0. Inleiding
Over individu en samenleving (dat is waar deze lessenreeks over zal gaan), er zijn zaken
die je niet moet uitleggen (sommige dingen verlopen gwn logisch door de natuurlijke
gang van zaken)
Hoe komt het dat we doen wat we doen? (aan wat ligt de oorzaak, of hoe komt het dat
we actie ondernemen zoals we dat doen)
Wetenschap v/d samenleving
Bouwstenen
• Sociologie: wetenschap die het samenleven van mensen in grotere of kleinere
sociale verbanden bestudeert
= Studie van de manier waarop mensen de problemen van het samenleven
kunnen oplossen
• Drie niveaus:
- Micro : gezinnen, speelgroepen, vrienden
- Meso : vakbonden, bedrijven, kerken, verenigingen, scholen
- Macro : samenleving, verzorgingsstaat
Waarnemen is meer dan door het venster kijken
• Selectieve waarneming
• Afhankelijk van positie, kennis, voorkeur/afkeur, referentiekader
• Waardenvrijheid bestaat niet
- Waardevrijheid= zonder bepaalde denkbeelden van wat goed/niet goed is in
onze samenleving
Het hangt van uw standpunt af... standpoint theory
• Standpuntentheorie : alle kennis is sociaal gesitueerd, dat wil zeggen dat
individuele posities in sociale structuren (bv. je gender, ras, sociale klasse) je
ervaringen bepalen en beïnvloeden hoe je kijkt naar de wereld
- Kennis is geworteld in (alledaagse) ervaringen
• “The outsider within ”: Smith stelt dat individuen die gemarginaliseerde posities
(=buitenstaander, buitengesloten, minder invloed) innemen een uniek standpunt
hebben dat hen in staat stelt om sociale structuren te zien en te begrijpen op
manieren die niet toegankelijk zijn voor mensen in meer bevoorrechte posities.
Dit " buitenstaanderperspectief " biedt kritische inzichten in de werking van
macht en ongelijkheid.
1
, • Epistemologisch: de objectieve kennis, die door de wetenschap
gepredikt(=verkondigt) wordt, is enkel een reflectie van het perspectief van de
dominante groep.
• Activisme : sociologie als middel voor sociale verandering
--> Buitenstaandersperspectief geeft de macht, je ziet elementen die insiders niet
kunnen bekijken vanuit hun perspectief
Sociologische verbeelding
• Het vreemde zien in het vertrouwde: dingen die we vanzelfsprekend vinden,
opnieuw bekijken en beseffen dat ze eigenlijk door sociale regels en gewoontes
gevormd zijn.
• Het algemene in het bijzondere herkennen: begrijpen dat individuele keuzes of
gedragingen vaak deel zijn van grotere maatschappelijke patronen.
• Ons leven koppelen aan bredere krachten: zien hoe economie, cultuur, politiek,
geschiedenis en sociale structuren ons gedrag beïnvloeden.
• Individu en samenleving zijn onlosmakelijk verbonden: je kunt een persoon niet
begrijpen zonder de samenleving waarin die leeft, en omgekeerd.
vbn
Zitplaats kiezen in een aula is niet toevallig , je hebt vrije keuze (maar dat is eigenlijk niet
waar) bv je gaat samen zitten, verkiest alleen te zitten
Kinderen van mensen met diploma hoger onderwijs geraken makkelijker hier dan
kinderen met ouders niet van hoger onderwijs
Sociale vs individu
• Sociale structuren : dominante maatschappelijke instituties, processen en
mechanismen zorgen voor de maatschappelijke orde
• In twee richtingen:
- Individueel gedrag draagt bij tot maatschappelijke fenomenen
• Weinig beweging, voedingsgewoonten, … --> obesitas epidemie,
toegenomen zorgnoden, betaalbaarheid zorg
- Maatschappelijke fenomenen beïnvloeden individueel gedrag
• Kantoorleven, prijs van (ongezonde) voeding, opvoeding,
cultuurverschillen
OPM: institutie = vorm van iets dat zich altijd herhaald
Dominante sociale structuren= instituties
2
,Er zijn manieren waardoor die structuur draait
Als individu draag jij bij aan het in stand houden van die structuren en de maatschappij
draagt bij in hoe je je gaat gedragen
Bv veel makkelijker ongezond te eten
Voorbeeld: de bril v/d sociloog
--> sociaal bepaald
Je kijkt met een sociologische bril naar de dagelijkse zaken
Eten en drinken: gebeurt niet overal op dezelfde wijze: tijdstip, hoe (samen/alleen),
soort maaltijd vb mes en vork, stokjes
Sporten, hoe inclusief zijn die sporten, is golf ‘een dure manier van biljarten, boksen
‘voor mensen met migratieachtergrond?’ dia 12
Lifestyle: wat je draagt, fashion, belangrijjk hoe we lijken voor anderen hoe we over
komen, we willlen sociale aanvaarding van een groep
--> niet wat men is, maar wat men lijkt, is belangrijk (ge zijt wie ge zijt)
Liefde: gearrangeerde huwelijken, zelfs liefde wordt sociaal gestuurd
Eigen keuze maar ook sociaal bepaald (meer kans om op iem van UA verliefd te w)
Alles is contingent maar niet arbitrair:
- contingent= het had ook anders kunnen zijn, het kan ook anders zijn dan hoe het
nu is- het varieert in tijd, volgens plaats, omstandigheden
- niet arbitrair= er is een goede verklaring waarom we doen wat we doen
- Alles kan anders zijn, maar niet alles kan willekeurig zijn
--> Het had ook anders kunnen zijn maar er zijn ook veel redenen waarom het is zoals
het is
Dat betekent nog niet dat de sociale realiteit waarin we leven arbitrair is. Het is niet
omdat er een bepaald sociaal gebruik (bv. de manier waarop we werken of eten), ook
anders had kunnen zijn, dat er geen goede redenen bestaan voor de manier waarop het
vorm krijgt.
Sociologische toepassingen
1. Zelfdoding of suïcide? --> een heel individuele keuze
Een teveel/ tekort aan sociale integratie
Nergens toe behoren
3
, Teveel normen moeten naleven
Emile Durkheim 1897
-->Belang van theorie, van een model
-->Variaties ? Hoger in België dan het EU gemiddelde, veeleer laagopgeleiden en
(langdurig) werklozen, alleenstaanden, alleenwonenden en gescheiden mensen
• Durkheim onderzocht volgens welke maatschappelijke factoren de suïcide
ratio’s systematisch varieerden
- Variabelen religie, burgerlijke staat, woonplaats (stad of platteland), aan
of afwezigheid van militaire opleiding
- Verklaring correlaties
• De gemeenschappelijke factor sociale integratie waarbij een teveel of
een gebrek aan sociale integratie tot meer zelfdodingsgedrag leidde
2. Werk/ arbeid(sethos)?
Actief werk: theorie van Karasek (dia 23,24,25 voor vbn binnen matrix)
Stress op het werk krijg je niet van hard werken
Is hard werken in combinatie met weinig autonomie maw in kwadrant: slopend
werk
Optimaal is rechts boven hoge werkdruk met hoge regelmogelijkheden
==> heeft effect
Maar 25% is links vanonder maar we willen zo optimaal mogelijk in rechts boven
te hebben
Job nog op je 60 jarige leeftijd
Mentale gezondheidsrisico: het grootste bij slopend werk, ook het absentisme
daar het grootst
Job Demand – Job Control Model (Karasek,1979) Later uitgebreid met support
4