gebonden
metaalion, die fungeert als bindingsplaats voor
zuurstof.
zuurstofrijke omgeving: Hb ondergaat conformaEeverandering à affiniteit voor O sEjgt
ð geoxyneerd: roodachDg kleur
zuurstofarme omgeving: à affiniteit voor O daalt (wilt O afgeven)
ð deoxygeneerd: blauwachDg kleur
Wanneer bloed door de longen stroomt, bindt zuurstof op het Fe van Hb
ð vervoerd naar weefsels
ð O komt los van Fe en diffundeert naar de cellen