HOOFDSTUK 1: ALGEMEENHEDEN
SITUERING: FISCAAL RECHT
Directe belastingen = inkomstenbelastingen die iedereen jaarlijks moet betalen bestaande uit 4
soorten (personenbelasting, vennootschapsbelasting, rechstpersoonbelasting en belasting niet-
inwoner)
Indirecte belastingen = geen inkomstenbelastingen, maar belasting n.a.v rechtsfeiten zoals BTW,
erfbelasting, accijnzen, registratierecht, …
OVERDRACHTSBELASTING
De overdracht van goederen en diensten vormt de basis voor het heffen van de belasting
= Verbruiksbelasting
Door de oprichting van de Europese Unie was de belangrijkste doelstelling de realisatie van een
gemeenschappelijke markt. Harmonisatie van de diverse wetgevingen inzake omzetbelasting
EUROPESE BELASTING
De btw is een Europese belasting, ontworpen om te functioneren binnen de Europese Unie als een
gebied zonder interne grenzen. De principes hierbij zijn:
• Eenzelfde btw-systeem (intracommunautaire goederenhandel)
• Eenzelfde btw-tarief (lidstaten krijgen felxibiliteit om tarieven te bepalen)
• Eenzelfde btw-regels (moderniseren en vereenvoudigen)
3 gebieden:
België: nationale handelingen “levering van goederen en diensten verlenen”
Bv. je hebt een advocaat voor je echtscheiding. Je betaalt 1000 euro + 21% btw omdat hij een dienst
verleent.
Europees: Europese handelingen “intracommunautair”
Bv. je koopt een laptop uit Nederland. Het wordt verzonden naar België. Dit is een
intracommunautaire verwerving in België en je betaalt Belgische btw.
3e landsgebied: internationale handelingen “invoer”
Bv. het kopen van bananen uit Curaçao in België. Dit is een invoer en dit is Belgische btw.
MAAR stel dat je naar Maastricht gaat en direct naar een laptop koopt in de winkel, betaal je
Nederlandse btw. Het gaat hier om een levering van goederen.
WERKINGSMECHANISME VAN DE BTW
Voorbeeld: fiets van ‘fabrikant’ naar ‘eindconsument’
Grondstoffen = BP aangifte: ontvangen BTW € 52,50 en ROA € 0 DUS € 52,50 BTW over
VK € 250,00 + € 52,50
Fabrikant = BP aangifte: ontvangen BTW € 84,00 en ROA € 52,50 DUS € 31,50 BTW over
VK € 400,00 + € 84,00
Fietshandelaar = BP aangifte: ontvangen BTW € 105,00 en ROA € 84,00 DUS € 21,00 BTW over
VK € 500,00 + € 105,00
,Eindconsument = EC en betaalt € 500 + 105 (én € 52,2 + € 31, 5 + € 21 = € 105,00)
De overheid wacht niet tot de dag van de eindbestemming (eindconsument) om btw te innen. De
inning gebeurt in elke fase van de productie en distributie.
Btw wordt berekend op de verkoopprijs, niet op de waarde die de handelaar toevoegt WANT de
handelaar kan btw door de verschuldigde verkopen aftrekken op zijn aankopen, in feite moet de
handelaar enkel btw op zijn toegevoegde waarde doorstorten. (Gefractioneerde belasting)
Recht op aftrek: de betrokken handelaars dragen dankzij dit systeem dus niet de kost van de btw, zij
moeten die enkel doorstorten. (Neutraal)
De enige persoon in de kringloop die geen gebruik kan maken van de aftrekregeling is de
eindverbruiker. =verbruiksbelasting
Btw is een verbruiksbelasting die in alle fasen van de productie en distributie wordt geheven door de
btw-plichtige, die ze door middel van gefractioneerde betalingen voldoen.
De belastingplichtige telt de belasting; de BP ontvangt de belasting en geeft het weer aan de staat.
De eindconsument gebruikt wat, alle anderen zijn doorgeefpersonen.
Bv. Belgische fabriek maakt fietsen. Ze maken grondstoffen en maken fietsen. De fietsen gaan naar
groothandels. De groothandel betaalt de fabriek 250 euro per fiets. De fabriek doet een levering van
goederen. De groothandel moet dus 21% btw betalen.
De groothandel verkoopt nadien aan fietsmakers in de buurt. Zij kopen de fietsen over voor 400 euro
per stuk. Dit is dan ook weer een levering van goederen en de kleinhandel koopt het voor 400 euro +
21% btw.
De fietsmaker verkoopt het nadien aan de eindconsument (de klant) voor 500 euro + 21% btw.
• Btw-belastingplichtige
• Btw tellen op je output
• Aangifte doen
• + het recht op aftrek op je input
Elke belastingplichtige moet elke maand of om de 3 maanden vermelden hoeveel belasting zij hebben
betaald, en hoeveel zij hebben ontvangen
De eindconsument betaalt 105 euro btw aan de fietsmaker, NIET aan de staat.
De fietsmaker doet aangifte van die 105 euro btw die hij ontvangen heeft, en ook van die 84 euro die
hij heeft betaald. Hij houdt dus 21 euro over, wat hij aan de staat moet betalen.
De groothandel doet aangifte van die 84 euro die hij ontvangen heeft, en ook van die 52,50 euro die hij
heeft betaald. Hij houdt dus 31,50 euro over, wat hij aan de staat moet betalen.
Btw is voor de belastingplichtige geen kost. Het is enkel een kost voor de eindconsument.
DUS: Belasting in economisch proces
Normale gang van zaken:
• Toeleverancier
• Fabrikant
• Groothandel
• Kleinhandel
• Consument eindconsument (EC)
o Belastingplichtigen BP
Definitie “btw”: Een verbruiksbelasting die geheven wordt in alle fasen van productie en distributie
door belastingplichtigen, die deze voldoen door middel van gefractioneerde betalingen.
Er is een belastbare handeling, voor zover een belastingplichtige dat verkoopt. Dat wil zeggen dat dit
een belastbare handeling door bv. een vennootschap gebeurt. Indien jij of ik als particulieren dat doen,
is dit geen belastbare handeling.
,Als er iemand is die een dienstverrichting levert, is er ook iemand die het ontvangt. Degene die het
ontvangt, is vrijgesteld van btw.
TOEPASSINGSGEBIED VAN DE BTW
1. Territoriaal Art. 1 Wbtw : Lid-staat, grondgebied van een Lid-staat, gemeenschap, grondgebied
van de gemeenschap, derdelandsgebied, derde land, binnenland
• Het cruciale principe is dat de btw van toepassing is op handelingen binnen de Europese
Unie. Er worden drie gebieden onderscheiden:
» Handelingen binnen België (bijvoorbeeld een verkoop tussen twee Belgische
entiteiten).
» Handelingen binnen de EU (intracommunautaire handelingen).
» Handelingen met derdelandsgebieden (buiten de EU).
2. Belastbare handelingen Art. 2, 3 & 3bis Wbt : Volgens de wet zijn de volgende handelingen
belastbaar met btw in België, mits ze plaatsvinden in België, door een belastingplichtige en ten
bezwarende titel:
- Leveringen van goederen
De ontvangst van goederen door een BP ten bewarende titel ontvangen G = V
- Dienstverrichtingen
De ontvangst van diensten door een BP ten bezwarende titel ontvangen DV = V
- Invoer
De invoer van goederen in België door iedereen. uitvoer = V
- Intracommunautaire verwerving
De verwerving in België van goederen vanuit een andere EU-lidstaat door een
belastingplichtige. ICL = V
Genoemde handelingen kunnen enkel aan de Belgische btw onderworpen worden, als ze hier te lande
plaatsvinden.
Dubbel doel:
Vermijden dat 2 lidstaten eenzelfde transactie kunnen betalen
Voorkomen dat andere transacties nergens belastbaar zijn
ENKELE ESSENTIËLE BEGRIPPEN
1. Belastbaar feit (BF)
• Art. 1 § 12 Wbtw
• Btw is een ‘feitenbelasting’ = belasting op een handeling (het feit) die door de belasting
wordt geviseerd
• Wettelijke voorwaarden wanneer Belgische btw verschuldigd is:
Levering van goederen en verrichten van diensten in België
Invoer van goederen van buiten de EU in België
Intracommunautaire verwerving uit een lidstaat van EU in België
2. Tijdstip van opeisbaarheid (TVO)
• Art. 1 § 12 Wbtw
• Niet-kas-systeem (=B2B)
Hoofdregel is dat btw opeisbaar wordt op het tijdstip waarop de levering wordt
verricht of de dienst is verricht (= BF)
De leverancier moet een factuur uitreiken btw wordt opeisbaar over het
gefactureerde bedrag op het tijdstip waarop de factuur wordt uitgereikt, ongeacht of
de uitreiking van de factuur plaatsvindt voor of na het tijdstip waarop de leverancier
of de dienst is verricht
Bij factuur: het stelsel van de dagontvangsten van toepassing d.w.z dat btw pas
opeisbaar wordt op het tijdstip waarop de leverancier de betaling van zijn klant
ontvangt
, Bij voorschot: dezelfde dag waarop de goederen zijn geleverd of de diensten is
verricht d.w.z. dat betaling het tijdstip van opeisbaarheid is en samenvalt met het
tijdstip van de levering of de dienst ≠ hoofdregel
Maar uiterlijk 15de dag maand na BF
• Kas-systeem (=B2C)
Btw is opeisbaar bij betaling (LvG of DV)
3. Tijdstip van voldoening van de btw (TVV)
• Regel: 20ste dag van de maand na periode (idem bij maand of kwartaal)
4. Tijdstip van afdwingbaarheid van de btw (TVA)
• Vroeger:
Na betekening van dwangbevelen aanslag
• Nu (vanaf 1/4/19)
Vervangen door een algemene uitvoerbare titel, met name een ‘innings- en
invorderingsregister’
= periodiek en automatisch
Als een btw-schuld niet wordt betaald, de fiscus zal eerst een verantwoording van
de btw-schuld aan de schuldenaar zorgen
Ten vroegste 1 maand later, als de schuld nog niet betaald is, kan de fiscuys die
schuld opnemen in het innings- en invorderingsregister
Uitvoerbaar verklaard door de bevoegde ambtenaar uitvoerbare titel voor het
innen van de btw-schuld
BTW-DENKPATROON
1. Wordt de handeling door een BP gesteld ?
2. Stelt de btw-BP een belastbare handeling ?
3. Vindt de belastbare handeling in België plaats ?
4. Kan er één of andere vrijstelling ingeroepen worden ?
5. Wie is de schuldenaar van de btw (-belasting) ?
HOOFDSTUK 2: BTW-PLICHTIGE EN VERPLICHTINGEN
DEFINITIE
Art. 4 Wbtw
Essentieel 4 voorwaarden = van rechtswege
• De btw-plichtige is een persoon ‘eenieder’
• De persoon oefent een economische activiteit uit
• Die activiteit wordt geregeld uitgeoefend
• Die activiteit wordt zelfstandig uitgeoefend
Niet essentieel = alle rest
Vb. met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, plaats economische activiteit
INDELING
1) De gewone btw-plichtige, gehouden tot indiening van periodieke aangifte
• Art. 4 Wbtw
• Een gewone btw-plichtige rekent btw aan op zijn output (verkopen) en kan de betaalde btw op
zijn input (aankopen) in mindering brengen via een periodieke aangifte
• Roa (recht op aftrek)
2) De forfaitaire landbouwer en de vrijgestelde kleine onderneming KMO met een omzet < € 25.000
• Regel “gewone BP ”