• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 65 pages
Summary

Samenvatting Menselijke Biologie en Celbiologie | KHL | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 65 pages

Deze studiestof behandelt de fundamentele concepten van menselijke biologie en celbiologie voor de opleiding Voeding en Diëtetiek aan KHL. De aantekeningen dekken de inleiding in biologie, organisatieniveaus van cel tot organisme, prokaryote en eukaryote cellen, en een microscopische en macroscopische analyse van het urinaire stelsel (blaas en urethra). Essentieel voor het begrijpen van de biologische basisprincipes en celstructuur die nodig zijn voor verdere studies in voeding en diëtetiek.

Content preview

1




Menselijke biologie en celbiologie

Inleiding
 Biologie= de studie van levende organismen
 5 eigenschappen v/e levend organisme:
1. Beweging
 Plant: fotosynthese
2. Groei
3. Prikkelbaarheid/ reactievermogen: kunnen reageren op prikkels
 Homeostase, reageren op bv. temperatuur
4. Zelfstandig voortplanten
5. Metabolisme/ stofwisseling
= alle chemische reacties i/e organisme
 Opbouwreacties: anabolisme
 Afbraakreacties: katabolisme

 Virussen niet levend want hebben gastheer nodig om zich te kunnen voortplanten
 bv. HIV: human immunodeficiency virus  lijdt tot aids (acquired immunodeficiency virus)
 Vaccins activeren ons immuunsysteem  we maken antistoffen: moleculen die zich vestigen op
het virus, waarna andere cellen dit complex gaan opruimen, waardoor je niet ziek wordt
 Vesalius= Belgische arts die kijk op menselijk lichaam veranderde; ging voor het eerst lichaam
openmaken om organen etc. te bestuderen
 Organisatieniveaus:
- Celniveau: hartspiercel
- Weefselniveau: hartspierweefsel
- Organen: hart
- Orgaanstelsels: cardiovasculair stelsel  menselijk lichaam 11 organenstelsels (huid,
skelet, spierstelsel, zenuwstelsel, endocriene stelsel, cardiovasculaire stelsel,
lymfestelsel, ademhalingsstelsel, spijsverteringsstelsel, urinaire stelsel en
voortplantingsstelsel)
- Organisme



Inleiding in de celbiologie
Celbiologie= studie van bouw, functie en activiteit van cellen

Cel= kleinste structurele eenheid van leven  cytologie= studie v/d cel

 Meercellige organismen: groepen van cellen krijgen specifieke functies & zijn georganiseerd in
weefsels en organen
 Eencellige organismen prokaryoot of eukaryoot
 Meercellige organismen altijd eukaryoot

,2


Voorbeelden enkele cellen:

 E. coli: staafvormig
 Anabaena cylindrica: groen gekleurd, fotosynthetiserende bacterie
 S. cerevisiae/ gist: doet aan vergisting/ fermentatie, bolvormig, grijs, intracellulaire
compartimentering
 Groene alg: fotosynthese, intracellulaire compartimentering
 Humane eicel= grootste humane cel

Algemene structuur cel: cytoplasma (waterachtig) en membraan (vetachtig)

Prokaryote cellen: bacteriën en blauwwieren

 Evolutionair ouder dan eukaryote cellen
 Klein, ongeveer 1 µm
 Geen intracellulaire compartimentering; erfelijk materiaal verspreid in cytoplasma, kernzone niet
gescheiden van cytoplasma  belangrijkste structuren zijn cytoplasma, kernzone en stevige
elastische celwand
 Celwand fungeert als beschermende laag
 Pathogene bacteriën afhankelijk van deze uitwendige bescherming bij verdediging tegen
afweermiddelen: onze cellen zien eerst de buitenkant v/d ‘indringer’  antibiotica (bv.
penicilline) doden bacteriën door de opbouw v/d celwand te verstoren  groei bacterie
wordt geblokkeerd
*! Niet alle bacteriën zijn pathogeen: goede bacteriën (darmbacteriën) kunnen ook worden
gedood

Eukaryote cellen: planten, dieren, fungi  alle cellen met goed ontwikkelde kern/ karyon/ nucleus

 Intracellulaire compartimentering (structureel, functioneel): organellen
 Dierlijke cellen: geen celwand  organellen afgesloten door membraan, kern omgeven door
kernmembraan
 Plantaardige cel: wel celwand, vacuole, chloroplasten…
 Overeenkomsten plant/dier:
- Aard chemische stoffen: organellen opgebouwd uit biomoleculen
- Gelijkaardige celorganellen: celmembraan omgeeft cytosol met daarin de organellen
- Eiwitsynthese en celdeling

Hoofdstuk 1: structuur van de biomoleculen
1. Chemische samenstelling van de cel

Cel= compartiment omsloten door membraan  bestaat voor 70% uit water + bevat vetachtige
zones: membranen

Samenstelling bacteriële cel:

Percentage van totaalgewicht v/d cel
Water 70

,3


Anorganische ionen 1
Kleine moleculen:
 Suikers en precursoren 3
 Aminozuren en precursoren 0,4
 Nucleotiden en precursoren 0,4
 Lipiden en precursoren 2
 Andere kleine moleculen 0,2
Macromoleculen (eiwitten, nucleïnezuren en 23
polysachariden)


 Anorganische ionen: fosfaat, NH4+, Mg2+, Ca2+, K+, Fe3+
 Kleine moleculen & macromoleculen/ biomoleculen zijn organische verbindingen
(koolstofverbindingen)  CO2 enige molecuul met C atoom dat anorganisch is!

*lipiden geen echte macromoleculen, maar beschouwd omdat ze in staat zijn om complexen te
vormen met macromoleculaire afmetingen

*kleine moleculen zijn bouwstenen voor macromoleculen + doen dienst als tussenproducten/
regulatoren v/d reacties v/h metabolisme


2. Inleiding tot de koolstofchemie

C uitzonderlijk door vermogen om zeer grote en structureel gevarieerde moleculen te vormen

 4 bindingspartners; met P, O, N, S, C, H
 Dus ook binding met C zelf: er kunnen ketens van onbeperkte lengte en ringstructuren worden
gevormd. C atoom kan ook dubbele en drievoudige bindingen vormen

Functionele groepen:

Alcoholen Hydroxylgroep
Vb. methanol

Ketonen en aldehyden Carbonylgroep
Vb. aceton

Organische zuren Carboxylgroep
Vb. palmitinezuur

Amines Aminogroep
Vb. methylamine

 Dezelfde groep kan meer x optreden i/e molecule + er kunnen ook combinaties van verschillende
groepen optreden

Voorbeelden:

Glycerol:

, 4


= polyalcohol

Barnsteenzuur:

Citroenzuur:

 Alcohol en zuur (carboxylfunctie)
 Meerwaardig zuur



Appelzuur:



Aminozuur:




3. Onderscheid tussen polaire en apolaire stoffen

Water heeft dipoolkarakter & kan waterstofbruggen aangaan  kan sterke interacties aangaan met
andere moleculen

Dipoolmoment van H2O:




 NaCl lost goed op in water: ionen van zoutkristal komen vrij  worden omringd door mantel van
watermoleculen  dipoolion-interacties leveren zeer veel energie op  dipolen van water beletten
dat Na+ en Cl- ionen elektrostatische interacties aangaan

Polair:

 Hydrofiel/ wateraantrekkend, trekken watermoleculen aan
 Wateroplosbaar door aanwezigheid OH: OH heeft interne ladingsverdeling want O is
elektronenzuigend
 Geladen groepen sterk polair (COO- en NH3+)
 -OH, -CHO, -COOH, C = O, NH2

Apolair:

 Hydrofoob/ waterafstotend, lipofiel, vetoplosbaar
 Ringstructuren zeer apolair
 Lossen slecht op in water
 Stijgende ketenlengte= stijgende apolariteit= dalende wateroplosbaarheid:

Document information

Study
Uploaded on
October 4, 2026
Number of pages
65
Written in
2025/2026
Type
Summary
$9.22

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
4
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions