Een ander model met betrekking tot leerprocessen geeft weer dat bij elke gebeurtenis die
plaatsvindt (bewegen, studeren, ondernemen, feesten enz.) drie aspecten betrokken zijn. Deze
aspecten zijn niet los van elkaar te zien. Je zult dit OPA-model ook bij andere vakken op de
Calo tegenkomen:
- Wat is het aandeel en invloed van de omgeving in deze situatie?
- Wat is het aandeel en invloed van de persoon?
- Wat is het aandeel en invloed van de activiteit?
Voorbeeld:
Denken, voelen en handelen
1
,Achter deze psychologische begrippen zit een algemeen idee over de
basis van ieder mens. Dit idee is dat er altijd sprake is van een mix van
“denken, voelen en doen/handelen (DVD model)”. Kijken we dus naar de
persoon dan zien we daar een mix van denken, voelen en handelen. Ook
bij dit model wordt
de werkelijkheid vereenvoudigd weergegeven en vindt de (complexe)
werkelijkheid in het raakvlak plaats. Er vindt een ingewikkeld samenspel
plaats tussen deze drie factoren.
De mix tussen denken, voelen en handelen is bij elk individu anders en
verschilt ook nog per gebeurtenis. Daarom blijft het leven met mensen
zo’n onvoorspelbaar avontuur.
Verschillende begrippen voor denken, voelen en handelen.
Er zijn verschillende theorieën die het denken, voelen en handelen gebruiken. Soms worden
daarbij andere termen gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan neuro-linguïstisch programmeren
(NLP), Human Dynamics, kernreflectie en de ontwikkelingspsychologie.
Elke theorie geeft zo zijn eigen invulling aan de driedeling denken, voelen,
doen/handelen. Er zijn overeenkomsten en verschillen te constateren.
Toch zijn deze begrippen aan elkaar verwant.
Voorbeeld:
2
,Het is mooi om te kijken met de bril van denken, voelen en doen (handelen), omdat je kunt
kiezen waarop je invloed wilt uitoefenen, waar je op gaat sturen.
Handelen/doen:
Tegen de penaltynemer kan je zeggen hoe hij de bal moet raken
(handelen).
Tegen de tentamenmaker kan je zeggen: begin met schrijven, want dan
komt het vanzelf (handelen).
Denken:
Tegen de tentamenmaker kan je zeggen: je weet alles, je hebt alles in je
hoofd (denken).
Tegen de verliefde jongen kan je zeggen: wat voor ergs kan er gebeuren
als je haar aanspreekt (denken)?
Voelen:
Tegen de verliefde jongen kan je zeggen: volg je hart, laat je gevoelens
zien (voelen).
Tegen de penaltynemer kan je zeggen: wacht tot je het vertrouwen hebt
dat je gaat scoren (voelen).
1.2 Attitude en mindset
Het begrip attitude:
In de psychologie wordt het begrip attitude gebruikt voor wat je ergens van vindt. Attitude is
de houding die je hebt ten opzichte van een bepaald onderwerp. Of anders gezegd: je hebt een
bepaald beeld of opvatting over een onderwerp. Dit onderwerp wordt ook wel een
attitudeobject genoemd en kan werkelijk van alles zijn: roken, het openbaar vervoer, de Calo,
je docent turnen, het vak GP, het koningschap, goede cijfers halen, seks voor het huwelijk,
etc. Je hebt ook een attitude over jezelf, dan noemen we dat ook wel “zelfbeeld”.
Attitudeobject: je hebt een bepaald beeld of opvatting over een
onderwerp. Dit onderwerp wordt ook wel een attitudeobject genoemd.
3
, Een attitude is een consistente en voorspelbare manier waarop een
persoon:
• Denkt over een attitudeobject
• Voelt met betrekking tot een attitudeobject
• Geneigd is zich te gedragen ten opzichte van een attitudeobject (Keers &
Wilke,
Voorbeeld:
Denken: In het geval van Jolien speelt mee dat ze veel kennis en
ervaring heeft met spel. De ervaring die ze heeft is vooral
sportgericht, haar kennis over aanleren van spelvaardigheid is
gericht op deelvaardigheden los oefenen. De Calo heeft een andere
visie op spel en spelonderwijs, waardoor dit botst met de visie van
Jolien.
4