DIGHEDEN EN WETENSCHAPPELIJK
COMMUNICEREN
DEEL 1 – KRITISCH DENKEN
WAAROM IS KRITISCH DENKEN BELANGRIJK?
Kritisch denken en onderzoekscompetenties zijn onmisbare vaardigheden. Ze helpen ons om de kwaliteit van
professioneel werk te bewaken en om niet zomaar alles voor waar aan te nemen. Kritisch denken betekent dus
óók: alert zijn op vanzelfsprekendheden en zelfs officiële kanalen, zoals overheid, media of technocratische
systemen, met een gezonde dosis vragen benaderen.
De 21ste eeuw verandert razendsnel. Globalisering, digitalisering, AI en technologisering zorgen voor nieuwe
uitdagingen in ons dagelijks leven, op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Van professionals wordt steeds
meer verwacht dat ze zelfstandig en doordacht kunnen handelen.
We leven in een kenniseconomie waar kennis en innovatie centraal staan. Dat vraagt om wendbare
professionals die méér doen dan alleen hun vak beheersen: creatieve ideeën ontwikkelen, samenwerken in
diverse teams en slim omgaan met nieuwe technologieën.
Ook in de vastgoedsector zijn deze vaardigheden cruciaal. Denk aan de groeiende impact van technologie in
gebouwen, de maatschappelijke druk rond duurzaamheid en betaalbaarheid, of de invloed van wetgeving en
beleid. Een vastgoedexpert die kritisch kan denken, ziet sneller kansen, doorziet valkuilen en neemt beter
gefundeerde beslissingen.
Het hoger onderwijs heeft de taak studenten niet alleen vakinhoudelijke kennis bij te brengen, maar hen ook
uit te rusten met brede, toekomstgerichte vaardigheden (future proof skills).
Het gaat dus niet meer om de vraag óf kritisch denken en onderzoekscompetenties belangrijk zijn. De
kernvraag is: wat verstaan we onder deze competenties, en hoe leren we ze aan en toepassen in ons eigen
vakgebied?
,WAT VERSTAAN WE ONDER KRITISCH DENKEN?
Een eenduidige definitie van kritisch denken bestaat niet. Het gaat zowel om vaardigheden als om
een houding.
Kritische vaardighede:
- Betrouwbare informatie opzoeken
- Bronnen analyseren en interpreteren
- Redeneren en reflecteren vóór je een standpunt inneemt of een beslissing neemt
- Uitleggen waarop je standpunt of beslissing gebaseerd is
- Onderscheid maken tussen meer en minder waarschijnlijke beweringen
- Drogredenen herkennen en vermijden
Kritische houding
- Open en nieuwsgierig zijn
- De juiste vragen durven stellen
- Jezelf in vraag stellen en twijfelen waar nodig
- Verschillende alternatieven afwegen
- Voorzichtig zijn met conclusies
- Bereid zijn je mening aan te passen
- Eerlijk en open communiceren
Kritisch denken is niet vanzelfsprekend en heeft weinig met intelligentie te maken. Iedereen wordt soms
misleid of denkt te snel. Het goede nieuws: kritisch denken kun je trainen.
BEDREIGINGEN VOOR ONS KRITISCH DENKVERMOGEN?
MISLEID DOOR ONS EIGEN BREIN
TYPE 1- EN TYPE 2-DENKEN
Een eerste bedreiging voor ons kritisch denkvermogen is ons eigen brein.
Ons brein verwerkt informatie op 2 manieren:
- Type 1-denken: snel, intuïtief en onbewust. Deze manier van denken zorgt ervoor dat je snel kan handelen
en meerdere dingen tegelijk kan doen, bijvoorbeeld de straat oversteken.
- Type 2-denken: langzaam, expliciet, bewust. Dit type verloopt beredeneerd. Je past bepaalde regels en
strategieën toe. Het kost meer inspanning.
Kritisch denken draait rond het leren onderdrukken van het snelle denken (type 1) om meer bewust te denken
(type 2). (Heijltjes, 2013)
, Zie je hier cijfers én letters? Een eend én een konijn? Dan heb je zowel je type 1 als je type 2 denken
geactiveerd.
2) Raadsel: Je koopt een paar schoenen en een paar sokken. Samen kosten ze €110 €. De sSchoenen kosten
€100 € meer dan de sokken, hoeveel kosten de sokken? Je snelle brein denkt waarschijnlijk €10 €, maar
dat is verkeerd. Je moet wat verder doordenken om het juiste antwoord te vinden. Je type 2 denken leert
je dat de sokken €5€ kosten.
KUNNEN WE ONS BREIN WEL VERTROUWEN?
Nu en dan staat ons eigen brein het kritisch denken in de weg. Je hersenen maken onbewust rare kronkels en
fouten. Per seconde ontvangt een mens duizenden prikkels. We observeren en nemen van alles waar met onze
zintuigen. Onze hersenen moeten een aantal van die waarnemingen elimineren om ervoor te zorgen dat ze niet
oververhit geraken.
Ons brein filtert informatie, vult aan en maakt er hapklare, herkenbare stukken van. Wees je hiervan daarvan
bewust, want dit kan catastrofale gevolgen hebben...
Ieder individu is uniek en gooit andere stukken informatie overboord. Het proces van de info die je bewaart en
verwerkt noemen we interpreteren. En iedereen interpreteert informatie op zijn eigen manier. Je geeft een
eigen subjectieve waarheid aan een situatie op basis van je referentiekader of hoe je in het leven staat. Deze
factoren kunnen bijvoorbeeld een rol spelen:
- Gevoelens: in een droevige stemming zal je anders reageren op een kritische opmerking dan in een vrolijke
bui.
- Geheugen, vroegere ervaringen: door een slechte ervaring in een vorige relatie zal je bijvoorbeeld meer op
je hoede zijn in een volgende.
- Verwachtingen: als je een positieve kritiek leest over een film, zijn je verwachtingen hooggespannen en
kan de film zelf wat tegenvallen. Ga je naar diezelfde film zonder dat je een recensie hebt gelezen, dan kan
je aangenaam verrast zijn.
- Contrastwerking: iets kan sterk opvallen door het contrast met het geheel. Als bij een sollicitatie de
persoon voor jou een slechte indruk heeft gemaakt, dan heb jij meer kans om beter te scoren.
- Projectie: projectie is een soort afweermechanisme tegen negatieve emoties door die toe te schrijven aan
iets of iemand anders. Een voorbeeld: je hebt zelf een slechte dag en bent minder verdraagzaam. Er
ontstaat ruzie met je partner en je zegt: ‘Heb je een slechte dag vandaag?’
- Vooroordelen: een vooroordeel is een voorbarig, vaak negatief oordeel dat hoofdzakelijk gevoelsmatig
bepaald is of irrationeel tot stand komt. Zo zijn er heel wat vooroordelen ten aanzien van sociale klasse,
ander geslacht, ras, beroep, generatie, andere godsdienst, cultuur…
- Affectieve verbondenheid: een gevoelsmatige band tussen mensen kan tot gevolg hebben dat de
waarneming subjectief gekleurd is. Ouders hebben bijvoorbeeld vaak een gekleurde waarneming over hun
kinderen. Denk maar aan de uitdrukking ‘mijn kind, schoon kind’.